Zuidafrikanen als 'strijdmakkers' van Sierra Leone

FREETOWN, 4 NOV. Op het eerste gezicht lijkt de gang van zaken in hotel Mammy Yoko in de hoofdstad van Sierra Leone, Freetown, op een tafereel uit Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid. Een groep blanke mannen hangt rond bij een barbecue en neemt af en toe een duik in een luxueus zwembad. Ze worden bediend door zwarten die, als ze hun werk goed doen, een vriendelijke glimlach krijgen en, als ze traag zijn, worden afgeblaft.

Maar de schijn bedriegt in Sierra Leone, in dit land zijn de blanke Zuidafrikanen de dienaren en niet de meesters. Het zijn huurlingen met als opdracht het regeringsleger te leren opstandige landgenoten uit te schakelen. En succes hebben ze. In maart van dit jaar stonden de rebellen van het Revolutionaire Verenigde Front (RUF) nog aan de rand van de stad. Maar sinds de Zuidafrikaanse huurlingenfirma Executive Outcomes het Sierra-Leoonse regeringsleger bijstaat, krijgt het RUF nederlaag op nederlaag te incasseren.

Pogingen om hun aanwezigheid te verbergen ondernemen de naar schatting 200 Zuidafrikanen in Freetown nauwelijks. De leider van de operatie, 'kolonel' Andy Brown, is een geziene gast in de betere kringen van de stad. “Ha die Andy, met Robert”, zegt de Nederlandse honorair consul in Sierra Leone, als hij de huurlingenleider opbelt. Bij de aankomst van een internationale vlucht op het vliegveld van Freetown staat een blanke, in camouflagepak gehulde, man onbeschroomd te praten met de Sierra-Leoonse soldaat bij een gevechtshelikopter, niet gehinderd door de tientallen reizigers die het luchthavengebouw uit komen lopen.

Veel Sierra-Leoners beschouwen de Zuidafrikanen, onder wie zich volgens de Nederlandse consul ook kleurlingen bevinden, als helden. Toen Executive Outcomes een basiskamp voor haar mensen wilde inrichten bij de stad Kenema stelden inwoners van die stad spontaan gratis woonruimte ter beschikking. Vele ontheemden in Freetown hopen dat de Zuidafrikanen de oorlog snel beëindigen, zodat ze naar hun woonplaats terug kunnen gaan. Velen ook hebben een rekening te vereffenen met de rebellen van het RUF. “Ik hoop dat de Zuidafrikanen zoveel mogelijk mensen van het RUF afmaken”, zegt de 26-jarige Brime, die vanuit Mobai in het oosten naar Freetown is gevlucht. “Mijn broer was een onderwijzer. Het RUF heeft hem vermoord, omdat hij weigerde rebellen les te geven.”

Aan het apartheidsverleden van de Zuidafrikanen wordt geen woord vuil gemaakt. “Ze zijn onze strijdmakkers, niets meer en niets minder”, zegt majoor James Milton “en als mensen in het Westen daar problemen mee hebben kunnen ze wat mij betreft een eind opsodemieteren.” Mban Kabu, secretaris-generaal van de vredesbeweging NCCP heeft aan den lijve ondervonden hoe populair de Zuidafrikanen zijn.

Pag.4: 'De militairen moeten eerlijk vechten'

Na een oproep aan de strijdende partijen om af te zien van alle buitenlandse hulp werd Mban Kabu door de politie opgepakt en een aantal dagen vastgehouden. Ook ontving hij een groot aantal beledigingen en bedreigingen van 'gewone' Sierra-Leoners. “De mensen hier kunnen het zich niet veroorloven om over het verleden van de Zuidafrikanen na te denken”, zegt Kabu, “de Zuidafrikanen hebben de rebellen teruggedreven en dat is het enige wat voor het volk hier telt.” Ondanks herhaalde pogingen blijkt kolonel Brown van Executive Outcomes niet te porren voor een gesprek over de activiteiten van zijn firma. “Dat komt omdat de zaak nogal gevoelig ligt bij de regering hier”, zegt Max Lecey, een gast met een Zuidafrikaans accent in het Mammy Yoko. “De regering wil niet al teveel publiciteit”. Zelf heeft Lecey niets met de gehele operatie te maken, bezweert hij. Hij is in Freetown om met behulp van de Sierre-Leoners een nieuwe luchtvaartmaatschappij op te richten. Deze zou oude landingsrechten van Sierra Leone op de vliegvelden van Londen en New York opnieuw moeten activeren. Maar dat proces duurt lang en in de tussentijd voert hij met het enige vliegtuig dat de maatschappij rijk is, vluchten uit binnen Sierra Leone.

Soms vervoert hij ook huurlingen van Executive Outcomes, zo geeft hij toe. En ook maakt hij wel eens verkenningsvluchten om te kijken wat voor kostbare delfstoffen het binnenland zou kunnen herbergen. Volgens bronnen bij het militaire hoofdkwartier van het Sierre-Leoonse leger speelt Lecey een sleutelrol bij het vervoer van diamanten uit Sierra Leone naar het buitenland - de prijs die Sierra Leone betaalt voor de bijstand van de Zuidafrikanen.

Lecey mag graag vertellen hoe aandoenlijk inefficiënt het Sierra-Leoonse regeringsleger is. Zo zouden regeringstroepen vaak berichten naar het hoofdkwartier in Freetown sturen dat er een offensief van het RUF bij hun post op komst is. “Maar als we dan gaan kijken blijkt dat de soldaten zich gewoon eenzaam voelden en zin hadden om weer eens een keer bezoek te krijgen.” “Voor de gein” is hij een keer met een paar vrienden 's ochtends naar het hoofdkwartier van het leger gereden, vertelt hij. “Bij het hek werden we staande gehouden. 'Wat komen jullie doen', vroeg iemand van de militaire politie. 'We komen alle helikopters opblazen', zeiden wij. 'OK', zei hij, 'rij maar door.”'

Een bezoek aan het hoofdkwartier van het leger in Freetown doet vermoeden dat de strijdkrachten zonder de hulp van Executive Outcomes een zware dobber aan het RUF gehad zouden hebben. De stemming in het gebouwencomplex heeft nog het meeste weg van die in een buurtkroeg. Overal staan groepjes soldaten en officieren gezellig bij te praten. “Dit is de eerste oorlog die we vechten”, zegt majoor Milton. “Voordat de oorlog begon telde ons leger duizend manschappen. Nu zijn dat er 14.000. Omdat we zo snel moesten uitbreiden konden we onze manschappen niet goed trainen. Normaal duurt een training negen maanden, maar wij moesten soldaten al na twee maanden naar het front sturen.” De gemiddelde leeftijd in de strijdmacht ligt erg laag: veel soldaten zien er uit of ze de leeftijd hebben om met een dinky toy te spelen in plaats van met een geweer. Een aanzienlijk aantal recruten verdiende, zo geeft Milton toe, de kost met stelen voordat zij het uniform aantrokken. “Ik bid vaak met de soldaten voordat ze naar het front gaan”, vertelt legerdominee Bayoh. “Ik leg er dan de nadruk op dat ze eerlijk moeten vechten en hun geweer niet moeten gebruiken om onschuldige burgers te beroven.” Aan het front blijken vele soldaten zich die wijze raad niet meer ter herinneren. Berucht zijn de zogeheten solbels, soldaten van het regeringsleger die zich 's nachts bij de rebellen voegen om zo beter te kunnen plunderen.

Het is niet duidelijk hoeveel geld de huurlingenfirma voor haar diensten vraagt aan de Sierre Leoonse regering. In Angola, waar de huurlingen eerder actief waren, bedroeg de rekening inclusief onkostenveroeding 40 miljoen dollar op jaarbasis. In Freetown heerst grote twijfel of het arme Sierra Leone wel zoveel geld kan betalen. Algemeen wordt vermoedt dat Executive Outcomes haar rekening naar de Zuidafrikaanse diamantmaatschappij De Beers stuurt. Deze zou in ruil voor toezeggingen van de Sierra-Leoonse regering met betrekking tot de diamantwinning de nota gaarne voldoen.

De Beers ontkent officieel betrokken te zijn bij de operatie in Sierra Leone. Maar sinds de Zuidafrikanen in Freetown zijn aangekomen vaart er in de kustwateren van Sierra Leone een schip rond van een Zuidafrikaanse maatschappij. Dat doet onderzoek naar de mogelijkheden om diamant te winnen uit de zeebodem bij Sierra Leone. Bovendien is de hoogste baas van de operatie in Londen een voormalige medewerker van de Zuidafrikaanse maatschappij. “En als je eenmaal bij De Beers hoort”, zo zegt een goed ingelichte bron op voorwaarde van anonimiteit, “dan kom je er niet meer van los”.

Maar zelfs de mogelijkheid dat de regering in Freetown de natuurlijke rijkdommen van het land heeft verkwanseld, leidt nauwelijks tot enige verontwaardiging in de stad. “Zelfs als wat de mensen zeggen waar is, heeft de regering geen slechte afspraak gemaakt”, zegt dr. Dumbuya, de leider van de nauw met de huidige regering verbonden politieke partij NUP. “Voordat de Zuidafrikanen kwamen konden we helemaal geen diamanten winnen, omdat de rebellen het in de diamantgebieden voor het zeggen hadden. Nu zijn wij daar weer de baas. Ook al krijgen we maar 50 procent van de opbrengst, dat is nog beter dan de nul procent die we eerst kregen. Bovendien geven we al dat geld niet voor niets uit. Ons land heeft stabiliteit nodig. We proberen al jaren om die te krijgen, maar het lukte ons tot nog toe niet. Nu lijkt de stabiliteit voor het eerst sinds lange tijd door de Zuidafrikanen weer in het verschiet te liggen. Is dat geen goede investering?”