Uitlenen niet meer enige activiteit van artotheek

AMSTERDAM, 4 NOV. De groei is al een paar jaar uit het aantal abonnementen, dus reden te meer voor de kunstuitleencentra om zich vandaag van hun beste kant te laten zien. Voor het vijfde jaar organiseert de Federatie Kunstuitleen een 'Nationale Dag'. In de 80 aangesloten centra is het open dag, al klinkt dat in dit verband wat potsierlijk, “want we hebben altijd open dag”, zegt directeur M. van Lennep van de federatie.

Sinds enkele jaren hebben de verschillende artotheken in Nederland 100.000 abonnementen bij particulieren en 30.000 bij bedrijven uitstaan. De abonnees, vooral mensen met een hoger inkomen, een baan en een hoge opleiding, kunnen kunstwerken huren of kopen. Voor dat laatste bestaat ook een spaarregeling: een deel van de huur van een kunstwerk (niet meer dan een paar tientjes), wordt beschouwd als vooruitbetaling. Jaarlijks wordt zo voor zeven miljoen gulden gehuurd en nog eens voor zeven miljoen gekocht. De bij de federatie aangesloten, niet-commerciële en gesubsidieerde artotheken hebben 280.000 kunstwerken.

De uitleencentra zijn het gevolg van twee verschillende uitgangspunten. Eerst was er de Stichting Beeldende Kunst (SBK) in Amsterdam, een initiatief van enkele kunstenaars die hun werken op deze manier meer aandacht wilden laten krijgen. De SBK bestaat dit jaar 40 jaar en is daarmee bijna twee keer zo oud als de artotheek. Deze vorm van kunstuitleen is in de jaren zeventig als etalage van de Beeldende-Kunstenaarsregeling (BKR) gebruikt. De kunstwerken die de overheid aankocht, werden via de artotheek uitgeleend. Twee beleidsdoelen werden hier tegelijk verwezenlijkt: kunst voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk maken en de kunstenaars van financiële steun voorzien.

Maar de BKR is in 1987 afgeschaft en sindsdien moeten de artotheken zich ook op 'de markt' begeven om aan kunst te komen. Het imago van artotheken die alleen op de BKR-regeling dreven, was altijd een beetje: slechte kunst voor weinig geld, volgens Van Lennep. De tarieven van de artotheek lagen ver onder die van de SBK.

In Amsterdam hebben de artotheken het sindsdien heel moeilijk gekregen. Wethouder Bakker wilde van de opgeslagen BKR-kunstwerken af en bood ze bij de artotheken te koop aan. Hij schatte dat niet meer dan 3.000 van de 60.000 opgeslagen kunstwerken de moeite van het bewaren waard was. De rest moeten de kunstenaars terugnemen, anders worden ze vernietigd.

De artotheken stribbelden tegen. In korte tijd zijn er drie gesloten; in de stadsdelen Osdorp, Noord en Westerpark hebben de deelraden de artotheek van de begroting geschrapt. “Hij was niet rendabel te krijgen”, zegt een woordvoerder van deelraad Westerpark eenvoudig. De overgebleven twee, in Oost en Zuidoost, moeten marktgerichter werken. De tarieven zijn dit jaar opgetrokken tot het niveau van de SBK.

Om de drempel toch laag te houden, zijn de overgebleven artotheken meer activiteiten gaan ontplooien. M. Kho van de artotheek Zuidoost spreekt tegenwoordig liever van 'kunstencentrum', om aan te geven dat uitlenen nog maar een van de activiteiten is. In haar artotheek hangt een expositie van landschapsgezichten van de Bijlmermeer. Gistermiddag had ze een debat georganiseerd met de kunstenaars die ze hadden gemaakt. Van Lennep ziet dat meer gebeuren. “Vooral in de kleinere steden zijn de artotheken een soort cultureel centrum geworden.”