Pokerspel in Washington kent geen regels

WASHINGTON, 4 NOV. De Amerikaanse regering en de Republikeinse meerderheid in het Congres spelen hoog spel, met als inzet de kredietwaardigheid van het land. President Clinton heeft de Republikeinen beschuldigd van “pure economische chantage”. Zij op hun beurt kaatsen terug dat de regering zich bezondigt aan bangmakerij en politieke spelletjes.

Minister van financiën Robert E. Rubin, die in de 26 jaar dat hij als effectenmakelaar op Wall Street werkte een reputatie heeft opgebouwd als integer financieel deskundige, zou inmiddels “te politiek” geworden zijn om nog vertrouwd te kunnen worden.

Die harde woorden over en weer begeleiden een politiek pokerspel, waarvan de regels niet vaststaan. De Republikeinen hebben in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat een wetsvoorstel voor de begroting aangenomen, dat het begrotingstekort in zeven jaar terugbrengt tot nul en dat een ingrijpende herziening van (en bezuiniging op) de sociale zekerheid betekent. Terwijl Huis en Senaat nog bezig zijn hun versies, die onderling enigszins van elkaar verschillen, om te smeden tot één gezamenlijk wetsontwerp, heeft de president al aangekondigd dat begrotingsplan met zijn veto te zullen treffen.

Maar de Republikeinse leiders hebben een middel om Clinton onder druk te zetten en wellicht een akkoord af te dwingen. De regering moet om haar rekeningen nog te kunnen betalen op korte termijn toestemming van het Congres krijgen om meer te lenen dan het zogeheten 'schuldenplafond' (dat ligt op 4,9 biljoen dollar) toelaat. Die toestemming willen de Republikeinen alleen geven als de president de hoofdpunten van hun begroting accepteert.

Met argusogen kijken de financiële markten ondertussen toe. Hoe Wall Street met zijn fameuze onvoorspelbaarheid zal reageren als de Amerikaanse schatkist niet aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen, laat zich slechts raden. Hoewel de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Newt Gingrich, zich deze week door een viertal deskundigen heeft laten uitleggen dat de markten verstandig genoeg zijn om niet in paniek te raken, is de minister van financiën daar bepaald niet zeker van.

“Goedkeuring van de begroting en verhoging van het schuldenplafond zijn twee verschillende zaken, die niet aan elkaar gekoppeld moeten worden. Ze hebben niets met elkaar te maken”, zegt Rubin in een gesprek met een groepje Europese journalisten. “Wat er op korte termijn gebeurt als we onze betalingsverplichtingen niet nakomen, is zo moeilijk te voorspellen, daar wil ik me niet over uitlaten. Maar op lange termijn zal het ernstige gevolgen hebben. Over twintig jaar zullen we meer betalen voor geleend geld wanneer we nu voor het eerst in de geschiedenis onze verplichtingen verzaken. Dan hangt er een vraagteken boven de betrouwbaarheid van de verplichtingen die je aangaat. Maar ik denk niet dat het zover komt. Ook gezien de druk van de markten om ons heen, zal er uiteindelijk wel overeenstemming komen.”

Een veto van de president kan in het Congres alleen ongedaan gemaakt worden door een tweederde meerderheid, en die lijkt er niet te bestaan. Dit verplicht beide kanten welhaast, voor of na een presidentieel veto, tot een vergelijk te komen.

De regels van het harde spel dat gespeeld wordt zijn niemand helemaal duidelijk. Niet alleen is de reactie van de markten op een tijdelijk verzaken van de betalingsverplichtingen onzeker, ook het precieze moment waarop de schatkist leeg is en er nieuw geld geleend moet worden is - zelfs door het ministerie - niet precies vast te stellen.

Al weken lang onderzoeken ambtenaren van Rubin wat de mogelijkheden zijn om zolang mogelijk voort te kunnen zonder nieuwe leningen. Een cruciale datum lijkt in elk geval 15 november, wanneer de schatkist een rentebetaling van 25 miljard dollar op staatsobligaties moet doen. “Voor die tijd moet of het schuldenplafond verhoogd zijn”, aldus Rubin, “of het ministerie moet bijzonder ongebruikelijke stappen nemen, waarbij allerlei juridische vragen komen kijken.”

Rubin wil over die laatste mogelijkheid niet in detail treden, “omdat je daar pas echt iets over kunt zeggen als de situatie zich aandient.” Maar in de pers wordt gespeculeerd over de mogelijkheid dat de regering bijvoorbeeld de AOW-uitkeringen voor 1 december niet zal betalen aan de 43 miljoen Amerikanen die daar aanspraak op kunnen maken. De politieke gevolgen daarvan kunnen groot zijn, en beide partijen doen hun uiterste best bij voorbaat de schuld op de ander te schuiven. Ook kan de overheid zich genoodzaakt zien allerlei overheidsdiensten te sluiten. In 1990 gebeurde dat bijvoorbeeld.

De Republikeinen hebben er donderdag mee ingestemd een kleine, tijdelijke verhoging van het plafond te zullen goedkeuren, zodat de regering weer twee tot drie weken voort kan. Maar hieraan zullen ook voorwaarden verbonden worden, die Clinton waarschijnlijk niet zullen bevallen. Analisten op Wall Street lijken niet onder de indruk van het gebaar. “Beide partijen stellen zo het moment van de confrontatie uit”, zei een van hen gisteren in de Wall Street Journal.

Hoewel Rubin zegt te vertrouwen op een goede afloop, ontkent hij niet dat de meningsverschillen tussen de president en de Republikeinen groot zijn. Weliswaar heeft de president vorige maand gezegd dat ook hij het nu mogelijk acht het tekort in zeven jaar terug te brengen tot nul, maar een aantal van de maatregelen waarmee de Republikeinen dat willen bereiken heeft hij scherp veroordeeld. “De president heeft een aantal kernbeginselen: gezondheidszorg, onderwijs en milieu ”, aldus Rubin. “Die moeten in de begroting gerespecteerd worden. De Republikeinen willen Medicaid (de ziektekostenverzekering voor arme Amerikanen) decimeren. Dat gaat de president bijvoorbeeld veel te ver.”

Op Capitol Hill wordt dezer dagen veel gespeculeerd over een mogelijke financiële meevaller uit onverwachte hoek, die verlichting zou kunnen brengen in de de gespannen situatie. Het Amerikaanse prijsindexcijfer (consumer price index, of CPI) blijkt de toename in de kosten van levensonderhoud al jaren te hoog in te schatten. Volgens een rapport van vijf eminente economen is het inflatiecijfer dat voor het PCI gebruikt wordt zelfs 1,5 procentpunt te hoog. Een correctie zou enorme gevolgen hebben voor de begroting, want dan zou de overheid veel minder kwijt zijn aan uitkeringen en ambtenarensalarissen, die jaarlijks worden aangepast op basis van dat prijsindexcijfer.

Aanvankelijk riep Gingrich toen het nieuws hem bereikte: “We hebben een handvol bureaucraten die een fout in hun berekeningen maken. Als ze het niet binnen een maand hebben rechtgezet, schaffen we ze af.” W'll zero them out, zei Gingrich in vrijwel onvertaalbaar Amerikaans. Maar de instelling die verantwoordelijk is voor de berekening, het Bureau voor Arbeids Statistieken, laat zich niet zo makkelijk opjutten. Het toont zich erg terughoudend de politiek tevreden te stellen met de snelle aanpassing van de cijfers, ook al zou die een aantal lastige begrotingsproblemen als bij toverslag oplossen.

Rubin wil slechts zeggen dat het “een complexe kwestie is, waarbij technische analyse de doorslag moet geven”. Het klinkt in de weloverwogen langzaam uitgesproken woorden meer als het uitgangspunt voor enkele weken van spannende begrotingsonderhandelingen, dan als het laatste woord.