Agressieve bolletjes met lange tenen

De dinosaurussen zijn niet uitgestorven. Hun nazaten jagen op kruimels appelgebak op terrassen, bedelen bij hengelaars om vis en stampen rond op uw dak: vogels. De stad is vaak de beste plek om ze van dichtbij te zien. Vandaag kijken we naar meerkoet en waterhoen.

Biologen stellen graag simpele gedragsmodellen op. Meerkoeten weigeren hun richtlijnen te volgen. Zij hebben goede en slechte voedseljaren: in de laatste hebben de uitgekomen kuikens een beroerde uitgangspositie. Iemand verwachtte dat zulke kansarme jongeren door de oudervogels min of meer verwaarloosd zouden worden. Zij waren immers geen investering waard? De man besteedde tien jaar aan vijverbezoek, en kwam onlangs wat teleurgesteld terug. Juist in die slechte jaren sloven de oudervogels zich enorm uit om hun jongen van voldoende hapjes te voorzien en ze de zomer door te slepen. En het lukt ze ook nog.

Meerkoeten en waterhoentjes worden vaak als 'eendjes' bestempeld. Die determinatie klopt niet. Ze komen weliswaar op drijvend brood af, maar ze hebben eerder de primme snavel van een kip dan die van een eend. En ze hebben zelfs geen zwemvliezen. Ze beschikken over lange tenen waarmee ze aan de oever en op het land goed uit de voeten kunnen. De meerkoet heeft een tussenpositie gekozen. Bij de achterwaartse beweging in het water klappen er aan weerszijden van zijn tenen zwemlobben uit - als inspirerend idee voor Kevin Costner en 'Waterworld Revisited'. Die lobben geven grip op het water en vormen op het land geen handicap.

Het kleurschema van de meerkoet is overzichtelijk: helderwitte snavel met bles, donkergrijs lichaam, groene poten en een rood fonkelend oog. In singels en grachten duikt een meerkoet vaak onder om voedsel van de bodem op te diepen. Hij maakt daarbij eerst een luchtsprongetje, om de waterspiegel verticaal te kunnen doorboren. Anders dan andere duikende vogels komt hij na wat geborrel op vrijwel dezelfde plaats weer naar boven schieten, als een kurk.

Wie rust zoekt van het agressieve stadsleven vindt die niet bij rustiek dobberende meerkoeten. Broedse meerkoeten gaan als luidruchtige bolletjes adrenaline de buren te lijf, het liefst een paar maal per dag. Met naar voren geworpen poten vechten ze man tegen man, vrouw tegen vrouw. Hecht aaneengesmede partners kunnen de hele wereld aan. Soms nemen ze zelfs een enorm zwanennest in beslag, als twee kleine Greenpeace-activisten die een ronde olietank bezetten. Vanaf het nest kunnen de dieren zich op ooghoogte tegen de bezwaren van de zwanen verweren. Met zoveel ongeremde agressie, dat het zwanenpaar soms van pure armoe een nieuw nest bouwt.

Het bedeesd ogende waterhoentje valt ook niet uit te vlakken. Een veel grotere eend die in de weg staat jaagt hij met een fel snaveltikje opzij. Die eend laat het er niet bij zitten: hij buigt zijn zelfvertrouwen weer recht door op zijn beurt een eend op te jagen. Waterhoentjes worden ook wel waterkippetjes genoemd. Het is wat oneerbiedig voor een vogel die ooit moerassig Nederland bestierde. Maar er zit wel wat in. Een waterhoen ligt hoog te water, zoals je van een te water geraakte kip ook zou verwachten, in de eerste fase. En bij het lopen en zwemmen knikt hij met kop en hals, alsof die de aandrijving vormen. Zijn zwemmen is behelpen; in ondiep water is deze bruin-grijze vogel op zijn best. Zijn geelgepunte rode snavel met bles ziet er heel exotisch uit; de witte flankstreep en voortdurend schokkende staart vallen ook op.

Meerkoeten laten vooral een explosief 'piets' over het water ketsen. Maar waterhoentjes zijn stemkunstenaars. Zij maken Nederland met hun geluiden groter; het lijkt alsof hun geheimzinnige moerasklanken - zoals kuurl, kurruup, kit-ik - hun ingebouwde nagalm hebben. Het geluid klinkt alsof het zich over eindeloze kreken voortplant. Ook al zit de vogel zelf in een slootje tussen een autoweg en een flat.

De echte cursist schaamt zich niet voor het betreden van bouwvallige ezelsbruggetjes. Menigeen wordt geplaagd door het meerkoet-waterhoen-verwisselingsprobleem. Dat is te verhelpen door eraan te denken dat de meerkoet groter is, en dus meer koet biedt; bovendien bevat zijn naam koe, dat verwijst naar zijn zwart-wit zijn.

Speciale stadsrisico's: het culturele festival. Anders dan eenden, die voor voedsel en rust met het gezin desnoods een stuk opschuiven, zijn waterhoen en meerkoet met hun uitgekomen jongen nog lang aan hun nest gebonden. Het is de vaste thuisbasis. Ze krijgen er liever geen bezoek. Maar tijdens het culturele festival stroomt het park vol met mensen die de tenten met een dichter angstvallig mijden, maar gezeten aan de waterkant geboeid bekijken op hoeveel verschillende manieren je vlees kunt verbranden. Wat verdwaasd rondzwemmend tussen de blauwe rook, voor honden geworpen stokken ontwijkend, vluchten de oudervogels met lege snavels naar hun nest, aan de voet van een boom waarin alweer kinderen klimmen. Hun jongen piepen zwakjes van onder de aangespoelde cola-blikjes dat ze te weinig voer krijgen, maar hun ouders zijn in gedachten - nu nog die dichters ... volgende week de anarcho-pop, en dan alweer de interculturele verbroedering ... De twee resterende waterhoentjes in het Rotterdamse Museumpark snappen er al helemaal niks meer van. Hier is de geschiktheid van een mooi park voor festivals doortastend uitgebouwd, door het te vervangen door een asfaltvlakte.