Morgen eerste ronde Poolse presidentsverkiezingen; Hard slaan op de littekens van het socialisme

Nog maar een half jaar geleden gaf niemand nog een zloty voor de kansen van Lech Walesa om bij de presidentsverkiezingen van morgen te worden herkozen. De zittende president had bijna een hele ambtstermijn lang over de grond gerold in zelf aangezwengelde conflicten met zijn vijf opeenvolgende premiers, of die nu van ex-communistischen of van anticommunistischen huize waren. Keer op keer had Walesa, in de jaren tachtig nog de drakendoder van het communisme en de held van de wachtenden in de broodrijen, pietluttige ruzies met het parlement, de regering, zijn ministers en de belangrijkste partijen ontketend en de politieke rust verstoord. De Polen hadden er schoon genoeg van. Zoals vroeger Walesa met zijn aanhang van Solidariteit op 1 mei demonstreerde tegen de rode macht, zo demonstreerden dit jaar op de eerste mei bejaarden tegen hèm. “Walesa moet weg!”

In juni weigerde de vakbond Solidariteit zelfs Walesa's kandidatuur te steunen, pas deze maand ging ze alsnog overstag, brommend en onderling verdeeld. In april prijkte Walesa nog zestiende en laatste in de populariteitscijfers, ver achter Aleksander Kwasniewski, de leider van de ex-communisten, de vertegenwoordiger van een gematigd, modern, intellectualistisch links; ver ook achter Jacek Kuron, de eeuwige dissident van vroeger die zijn eeuwige spijkerpak had uitgedaan en als minister van sociale zaken de vader van de gaarkeukens en de held van de geplaagde bejaarden was geworden; ver achter de saaie Tadeusz Mazowiecki, ver achter zelfs Leszek Balcerowicz, de meedogenloze architect van de schoktherapie, de Poolse weg naar het kapitalisme.

Iedereen had Walesa een half jaar geleden al zo'n beetje begraven. De enige die Walesa nog niet wilde uitsluiten als serieuze kandidaat was Kwasniewski. “Walesa stabiliseert het land op maandag, woensdag en vrijdag, terwijl hij het op dinsdag, donderdag en zaterdag destabiliseert. Als goed katholiek rust hij op zondag uit en zo blijft alles in evenwicht. Nu begint de campagne voor de presidentsverkiezingen en begint Walesa ook op zondag te werken. De vraag is nu hoe hij de zondag gebruikt,” zei hij, een half jaar geleden.

Welnu: Walesa heeft niet alleen de zondagen maar àlle dagen zo goed gebruikt dat het nu, luttele dagen voordat de Polen naar de stembus gaan om een nieuwe president te kiezen, heel vreemd moet lopen wil hij niet de tweede ronde halen (waarin de nummers een en twee van morgen tegen elkaar uitkomen), en in die tweede ronde, op 19 november, worden herkozen: de president is teruggekomen. In twee maanden rukte hij in de populariteitspolls op van vijf naar 26 procent aanhang en een tweede plaats. Bij een peiling van een week geleden werd voorspeld dat hij in een tweede ronde Kwasniewski met 40 tegen 39 procent net zou verslaan, gesteld natuurlijk dat deze twee morgen als eersten eindigen: de come back was volledig.

De Polen kunnen morgen kiezen uit vijftien kandidaten. Onder hen zijn bekende kopstukken: Walesa, Kwasniewski, leider van de ex-communistische SLD, de grootste partij van het land en de belangrijkste regeringspartij, ex-dissident Kuron, de ex-premiers Waldemar Pawlak en Jan Olszewski, de anticommunistische ijzervreter Leszek Moczulski die er altijd bij is, ombudsman Tadeusz Zielinski, en Hanna Gronkiewicz-Waltz, de president van de nationale bank, energiek, rechts, conservatief en christelijk, met zeer goede contacten met de kerk, die er geen geheim van maakte haar het liefst president te zien worden - reden waarom zij lang, heel lang, samen met Kuron tot de favorieten heeft behoord.

Naast die kopstukken doen morgen - natuurlijk - ook weer wat folklore-kandidaten mee die er wonder boven wonder in zijn geslaagd de 100.000 handtekeningen bij elkaar te krijgen die nodig waren voor een kandidatuur. De outsider van 1990, de schimmige populistische Pools-Peruaans-Canadese zakenman Timynski die toen Mazowiecki in de eerste ronde wipte, heeft het niet gered: hij bood elke Pool een dollar voor zijn handtekening, maar anders dan in 1990 kon hij de vereiste 100.000 handtekeningen niet bijeenbrengen. Ook de ooit bestrafte Boleslaw Tejkowski, die Polen als eeuwig slachtoffer van een joods-Duitse samenzwering ziet, faalde. Maar anderen slaagden wel, en zo doen morgen ook een cabaretier mee, en een acteur, een zakenman, een rector van een handelsacademie, een goudsmit die wegens de publikatie van een obsceen en fel antisemitisch boekje inmiddels in staat van beschuldiging is gesteld, en een fabrikant van bio-thermale inlegzooltjes tegen platvoeten, die moeiteloos 115.000 handtekeningen onder de dankbare afnemers van zijn produkt verzamelde. De schrijver Stalislaw Lem, deze week in Der Spiegel: “Onder de kandidaten zijn er tien aan wier geestelijke vermogens sterk moet worden getwijfeld.”

Maar volgens de peilingen maken er maar twee echt kans: Lech Walesa en Aleksander Kwasniewski. Zelfs Gronkiewicz-Waltz, maandenlang koploopster, is met een stemmenaandeel van drie procent bij de laatste peiling van midden deze week tot outsider gedegradeerd, alle steun van de kerk ten spijt.

Walesa's verkiezingsstrategie is - niet voor het eerst - de slimste geweest. Beter dan alle politici, waarnemers en journalisten die zijn val hadden voorspeld weet Walesa waarvoor de Polen bang zijn: beter dan alle anderen weet hij dat de littekens van vroeger nog pijn kunnen doen en angst kunnen inboezemen.

Daarop vooral stemde hij zijn campagne af. Aan de ene kant hamerde hij op zijn prestaties, want hij, Lech Walesa, heeft de afgelopen jaren de democratie verankerd, Polen de weg naar Europa op geholpen, de economie uit het dal getrokken, voor leningen, investeringen en schuldkwijtscheldingen gezorgd en de Russische troepen het land uitgezet. “Walesa kent de hele wereld!”, roepen zijn verkiezingsaffiches, bij foto's die hem tonen met koningin Elizabeth, met Clinton en Kohl en knielend aan de voeten van de paus.

Maar die andere pijler van zijn campagne was belangrijker: die bestond uit voortdurend hameren op de onbetrouwbaarheid van de ex-communisten, Aleksander Kwasniewski voorop, en op zijn eigen rol als enige garantie tegen een volledige machtsovername van die ex-communisten. Kwasniewski, aldus Walesa, heeft het communisme nooit echt afgezworen, als hij wint hebben de communisten alle belangrijke functies weer in handen, dan wordt Polen in het Westen niet serieus meer genomen en dan kunnen de Polen de begeerde lidmaatschappen van NAVO en EU wel vergeten.

Die argumenten heeft hij een jaar lang met zwaar verbaal geschut gehanteerd. De grote lijn: de ex-communisten deugen niet. Kwasniewski en (SLD-)premier Oleksy zijn “delinquenten”, zei hij in augustus. “Oleksy bedriegt wie hij kan bedriegen en liegt als hij kan liegen.” Hij communiceert alleen nog schriftelijk met zijn premier, of in het bijzijn van anderen, omdat Olesky “anders de weergave van de discussie vervalst”. Kwasniewski, aldus Walesa, is een onhervormde communist.

Zo werd het communisme van vroeger Walesa's campagnethema. Zelfs Gronkiewicz-Waltz moest het ontgelden, want hij, Walesa, zou haar na zijn herverkiezing direct ontslaan, omdat ze wordt gesteund door “post-communistische bankkringen” - net zoals hij trouwens de hele regering naar huis zal sturen, en het parlement, gedomineerd als het wordt door de ex-communisten.

Tegenover dat verbale geweld kon Kwasniewski weinig inbrengen. De 41-jarige SLD-leider, minister van jeugd en sport in de laatste communistische regeringen, in 1990 grafdelver van de communistische partij en oprichter van de sociaal-democratische partij, werd door Walesa's aanvallen in de verdediging gedrongen en kon uitsluitend roepen dat hij géén communist is, maar juist pro-NAVO, pro-EU en pro-democratie en nòg hervormingsgezinder dan de erfgenamen van Solidariteit. Maar die defensieve strategie kwam nauwelijks over, net zo min als zijn argument dat niet hij, maar Walesa de afgelopen jaren het politieke toneel op stelten heeft gezet. Kwasnewski kon zich beklagen over de vinnige campagne tegen hem, over lastercampagnes, over - bijvoorbeeld - de bewering dat hij eigenlijk een jood is die zijn naam heeft veranderd, een bewering, zei Kwasnewski, die zijn moeder zo had opgewonden dat ze deze zomer was gestorven.

En over de kerk kon hij zich beklagen, want die heeft met diverse pastorale brieven nogal schaamteloos gewaarschuwd tegen het gevaar dat met Kwasnewski “mensen aan de macht komen die ten tijde van het totalitaire regime deel hebben uitgemaakt van de hoogste leiding”. De Polen, zo vond het episcopaat, moeten niet stemmen op mensen die de rol van de Kerk willen reduceren tot die van een aan de staat onderworpen instantie. De aartsbisschop van Gdansk, Tadeusz Goclowski, vond zelfs dat Solidariteit in en na 1990 “te ver is gegaan in één aspect van het Christendom”, de christelijke vergevingsgezindheid namelijk jegens de vroegere communisten.

Zo is de strijd om het presidentschap uitgelopen op een gevecht waarbij hard is geslagen op de littekens van het socialistische systeem van vroeger. Kwasniewski is al jaren de stem van de rede in Polen. Maar Walesa weet beter dan wie ook dat in Polen emoties zwaarder wegen dan de rede. Zijn campagne is niet de netste, wel de slimste geweest, omdat hij aan die emoties heeft geappelleerd.

En het werkte, blijkens de peilingscijfers. Zij voorspellen dat Walesa morgen rond 26 procent van de stemmen krijgt en Kwasnewski 32 procent. De rest valt af voor de tweede ronde. En bij die tweede ronde maakt dan Walesa op 19 november een goede kans tegen Kwasnewski. Want Kwasnewski heeft een gedisciplineerde partij achter zich, een vaste aanhang van een kwart tot eenderde van het electoraat, maar veel meer zit er voor hem niet in: de rest van de Polen vertrouwt hem niet, of niet genoeg. Als Walesa dus morgen tweede wordt, kan alleen een wonder verhinderen dat hij op 19 november wordt herkozen.

Zo'n wonder is een extreem lage opkomst: die zou nog roet in Walesa's eten kunnen gooien. Kwasniewski's gedisciplineerde aanhang gaat stemmen - zoveel is zeker. Als de rest van de kiezers het laat afweten werkt dat in het voordeel van de SLD-leider. Dat die kans bestaat toont de opkomst bij de laatste tussentijdse verkiezingen in Szczecin en Wroclaw, begin oktober. Toen kwam maar respectievelijk 10 en 6,5 procent van de kiezers opdagen.