Vrijmetselarij (1)

Het wegwerpende oordeel dat Van Hooff velt over de vrijmetselarij ('Vrijmetselaar is volwassen padvinder', NRC Handelsblad, 1 november) laat een opmerkelijke psychologische duiding toe. Als classicus is Van Hooff eraan gewend onder vuur te liggen: wat is het nut van het onderwijs in de klassieke talen in deze moderne tijd?, leg ons maar eens uit wat nu die zogenaamde meerwaarde is van de klassieke vorming?, waarom bestaat het gymnasium nog steeds?, is dat geen achterhaald instituut? Met zulke vragen hebben classici al decennia lang te kampen.

Precies die vragen werpt hij nu op tegen de vrijmetselarij, als klein meisje dat haar pop straft na zelf een aframmeling te hebben gekregen. En, o, paradox, hij speelt nu de rol van de ouderwetse HBS'er die die gymnasiale poppenkast maar niks vindt.

Merkwaardigerwijs is ook het verweer van de classici tegen zulke aanvallen toepasselijk. Wat de vrijmetselarij in stand houdt, is dat zij een levende traditie belichaamt. Vrijmetselaren hebben zin voor traditie, voelen zich aangesproken door een allusief spel dat ieder de mogelijkheid biedt er zijn eigen 'meerwaarde' uit te puren. Het is deze methode die de vrijmetselarij uniek maakt. De vrijmetselarij wortelt door haar voorgeschiedenis in de praktijk van de middeleeuwen en de theorie van de renaissance. Zou dat laatse met name niet even goed gezegd kunnen worden van het gymnasium en de klassieke vorming? Zelfs is de stelling verdedigbaar dat de Westeuropese traditie van klassieke vorming en die van de vrijmetselarij uit een en dezelfde bron vloeien.

Er heerst in de vrijmetselarij in het geheel geen malaise, zij bloeit. Wat dat betreft is Van Hooff op het verkeerde been gezet door het artikel in NRC Handelsblad van 16 oktober dat hij aanhaalt. Zij gooit haar loges niet open: vrijmetselarij kan alleen worden beoefend in de beslotenheid van een loge en dat blijft zo. Zwijgplicht is een onzinnige notie. Niemand wordt gevraagd om lid te worden, kandidaat stelt men zich op eigen initiatief.

Van Hooff stelt zich in een traditie die de eeuwige misverstanden omtrent de vrijmetselarij in stand houdt. Het is uiterst kwaadaardig gezelschap waarin hij zich daarmee begeeft. Weet hij niet dat de weg die hij bewandelt geplaveid is door nazi's en fascisten? Dat men zich hier te lande als intellectueel kennelijk niet behoeft te generen voor het bespotten van de vrijmetselarij, is een beschamende stand van zaken.