Paspoort

Met de regelmaat van de klok verschijnen en kranten en tijdschriften artikelen van historici waarin zij zich beklagen over de geringe kennis van de vaderlandse geschiedenis onder de Nederlandse bevolking. Ook de Leidse hoogleraar en columnist H.L. Wesseling heeft hier in het verleden aandacht voor gevraagd. Het is derhalve opmerkelijk dat hij zich in zijn column 'Vaderlands verleden in eenvoud' (NRC Handelsblad, 26 oktober 1995) zo kritisch uitlaat over de royale aandacht voor de Nederlandse geschiedenis in het nieuwe paspoort. Hij had juist moeten toejuichen dat voortaan iedere Nederlander op reis met zijn eigen verleden wordt geconfronteerd.

De wijze waarop Wesseling kritiek levert op de hoeveelheid aandacht die aan de verschillende takken van de geschiedenis wordt besteed is discutabel. Zo beklaagt hij zich over het feit dat “vier admiraals” worden vermeld en geen enkele legeraanvoerder. Kennelijk ziet hij over het hoofd dat stadhouder Willem III is opgenomen, die in 1672-73 als kapitein-generaal een cruciale rol vervulde tijdens de verdediging tegen de Franse legers bij de waterlinie. Overigens noemt Wesseling J.C.J. van Speyk als een van de vier admiraals. Vroeger wist iedere scholier dat Van Speyk in de lage rang van luitenant-ter-zee in 1831 de lucht in vloog en alleen aan zijn heldendood zijn roem dankte. Zo blijkt er zelfs een hoogleraar in de geschiedenis uit het nieuwe Nederlandse paspoort nog iets op te steken.