Organisaties worden professioneler, maar niet beter

In NRC Handelsblad van donderdag 26 oktober betoogde A.W.M. Teulings dat het met de politie goed gaat en dat zij steeds professioneler wordt. J.A.M. Winnubst bestrijdt deze opvatting. Hij is van mening dat het professionaliseringsproces binnen en buiten de politie vaak niet goed uitwerkt.

Er waart een spook door veel geïndustrialiseerde landen en met name ook door het 'gelijke monniken, gelijke kappen'-Nederland. Organisaties mogen van de organisatie-adviseurs niet langer bureaucratisch zijn maar moeten zo snel mogelijk worden veranderd in zogenaamde professionele organisaties. Al het kwaad van de wereld wordt toegeschreven aan de 'oude', bureaucratische organisatie: ze zou te star zijn, te weinig veranderingsgericht, te hiërarchisch, te gesloten, te sterk genormeerd en gereguleerd, te veel op controle gebaseerd, niet voldoende klant- en marktgericht, te veel stafleden bevatten, te weinig autonomie geven aan werknemers, enzovoorts. Daarentegen is al het heil van de wereld te verwachten van de 'moderne', professionele organisatie met haar ontstaffing, verplatting, openheid, autonome werknemers, team-opbouw, innovatie-gerichtheid, klantgeoriënteerdheid, oriëntatie op de lijn, toetsing achteraf, enzovoorts.

Er zijn heel wat Nederlanders die de afgelopen tien jaar zijn blootgesteld aan reorganisaties, fusies, opheffingen, ingrijpende veranderingsprocessen en wat dies meer zij. Gebeurtenissen die onveranderd in de richting gingen van een meer 'professionele' organisatie. En er zijn tienduizenden mensen in de zijlijn van de samenleving terechtgekomen omdat zij het tempo waarin deze maatschappelijke 're-engineering' plaatsvond niet konden bolwerken. Hun plaats is ingenomen door jongeren die bereid zijn volgens de als waarschuwing bedoelde formule van Charles Handy (The empty raincoat, 1994) te werken: (1/2x2x3). Dat wil zeggen: werken met de helft van het stafpersoneel, tegen tweemaal zoveel salaris, maar dan driemaal zo produktief.

De puinhopen van de professionaliseringsprocessen treffen we nu aan bij vele overheids- en industriële organisaties. Voorbeelden die de laatste tijd in het nieuws zijn: de Spoorwegen, de Regionale Onderwijs Centra (ROC's) in het Middelbaar Beroepsonderwijs en zeker ook politie en justitie. Wat is er dan mis en waarom wordt die professionalisering toch steeds zo verdedigd als “teken van gezondheid” of “vitaliteit” (Teulings)?

Eerst dit, om misverstanden te voorkomen. Wat ik met Teulings deel is de mening dat de IRT-enquête-commissie te veel uitgaat van de bureaucratische, klassieke organisatie als ijkpunt. Dat is haar duidelijke vooringenomenheid. Wat Teulings niet ziet is dat zijn eigen pleidooi voor de professionalisering van de poltie al evenzeer van vooringenomenheid getuigt. Hij beschrijft de CID'ers als een uiterst bekwame groep van professionals die vindingrijk en zelfs revolutionair aan het werk zijn geweest. Zij schiepen nieuwe benaderingen en dus ook nieuwe normen en regels. En zij kregen daartoe de ruimte van hun meerderen. Bijgevolg is de teleurstelling van deze groep dan ook groot, ongeveer naar analogie met Vietnamstrijders of Dutchbatters in Srebrenica.

Op dit laatste punt lopen zijn en mijn mening uiteen; de CID'ers zijn geen revolutionairen maar werknemers die hun boekje soms ver te buiten gingen waarbij zij zo autonoom werden dat de door hen geïnitieerde acties niet meer beheersbaar bleken. En niet meer te controleren. En hier komen we op een teer punt van de moderne organisatieleer.

Dat tere punt is dat we tamelijk veel weten over de voor- en nadelen van de klassieke, bureaucratische organisatie maar nog bitter weinig van de moderne professionele organisatie. En we moeten daarbij dan nog bedenken dat deze twee organisatievormen 'ideaaltypen' zijn. Er is minstens een aantal tussenvormen of mengvormen. Misschien is een dergelijke mengvorm wel zeer geëigend voor de van oudsher nogal hiërarchisch georiënteerde politie-organisatie. Dat er met de professionalisering van organisaties iets grondig misgaat is veel mensen in ieder geval duidelijk: het grote publiek en de werknemers in het algemeen hebben daar een duidelijker mening over dan de deskundigen.

Zo begrijpt iedere leek dat de ROC-vorming binnen het Middelbaar Beroepsonderwijs zal leiden tot zeer omvangrijke, onpersoonlijke en onhandelbare organisaties. De grootste ROC's zullen een omvang krijgen van 45.000 leerlingen. Daarbinnen zullen decentrale en dus zelfsturende en slecht gecontroleerde teams gegarandeerd zorgen voor de nodige chaos. En toch zet de overheid dit proces door.

Bij de Nederlandse Spoorwegen stijgt de sociale onrust door de voortdurende reorganisatie en professionalisering: het tempo van verandering ligt zo hoog dat voortdurend nieuwe groepen van personeel door het lint gaan. In de buraucratische organisatie van Mussolini liepen treinen stipt, maar in de moderne NS-organisatie lopen de treinen vaak helemaal niet meer en stijgt bij het personeel de ontevredenheid over het gebrek aan klantgerichtheid.

En dan politie en justitie. Er is misschien geen sector waar de veranderingsdrift zo heeft toegeslagen als daar. En er is misschien geen sector die, ondanks de enorme sommen geld die erin worden gestoken, zo ineffectief bezig is. En het publiek klaagt terecht over het gebrek aan zichtbaarheid van de politie op straat, over de afwezigheid van verkeerscontroles en over de janboel bij de misdaadbestrijding. Waar de fouten liggen?

1. Klakkeloos wordt overgegaan tot modernisering, re-engineering, informatisering en professionalisering van organisaties. Dit zonder wetenschappelijke onderbouwing en op grond van vlot geschreven boekjes die altijd te vinden zijn in de top-tien van de organisatie-literatuur. En geïntroduceerd met de mooiste computergestuurde sheets en flow-diagrammen die men ooit heeft gezien. 2. Het werkzame van de klassieke organisatie, te weten haar doelgerichtheid en rationaliteit en haar verantwoordingsplicht zijn zonder veel nadenken ingeruild voor een oncontroleerbaar teamdenken (ieder lid is verantwoordelijk dus is niemand dat meer). 3. In het professionaliseringsproces bestaat te weinig aandacht voor controle en toetsing. Deze aspecten blijven vaak onderbelicht, omdat ze geacht worden de 'professionele' autonomie te veel aan te tasten. Ook ligt het veranderingstempo vaak veel te hoog en wordt geen rekening gehouden met de 'menselijke maat'. 4. In het proces van de professionalisering worden te vaak sleutelfiguren in de organisatie buitenspel gezet, geïsoleerd en wordt hun vitale informatie onthouden. Voortdurend wordt gezag ondermijnd en genivelleerd.

5. In de professionele organisatie worden voortdurend zondebokken gezocht of gemaakt; het systeem heeft afwentelingsmechanismen nodig waardoor men ontkomt aan verwijten. In Nederland is het aantal personen dat de dupe is geweest van een dergelijk mechanisme snel stijgende. In feite werkt de IRT-enquêtecommissie hier stevig aan mee. 6. Deze zondebokken moeten worden gestraft, ontslagen en in ieder geval moet hun de normale afvloeiingsregeling worden onthouden. 7. De professionalisering leidt tot een veryupping van Nederland. Ondanks alle mooie woorden over een 'ouderenbeleid' blijken nog maar weinig werknemers boven de vijftig is staat te zijn aansluiting te vinden. De professionalisering is vooral een verjongingsproces, nauwelijks een vernieuwingsproces. 8. De professionalisering is niet gezonder of ongezonder dan meer klassieke manieren van organiseren: beide vormen hebben hun maatschappelijke en persoonlijke prijs. 9. Een te snel doorgevoerde verandering van een organisatie in de professionele richting leidt tot sociale onrust, verhoogd ziekteverzuim en vervroegde uittreding en veel stress en frustatie bij de deelnemers. 10. Dit laatste punt zou op korte termijn grondig verder onderzocht moeten worden.

Er is dus alle aanleiding een aantal premissen in de organisatieleer grondig opnieuw te doordenken en aan onderzoek te onderwerpen. Het begint erop te lijken dat de reorganisatiewoede die rondspookt meer slachtoffers eist dan dat zij leidt tot een duurzaam grotere efficiency en beter bedrijfsresultaat. Het is voor mij dan ook sterk de vraag of Philips' Centurion-operatie tot duurzame resultaten zal leiden. Politie en justitie doen er verstandig aan dit veel geroemde voorbeeld niet kritiekloos te volgen.