Honest Abe

Abraham Lincoln heeft meer biografen geïnspireerd dan enige president van de Verenigde Staten voor hem of na hem. Volgens een berekening van de Roosevelt-biograaf Geoffrey C. Ward in de New York Times Book Review van 22 oktober, staat de historiografische boekhouding sinds de nieuwste 'Lincoln' van David Donald nu op zevenduizend levensbeschrijvingen van de 16de president van de Verenigde Staten. Het komt er ruwweg op neer dat de biografische industrie sinds het einde van de Burgeroorlog gemiddeld één 'Lincoln' per week heeft geproduceerd. (Over Napoleon zijn naar schatting vijf keer zoveel biografieën verschenen; als we het aantal serieus te nemen titels op een tiende daarvan stellen, kan geen enkele biograaf die allemaal gelezen hebben).

Bij zo'n immense produktie hoef ik me niet te verontschuldigen dat ik er nog een achterstallig ben. Donald's 'Lincoln' heb ik nog niet gelezen, wel Michael Burlingame's een-na-nieuwste Lincoln-biografie (ofwel nummer 6.999) en een al weer iets oudere monografie van de onvermoeibare politieke historicus Garry Wills over Lincolns redevoering in Gettysburg, een uit-en-ter-na bekende toespraak over de rechtsgelijkheid van blanken en zwarten, waarin Wills weer vele nieuwe 'betekenislagen' heeft ontdekt (Wills, Lincoln at Gettysburg, Touchstone Books, New York, 315 blz.).

Burlingame's 'Lincoln' is een psychobiografie waarin de auteur (hoogleraar geschiedenis aan het Connecticut College, New London) zich geestdriftig afzwoegt om de innerlijke drijfveren van zijn onderwerp te verklaren. Hoewel de meeste publikaties in dit genre tamelijk snel vermoeien, is dit een amusant boek, waarin Burlingame bovendien intelligent speculeert over Lincolns moeilijk grijpbare karakter (Burlingame, The Inner World of Abraham Lincoln, U. of Illinois Press, Chicago, 380 blz.) Ook het zedelijk gehalte van mevrouw Lincoln, die grote kieskeurigheid aan opportunisme paarde, krijgt Burlingame's volle aandacht. Ze was een bazig monster dat haar eigen gang ging, weinig constitutionele scrupules had, geen enkel privilege van haar positie als First Lady ongebruikt liet en doorlopend gunsten voor haar vrienden verlangde. Maar ook Mary (Todd) Lincoln had haar vermakelijke kanten.

De vrouw van de president liet zich geen knollen voor citroenen verkopen en wee de bedrieger die haar pad kruiste. Elk geschenk dat ze kreeg onderwierp ze aan een streng onderzoek. Met de ring die een bevriende vleier haar ten geschenke gaf en die de weldoener volgens eigen zeggen “verscheidene honderden dollars” had gekost, ging ze naar een juwelier in New York, die de waarde ervan op $ 18 schatte. Zonder omwegen retourneerde ze het prul aan de gever. Mary Todd exploiteerde het 'ambt' van rechterhand van de president schaamteloos ten eigen bate en ze geneerde er zich niet voor om sollicitanten naar overheidsfuncties die haar hulp inriepen financieel een arm uit te draaien. Aannemers die bij regeringsopdrachten belang hadden kochten haar gemakkelijk om. De archieven bevatten tal van kwitanties en administratieve boekingen ten name van Mary Lincoln in de orde van tien- en twintigduizend dollar. Maar ze zag er ook op toe dat haar man zich geen adviseurs met een duister verleden liet opdringen. Ze voorkwam meer dan één benoeming van kandidaten voor een ministerspost; ze protesteerde bij Lincoln dat de man door wie hij zich zojuist had laten innemen een strafblad had of een dubieus zakenverleden dat ten onrechte niet was onderzocht.

Lincoln was tegen de bemoeizuchtige Mary Todd (die ook hinderlijke tirannieke trekken had) niet opgewassen, maar tegenover lieden die hem gunsten probeerden te ontwringen - en dat waren de meeste bezoekers - was hij onvermurwbaar. Burlingame doet een komische opgave van onbeschaamde handophouders en belangenbehartigers - die nog een ongescreende toegang tot het Witte Huis hadden - met wie Lincoln korte metten maakte. Wekten ze zijn woede (wat vaak gebeurde), dan liepen ze een goede kans eigenhandig door de president naar buiten te worden gewerkt. Soms zag men zo'n lobbyist met een trap na de werkkamer van de president uitvliegen. Lincoln had het minst op met de 'uitvinders' van de wapenindustrie. En de president betoonde zijn bezoekers in het geheel geen égards als hij te doen kreeg met wapenverkopers die al eerder bij het ministerie van oorlog waren afgewimpeld. Met een staande uitdrukking die Burlingame vaak weergeeft, maakte hij een eind aan de bespreking. “Good day, sir.” De in het algemeen goedgelovige maar gauw kwaad wordende Lincoln verloor ook gemakkelijk zijn geduld met Congrescommissies die te veel woorden vuil maakten aan kwalificaties over wapens die naar zijn mening ook op een blocnotevel zouden kunnen worden geschreven. Hij weigerde dikke rapporten te lezen en stuurde ze naar het Congres terug met een aanbeveling om het Gezond Verstand meer tot zijn recht te laten komen. “If I send a man to buy a horse for me, I expect him to tell me his points - not how many hairs there are in his tail.”

Abraham Lincoln doet me vaak aan Vader Drees denken: door de legende gebeatificeerd en van zijn gewone-menseneigenschappen ontdaan, maar onder de biografische microscoop, dus in werkelijkheid, veel menselijker en geslepener dan we sinds lang gedacht hebben. Lincoln werkte de legende ook zelf in de hand. Tegen bakkeleiende partijgenoten uit Pennsylvania, die zijn arbitrage inriepen, zei hij dat politieke stokebranden en intriganten hem zeer tegenstonden. In feite was er echter niets van het politieke handwerk dat Lincoln niet onder de knie had. Uit Michael Burlingame's boek en uit dat van David Donald (aldus Ward) blijkt zonneklaar dat Abraham Lincoln alle kneepjes van de politiek kende. Lincoln was praktisch autodidact toen hij tot president werd benoemd, hij had nooit meer dan zijn eigen twee-mansadvocatenkantoor geleid en vrijwel niets van de wereld gezien. Maar de wijsheid die hij had opgedaan in de provinciale rechtspraktijk en de politiek van Illinois bepaalde uiteindelijk het verschil. In de provincie had hij geleerd aan zijn eigen oordeel vast te houden, maar ook hoe hij de publieke opinie moest bespelen, hoe hij de techniek van pappen en nathouden moest toepassen. En vooral hoe hij het wonderen verrichtende benoemingsrecht tot zijn voordeel moest aanwenden.