Kanaalzone

Wij hebben in Nederland een kanaalzone die als zij goed beheerd zou worden, net zo'n betekenis in de wereld zou kunnen krijgen als bijvoorbeeld de Panamakanaal-zone. Ik bedoel hier de regio rond het Noordzeekanaal van het Amsterdamse IJ tot en met de sluizen van IJmuiden. Op een gebied van zo'n 20 bij 30 vierkante kilometer ligt hier alles bij elkaar: een voortreffelijk woongebied met vier steden waarvan één wereldstad, een wereldluchthaven, een centrum voor telecommunicatie en een haven die de vergelijking met de meeste Noordeuropese havens goed kan doorstaan. Een ideale poort naar Europa. Naar groei en werkgelegenheid gemeten heeft het gebied het in het verleden niet slecht gedaan ondanks de vaak grote bestuurlijke onenigheden. Maar voor de toekomst ziet dat er somberder uit tenzij men de handen ineenslaat.

Met een aantal mensen uit het bedrijfsleven mocht ik dat probleem eens onderzoeken, en wat blijkt dan?

In de eerste plaats komt naar voren dat het gebied gemakkelijker kan groeien dan bijvoorbeeld het Rotterdamse havengebied, omdat het relatief meer met de haven verbonden industrie en dienstverlening omvat. Bij een verwachte groei voor de komende 15 tot 20 jaren van ruim 3 procent (hoger dan het Nederlandse gemiddelde) zal de werkgelegenheid echter maar 0.4 procent toenemen. Ook hier dus weer de baanloze groei. Hoe komt dat? Omdat bij een niet-gecoördineerde uitgifte van nog beschikbare bedrijfsterreinen deze goeddeels op zullen gaan aan te weinig werk biedende activiteiten. Overal stijgt de arbeidsproduktiviteit snel. Daarom moet men bij nieuwe terreinuitgifte veel selectiever te werk gaan. Dat lukt niet zonder bestuurlijke veranderingen.

Maar alvorens daarop in te gaan eerst wat anders. Ook voor de Noordzeekanaal-zone blijkt weer dat er in de lange-termijnplannen voor rail-, weg- en waterverbindingen soms vreemde knelpunten zitten. Misschien wordt er te weinig aandacht besteed aan de werk- en groeikansen van bepaalde regio's, maar in ieder geval waren die bottlenecks betrekkelijk gemakkelijk op te sporen. Met niet te veel geld, namelijk enige honderden miljoenen per jaar, zijn ze ook op te lossen. Op een bevolking van meer dan een miljoen is het niet meer dan enige honderden guldens per hoofd per jaar. Dat is te doen.

Soms staart men zich blind op een vermeend knelpunt en dan gebeurt er niets, omdat de gewenste voorziening te kostbaar is. In het gebied van het Noordzeekanaal zijn dat de sluizen van IJmuiden. Menigeen denkt dat de havenactiviteiten van Amsterdam en de andere gemeenten niet verder komen omdat de sluizen tot lange wachttijden leiden en zo de doorgang beperken. Met betrekkelijk goedkope middelen, zoals een extra middelgrote sluis, het niet varen maar overpompen van zand en dergelijke alsook enige voorzieningen voor het lichten van de zwaarste schepen, is dit op te lossen.

Niet bekend

Het lijkt allemaal niet zo opzienbarend, maar het kan voor de werkgelegenheid in het gebied enorm veel uitmaken. Gaat men door zoals in het verleden dan zal de op zichzelf aantrekkelijke groei van het gebied veel schaarse grond vereisen en weinig extra werk verschaffen. Er komen dan in twintig jaar maar enige duizenden arbeidsplaatsen bij. Doet men anders, bijvoorbeeld zoals hierboven geschetst, dan is er kans op ruim 36.000 arbeidsplaatsen meer. Maar dat vergt wel een hard beleid in de zin dat na de milieu- en woningbouweisen, die al door de politiek zijn geformuleerd, nu ook de werkgelegenheid echt zijn kans krijgt. Het vraagt een ander havenbeleid, niet gericht op tonnen lading, maar op havengebonden activiteiten die de meeste werkgelegenheid verschaffen. Voor bestuurders is dat een te zware opgave; laat het bedrijfsleven daar zelf voor zorgen.