Melkertbaan

Naar aanleiding van de tweede aflevering in de serie over 'de Melkert-baan' (NRC Handelsblad, 31 oktober) het volgende. Uiteraard ben ik mij bewust van de mogelijke positieve uitwerkingen van een aanstelling als schoolhulp voor een ongehuwde moeder als Lenie Renne. Toch zijn er bij dit verschijnsel heel wat aanmerkingen te maken.

Een schoolhulp verschilt volgens mij absoluut niet van een onderwijsassistent. Ook al geeft mevrouw Renne niet frontaal les, ze is bezig met 'remedial teaching'. Ze zet ook al een documentatie-centrum op. En aan het eind bekent ze toch: “Ik moet maar gauw een cursus gaan doen. Ge zult uw neus maar stoten als er een kindje komt die uitleg vraagt en ge snapt het zelf niet.” Maar dan zou ze toch moeten kunnen terugvallen op de onderwijzer? Ze is immers geen onderwijsassistent, want “die helpen de leraren met lesgeven en beschikken tenminste over een mbo-diploma”. Is die cursus voor dat diploma?

Mevrouw Renne is in mijn ogen al zo'n onderwijsassistent en geen echte schoolhulp meer. Want een schoolhulp had een soort hulpconciërge moeten zijn, maar zij doet zelfs meer dan een gewone conciërge! En wat krijgt ze ervoor betaald? Een minimum-Melkert-loontje. Mevrouw Renne is er begrijpelijkerwijs blij mee, maar in feite is ze wel een erg triest voorbeeld van bezuinigen op de kosten voor onderwijzend personeel.