Psychologische oorlogsvoering van juryleden dressuur voor Olympische Spelen; Spanning buiten de piste in Amsterdam

AMSTERDAM, 4 NOV. Na twee dagen springsport in de RAI waren er ook buiten de fraai aangeklede piste al weer de nodige verwikkelingen. Bij de dressuur troffen de juryleden Uwe Mechlem uit Duitsland en de Nederlandse Jan Peeters elkaar, recentelijk bij het EK-dressuur ook collega's in het juryteam. Peeters jureert al zo'n twintig jaar de hoogste proeven, maar sinds anderhalf jaar heeft hij de begeerde 'O' van 'officieel' voor zijn naam, die hem volgend jaar als jurylid ook in Atlanta brengt.

Peeters volgde in zijn opleidingsfase nog lessen bij de toenmalige voorzitter van de Internationale Paardensportbond, de Zwitser Wolfgang Niggli. En juist de gepensioneerde Niggli liet zich vorige maand in een Duits vakblad verleiden tot uitspraken dat Peeters zeer chauvinistisch zou hebben gejureerd op het EK. En, erger nog, dat het paard van Anky van Grunsven wat zijn manier van bewegen betreft niet zou voldoen aan het dressuurreglement. Daarmee is de psychologische oorlogsvoering nu al ingezet, die moet voorkomen dat Nederland in Atlanta de belangrijkste dressuurmedailles voor Duitsland zal gaan opeisen.

Dat Peeters zelf werd aangevallen op het feit dat hij Van Grunsven tijdens het EK in alledrie de proeven als enige jurylid consequent bovenaan zette, raakt hem hoegenaamd niet. “Als jurylid moet je standvastig zijn en zelfbewust. Ik zou dit morgen weer doen, ik vond Van Grunsven absoluut de beste.”

Maar dat Van Grunsvens paard Bonfire werd bekritiseerd, gisteravond in de RAI luidt toegejuicht als 'Paard van het Jaar', dat heeft Peeters wel erg getroffen. “Geen paard is hetzelfde. En als het ene paard vlakker beweegt en het andere zoals Bonfire meer verheven, met meer buiging in zijn gewrichten, dan kun je niet spreken van een goed bewegingspatroon en een verkeerde bewegingsvorm. Ik hoop dat mijn collega-juryleden zich niet zullen laten beïnvloeden door deze oneerlijke kritiek. Natuurlijk kunnen de algemene basisprincipes van het gaan van een paard nooit genoeg worden benadrukt maar dan heb je het over ritme, over zuiverheid en ontspanning, niet over de manier van bewegen.”

Voor juryleden valt het niet altijd mee om de grote lijnen te blijven zien, weet Jan Peeters: “Er liggen voortdurend enkele valkuilen op de loer. Dat is in de eerste plaats de neiging om te veel op details in te gaan, en te weinig op de grote lijnen. De tweede valkuil is een natuurlijke, zelfs onbewuste neiging tot chauvinisme en tot het je laten beïnvloeden door persoonlijke voorkeuren. Op het EK speelde dat bij mij geen rol. Ik kan mijn plaatsingen van Van Grunsven op puur technische gronden verdedigen. Een jurylid moet in principe nergens warm of koud van worden. In het dagelijse leven ben ik al nauwelijks emotioneel, dus dat zit bij mij wel goed.”

Daarnaast was er een opmerkelijke wijziging bij de sponsoring van een van de wedstrijden. De Cesaro Trophy voor aankomende Nederlandse topspringpaarden werd gisteravond onder de naam Hans Anders Trophy gereden. Rob Eras, springruiter achter de sponsornaam Cesaro, gooide de handdoek in de ring, omdat hij op grond van huidige kwaliteiten en sportieve overwegingen niet tot het internationale deelnemersveld van Jumping Amsterdam was toegelaten. Dan ook geen finale van de Cesaro Trophy, vond Eras, die inmiddels een rechtzaak overweegt, omdat hij zijn naam geschaad vindt. Bij monde van Leon Melchior sprong Hans Anders in het gat en zo kon Jos Lansink toch het normale prijzengeld voor zijn overwinning opstrijken.

Voor morgen staan in de RAI de wereldbekerwedstrijden dressuur en springen op het programma. In de toekomst, zo werd bekend gemaakt, krijgt de wereldbekercyclus naast Volvo ook de Ricoh als co-sponsor.