Hoogezands glasvezelbedrijf PPG herstelt zich van crisis

HOOGEZAND, 4 NOV. Het dal was diep. In 1991 verloren 460 van de 1.360 werknemers er hun baan. Een grote klap voor de regio. Maar PPG Industries Fiber Glass in Hoogezand is nu uit de malaise. De werkgelegenheid bij het bedrijf groeit weer. Ruim 100 tijdelijke krachten krijgen in de komende tijd een vaste baan.

“We kunnen niet aan de vraag van de markt voldoen”, zegt directeur E.B Schmied van de glasvezelfabriek. De opening van een nieuwe installatie voor biologische zuivering van afvalwater, gisteren door commissaris der koningin H. Vonhoff, onderstreept de bloei van PPG (Pittsburgh Plate Glass). Het bedrijf heeft sinds 1991 voor 20 miljoen gulden in milieu-maatregelen geïnvesteerd. Toen PPG voor 1991 nog Silenka heette, stond het bekend als het meest vervuilende bedrijf in Groningen. Dankzij de nieuwe installatie is volgens PPG het afvalwater nu zo schoon dat het op het Winschoterdiep kan worden.

PPG is een internationaal concern dat naast glasvezels producent is van verven, harsen, vlak- en bewerkt glas en chemicaliën. Wat glasvezels betreft is het de tweede grootste producent.

Vóór 1991 was de Hoogezandster glasvezelfabriek Silenka een joint venture van Akzo Nobel, PPG en de noordelijke ontwikkelingsmaatschappij NOM, met ieder één derde van de aandelen. De fabriek kreeg na het topjaar 1989 begin jaren negentig door de economische malaise te maken met een diepe inzinking. PPG besloot daarom in 1991 Akzo en de NOM uit te kopen en één van de drie ovens uit produktie te nemen. Door de reorganisatie en natuurlijk verloop liep het aantal werknemers terug tot 800.

Vooral onder invloed van de verbeterde conjunctuur is het tij nu gekeerd. In 1994 maakte PPG al een winst van 11,5 miljoen gulden bij een omzet van 170 miljoen gulden. Schmied verwacht dit jaar uit te komen op 190 miljoen gulden omzet en ruim een verdubbeling van de winst.

Glasvezel is volgens Schmied een sterk cyclisch produkt, omdat de klanten vooral gezocht moeten worden in de chemische- en automobielindustrie, die beide ook sterk afhangen van de economisch situatie. De verwachtingen zijn gunstig: “De markt voor glasvezels zal de komende jaren nog vijf procent per jaar toenemen. Wij zijn dus optimistisch gestemd.”

Zand, klei en kalksteen vormen de belangrijkste grondstoffen voor de glasvezels van PPG. Het betreft zogeheten E-glas-filamenten met een doorsnede van 9 tot 20 microgram. Deze zijn geschikt als bindmiddel of versteviging van kunststoffen, die voor de meest uiteenlopende toepassingen worden gebruikt. “Van auto's en printplaten voor computers tot telefoons”, zegt Schmied.

Volgens hem is vooral de bouw in Oost-Europa aangetrokken, omdat 'ouderwetse' bouwmaterialen nu worden vervangen door moderne kunststoffen. Toch richt PPG zich niet speciaal op Oost-Europa. Schmied verwacht meer van vernieuwingen in de automobielindustrie, waar kunststoffen steeds meer in zwang raken. Zo is General Electrics in Bergen op Zoom bezig te experimenteren om kunststofplaten in een mal tot een kant-en-klaar carrosserie te persen. Daardoor worden auto's lichter en is roest verleden tijd. Dat kunststof in toenemende mate wordt gerecycled vormt geen bedreiging voor PPG. “Het moet altijd opnieuw worden versterkt. Daarvoor zijn onze vezels nodig.”

Op het oude niveau van werkgelegenheid zal PPG wel niet meer terugkeren, verwacht Schmied. Dankzij efficiency-maatregelen zijn minder mensen nodig om betere resultaten te halen. In 1989 produceerden drie ovens 48.000 ton glasvezels. Dit jaar wordt meer dan 52.000 ton gehaald met tweeënhalve oven.