'Ik heb een band met Ajax, maar voel me geen Ajacied meer'

In het hele land spelen voetballers die van Ajax afkomstig zijn. Bij PSV, dat morgen in het Olympisch Stadion bij de koploper van de eredivisie op bezoek gaat, lopen vijf voormalige Ajacieden rond: Jonk, Menzo, Vink, Wouters en manager Arnesen. Hoe is het met hun Ajax-gevoel gesteld?

MARCIANO VINK Onder contract bij Ajax: 1988-'93

“Dat gevoel voor Ajax zit diep van binnen. Mijn PSV-gevoel is sterker. Daar speel ik nu. Daar ligt mijn hart. Ik ben bij PSV een nieuw leven begonnen. Het gaat weer lekker met me. Alleen scoor ik nog niet. In mijn laatste seizoen bij Ajax maakte ik wel doelpunten aan de lopende band. Toen lukte alles. Zelfs toen ik geblesseerd op de bank zat en moest invallen, legde ik er een bal in. RKC-thuis. Het hele stadion riep mijn naam. Dat was voor het eerst dat ik kippevel kreeg. Zo'n moment vergeet ik nooit meer.

“Ik zat bij Ajax in een wereldgroep. Winter, Roy, de Boertjes, allemaal jongens die er vanaf de jeugd al speelden. We waren een soort familie. Je kende elkaar door en door. Toch mis ik het niet. Op een bepaald moment ben je aan iets nieuws toe. Het is geen sleur, maar toch. Bij PSV is de sfeer ook goed. Kijk maar eens hoe blij we zijn na een doelpunt. Dan zeggen we gekke dingen tegen elkaar in het veld. Net zoals bij Ajax, ja. Ik ben sinds mijn vertrek naar Genua nooit meer in het spelershome of in de kleedkamer geweest. Maar ik zie de jongens nog wel in Amsterdam. Met Ronald de Boer heb ik nog intensief contact. We bellen elkaar minstens één keer, soms twee keer per week. Dan praten we over Ajax. En ook over PSV.

“Ik verheug me er op om tegen Ajax te spelen. Het is voor mij voor het eerst. Vorig seizoen zat ik twee keer geblesseerd op de tribune. Het lijkt me een geweldige kick om nu eens zelf op het veld te staan. Elkaar in het veld een beetje opnaaien. Ajax draait als een trein. Maar wij doen het ook niet slecht. Ik kan hartstikke blij zijn als Ajax in de Champions League wint. Of om zo'n schitterend doelpunt van Ronald. Maar om die 6-1 tegen Roda in de competitie weer niet. Dat mag niet. Wij zijn de grote concurrent en moeten Ajax zien in te halen. En dat kan alleen als er punten worden verspeeld.”

STANLEY MENZO Onder contract bij Ajax: 1984-'94

“O nee, daar begin ik niet aan. Ik zeg niets over Ajax. Dat ligt in Eindhoven heel gevoelig, heb ik gemerkt. Tijdens de wedstrijd tegen Leeds United riepen de supporters over joden, dat sloeg nergens op. Maar het zegt genoeg. Ik ben een keer naar een supportersbijeenkomst van Ajax geweest. Nou, dat is me hier niet in dank afgenomen. Dus kan ik beter mijn mond maar houden.”

WIM JONK Onder contract bij Ajax: 1988-'93

“Ik ben er trots op dat ik dat rood-witte shirt heb aangehad. Ik hou van het voetbal dat Ajax speelt. Dat is smullen, fantastisch voetbal. Ik zou als liefhebber ook zo naar een wedstrijd van Ajax gaan. Dan maakt het toch niet uit dat ik bij PSV speel? Het is er alleen nog niet van gekomen. Ik heb een emotionele band met Ajax, maar ik voel me geen Ajacied meer. Dat gevoel verdwijnt als je naar een andere club gaat, denk ik. Natuurlijk draag ik de mooie herinneringen uit die tijd bij me.

“Het is een leuke uitdaging om tegen Ajax te spelen. We willen heel graag laten zien wat wij kunnen. Het kan een hele mooie wedstrijd worden. Wraakgevoelens? Welnee! Waarom? Ik had er vreselijk de pest over in dat Van Gaal mij in de bekerfinale van 1993 wisselde. Maar dat is geweest. Daar moet je dan niet meer over zeuren. Ik heb goed met Van Gaal gewerkt. En hij ook met mij.”

JAN WOUTERS Onder contract bij Ajax: 1986-'91

“Het is als oud-Ajacied best raar om tegen Ajax te voetballen. Als je er zelf speelt dan krijg je altijd clubs tegenover je die voor tweehonderd procent gemotiveerd zijn. Want die spelen tegen het grote Ajax. En dan sta je ineens zelf aan de andere kant. Nou heeft Ajax ook ontzag voor PSV. Er is in de wedstrijden tussen die twee clubs geen echte favoriet. Dat blijkt ook wel uit de uitslagen van de twee keer die ik heb meegedaan. We wonnen met 4-1 en we verloren met 4-1.

“Ik speelde tegen jongens die ik heel goed ken. Dat is ook vreemd. Daar merk je vooral vooraf wat van. Dan zie je elkaar, praat wat. Ik ben ook altijd wat nerveuzer. Tijdens de wedstrijd maakt het me niets meer uit of ik tegenover bekenden of onbekenden sta. Hoe aardig ze ook zijn. Je wilt toch altijd zelf winnen. Daarom heb ik er ook geen gevoel bij. Dat is dan weg. Na afloop ben je weer bekenden of zelfs vrienden.

“Natuurlijk is het vervelend dat ik niet kan spelen. Ik wil altijd spelen, maar zo'n wedstrijd tegen Ajax is extra leuk. Het is moeilijk toe te moeten kijken. Als je speelt valt de nervositeit al tijdens de warming-up van je af. Maar als je op de tribune zit, raak je dat vreemde rot gevoel niet kwijt. Ik hoop zondag op mooi voetbal, want ik ben een liefhebber. Als het echt niet anders kan, mag PSV ook in een slechte wedstrijd met 1-0 winnen. PSV is nu mijn club, maar de liefde voor Ajax gaat nooit weg. Ik ben in Amsterdam uitgegroeid tot international.”

FRANK ARNESEN Onder contract bij Ajax: 1975-'81

“Ik heb bijna een half voetballeven bij Ajax doorgebracht, vijfeneenhalf jaar. Ik kwam er als 19-jarige. Ik heb er veel geleerd en alle verwachtingen die ik had zijn er uitgekomen. Net zoals de andere clubs waar ik heb gespeeld, betekent Ajax iets extra's voor mij. Maar eigenlijk heb ik maar één echte club: Fremad Amager. Daar ben ik begonnen in Denemarken. Wat erna is gekomen is toch anders. Dan is voetbal je vak. Je bent professional, moet je stinkende best doen voor je club. Bobby Haarms is een echte Ajacied. Die zit daar van kinds af.

“Ajax heeft iets speciaals. Amsterdam, de grootste stad. Er heerst een mentaliteit van: wij zijn de besten. En dat wordt dan door iedereen geaccepteerd. PSV is niet zo. En moet ook nooit zo worden. Wij komen uit een provinciestad. Het gaat hier gemoedelijker dan in Amsterdam. Dat is toch niet negatief? Dat moeten we juist koesteren. We moeten er trots op zijn dat we jaar in, jaar uit bij de top behoren. Ik verbaas me vaak over de negatieve reacties van de mensen over PSV.

“Bij Ajax gaat het er hard aan toe. Keihard. Daar haalt één op de vijftig jeugdspelers het maar. Ik weet nog dat Sören Lerby en ik voor onze eerste training door Rinus Michels werden opgehaald. Hij reed in een oude blauwe Mercedes. We waren vereerd door de speciale behandeling. Maar Michels liet ons zien waar we op lijn acht konden stappen. 'Vanaf morgen pakken jullie die naar het stadion', zei hij. We moesten het verder zelf maar uitzoeken. Dat was Ajax, hè.

“Ik wil niet zeggen dat ik me bij PSV beter thuis voel dan bij Ajax. Ik heb me overal waar ik heb gespeeld goed gevoeld, ook bij Valencia en Anderlecht. Ik probeer altijd mijn stempel te drukken. Omschakelen is niet moeilijk. Ik ben prof. Ik kwam tijdens het seizoen 1985-'86 van Anderlecht naar PSV. Ajax wilde me ook hebben, maar PSV was slagvaardiger. Maandag of dinsdag begon ik in Eindhoven en vijf dagen later moesten we tegen Feyenoord spelen. Het werd 5-0, een fantastische middag. Ik weet nog dat mensen zich er over verbaasden dat ik al meteen zo enthousiast kon zijn voor mijn nieuwe club. Ik had enorm lopen juichen, zeiden ze. Voor mij was dat heel normaal. Zo'n gevoel begint meteen. Zodra je een PSV-shirt aanhebt, ben je PSV'er.

“Ik vond het niet raar om met PSV tegen Ajax te spelen. Vergeet niet dat er vijf jaar duurde voordat het voor mij zo ver was. Valencia en Anderlecht zaten er nog tussen. De meeste jongens gaan niet rechtstreeks van Ajax naar PSV. De clubs hebben een gentleman's agreement om geen spelers van elkaar weg te halen. Later, als ze ergens anders hebben gespeeld, kan het wel. Je zoekt spelers die bij PSV passen. En dat zijn soms ex-Ajacieden. Ik speelde zelf dus ook niet van de ene op de andere dag tegen mijn oude ploeggenoten. Dat zou misschien wel een vreemd gevoel zijn geweest.

“Nee, voor mij waren het gewone wedstrijden. Nou ja, gewoon. Ontmoetingen tussen Ajax, Feyenoord en PSV zijn natuurlijk dé wedstrijden. Daar leef je naartoe.”