Volledige deelname

Redacteur Joop Meijnen maakt in NRC Handelsblad van 25 oktober de balans op van de serie Werk, gewijd aan het werkgelegenheidsvraagstuk. Hij startte deze serie zelf met de vraagstelling: “Kan iedereen wel aan het werk?” Hij wierp toen de vraag op: “Of we nemen het streven naar volledige werkgelegenheid serieus [..] of we gooien die ambitie overboord en richten het arbeidsbestel radicaal anders in.” Als Nederland toegeeft dat betaald werk niet meer voor iedereen is weggelegd, blijft de vraag over: hoe richten we van nu af aan het arbeidsbestel radicaal anders en beter in?

Blijven we - in alle onverschilligheid - de hoge werkloosheid hier en elders, en het gedwongen nietsdoen voor honderdduizenden accepteren als de prijs van de Westerse welvaart? Of zijn we bereid - met minister Melkert (sociale zaken) en het kabinet-Kok - mee te denken over de noodzakelijke moderniseringen van een Europese werkgelegenheidspolitiek. Hoe kunnen mensen voor wie nu en in de toekomst geen betaalde baan meer in het vooruitzicht ligt, zonder dwangmiddelen van bovenaf, tot een eigen, zinvolle invulling van hun bestaan komen? In de drie door Meijnen gesignaleerde benaderingen is dit toch één gemeenschappelijke factor! Immers: “Werkloos thuis zitten is pas echt minderwaardig werk”, aldus ondernemer J.C. Blankert. Willen we met dit beleidsvoornemenn van “volledige deelname” in plaats van volledige werkgelegenheid inderdaad deze kant op dan zal dit metterdaad een radicale herijking van het overheersende “prijsdenken” vereisen. Hoe kunnen we die honderd miljard aan sociale uitkeringen beter besteden, wanneer onze enorme besparingen toch niet langer in de groei van werkgelegenheid in Nederland geïnvesteerd worden?