Hollands Dagboek: David Hockney

De Britse kunstenaar David Hockney (1937) maakte in de jaren '60 furore als telg van de Pop-Art-Generatie en is nog steeds de populairste schilder van Engeland. Dertig jaar geleden werd zijn werk voor het eerst in Nederland geëxposeerd. Vorige week was Hockney in Rotterdam om in Museum Boymans-van Beuningen een tentoonstelling met schilderijen van zijn teckels, stillevens, landschappen en fotokopieën in te richten. Afgelopen zaterdag werd de expositie geopend met een teckelrace.

Woensdag 25 oktober

De eerste KLM-vlucht naar Rotterdam genomen, die de laatste bleek te zijn waarop je mag roken. De volgende dag zou het allemaal no smoking zijn. Ik liet me mijn sigaret smaken en verdedigde het roken tegenover de stewardess, die me gelijk gaf. Misschien dat ik nu in een béétje een verstandig land kom.

In het museum waren ze bezig de schilderijen op te hangen aan de hand van mijn gedetailleerde opzet.

Ik had een leuke avond met vrienden die in een coffeeshop wat marihuana hadden gekocht. Ja, het ìs een verstandig land. Hier zou je een fatsoenlijk leven kunnen leiden.

Donderdag

Ze waren klaar met ophangen, maar ik vond het allemaal te laag. Het leek wel voor hondjes bedoeld, dus stelde ik voor om alles 44 centimeter hoger te hangen. Ze sputterden tegen, maar na een deel te hebben verplaatst gaven ze me gelijk en gingen ze enthousiast aan de slag. Kort na de lunch met de bankiers van hiernaast en een paar diplomaten waren ze ermee klaar.

Ik zat naast de Britse ambassadeur, tegen wie ik vriendelijk babbelend zei dat het zo jammer was dat ik mijn honden niet mee kon nemen naar Engeland. Hij nam het natuurlijk op voor de status quo, maar ik wees er toch op dat de Nederlanders dol zijn op honden - je ziet ze overal, in hotels, in restaurants en in grote winkels. Wat een verstandig land. Dat zie je gewoon niet in Engeland, waar vervelende, bekrompen ambtenaren het overal voor het zeggen hebben en een hoop mensen moedeloos maken.

Ik ben de lunch redelijk doorgekomen, wat me gewoonlijk niet meevalt, want mijn gehoor is achteruitgegaan, zodat ik in drukke vertrekken de mensen moeilijk kan verstaan.

Ralph Kröner, een advocaat, vroeg of ik zin had om een Rotterdamse kunstenaar te bezoeken. Om zes uur nam hij me mee naar het atelier van Rien Bout. Het leek het oude Parijs wel: we moesten een trap op die zo steil was dat je het beter een ladder kon noemen, maar de sfeer beviel me goed en mijn gastheren waren heel vriendelijk.

Hij liet me zijn schilderijen en foto's zien, waaruit naar mijn idee een Nederlands ruimtegevoel sprak. We dronken rode wijn en praatten een uurtje genoeglijk over tekenen, schilderen en fotografie.

's Avonds at ik met mijn assistenten Richard en Gregory en mijn oude vrienden Jeff Barhart en Beatrice Monti, die mijn werk dertig jaar geleden in Milaan hebben tentoongesteld. Zij helpt Gerd von Boehme met een televisieprogramma.

Nog een vegetarische sigaret gerookt en uitstekend geslapen.

Vrijdag

Ik trof mijn zus Margaret en Ken Watkey, die met de nachtboot uit Hull waren gekomen. Zij wonen in Bridlington aan de kust van Yorkshire, een stukje ten noorden van New Holland (op de zuidoever van de Humber).

De definitieve opstelling van de schilderijen bekeken, allemaal tegen één wand, met langs de tegenoverliggende wand een rij witte stoelen, zodat de mensen de 67 werken op hun gemak kunnen bekijken.

Ik had het idee dat als je een beetje comfort verschaft, de mensen de tijd zouden kunnen nemen om het oog te laten ronddwalen en alle verbanden te ontdekken. Ik hoopte dat ze de delen zouden kunnen zien, dan het geheel, dan de som der delen en ten slotte het geheel met de som der delen.

De tentoonstelling heet 'Schilderijen en foto's van schilderijen' en omvat 59 schilderijen en 8 foto's.

De foto's zijn in mijn atelier zorgvuldig gemaakt op negatieven van 20 bij 25 centimeter, en met een digitale inkjetprinter afgedrukt op handgemaakt papier. Deze nieuwe methode levert sterk verzadigde kleuren op, die er een beetje anders uitzien dan fotokleuren.

Omdat alles in orde leek, ging ik terug om wat te rusten en een uurtje te lezen in William Blake van Peter Ackroyd, een schitterende biografie die net in Engeland verschenen is. Ik lees langzamer dan gewoonlijk, omdat het prachtig geschreven is en meteen al een levendig beeld oproept van Londen aan het einde van de achttiende eeuw.

's Avonds zette het museum ons een lekkere gebraden gans voor. Ik bedankte ze voor hun hulp. Dertig jaar geleden had ik mijn eerste tentoonstelling in een Amsterdams museum - het Stedelijk - en vijfentwintig jaar geleden een retrospectief in Boymans. Ik had de tentoonstelling van Matthew Barney gezien en zei dat ze er tot mijn voldoening nog altijd snel bij waren met jonge kunstenaars, terwijl ze toch ook upper middle age kunstenaars dulden.

Uit Londen waren nog meer vrienden overgekomen, en licht aangeschoten ging ik naar bed. Het hotel lag gelukkig bij het museum om de hoek.

Zaterdag

Bij het ontbijt las ik tot mijn afgrijzen in de Times dat een jongeman zonder strafblad tot een gevangenisstraf was veroordeeld omdat hij marihuana had verbouwd.

Treurig dat de Engelse gevangenissen blijkbaar vol zitten met fietsendieven en binnenhuistuinders. De grote dieven en schurken lopen vrij rond. Ik heb de pest aan de dorre Engelse gezagdragers; zij hebben de avonturiersgeest die Engeland past, ondermijnd. Ik zal wel niet de enige zijn die er zo over denkt, maar mij zit het in elk geval erg hoog.

Toen Blair zei dat hij nog nooit een joint had gerookt, maar dat hij, àls hij het zou hebben gedaan, niet zou hebben geïnhaleerd, werd ik niet goed. Weer zo'n huisbakken, amper nieuwsgierige schoolfrik - maar ik ben hier een minderheid. De huichelachtigheid straalt er gewoon vanaf: de meeste politieke leiders zijn immers op een of andere manier aan de drugs - bij ieder gesprek dat Kennedy met Chroesjtsjov voerde zat hij vol speed, zogenaamd op doktersvoorschrift.

Ik voelde sterk mee met die jongeman, want natuurlijk roken de gevangenen. Mijn gezonde verstand zegt me dat als ik cipier was, ik liefst rustige gevangenen zou hebben. De pers en het parlement denken zeker dat wij allemaal getikt zijn.

Genoeg. Ik ben met mijn familie uit Engeland naar Delft geweest, waar we een ochtend heerlijk hebben rondgewandeld. We hebben de kerk met het graf van Willem van Oranje bezocht.

Op tijd terug voor de teckelrace. Wat een prachtidee! Ik had nog nooit zo veel teckels bij elkaar gezien - met hun grappige karakter maakten ze iedereen aan het lachen.

Wat zijn het toch een schitterende beestjes. De meeste konden aan mijn broek mijn honden ruiken en het was of ik honderden nieuwe vrienden leerde kennen, want mensen met teckels lijken gevoel voor humor te hebben (en dus ook gevoel voor verhoudingen in het leven).

Daarna begaven wij ons naar een kerk tegenover het museum, waar ik werd geïnterviewd door Theo van Gogh. Hij deed het heel goed, liet mij bijna steeds aan het woord. Het zal wel mijn gewone geouwehoer zijn geweest, over de gebruikelijke onderwerpen - hoe slecht het televisiebeeld is, zonder oppervlaktestructuur, en altijd die opzichtige kleuren - het lijkt of het de wereld visueel heeft verarmd, en zijn visie is veel te beperkt.

We staken met z'n allen de weg over voor de opening. Er was me een lekker biertje in het vooruitzicht gesteld om mijn droge keel te smeren, maar het kostte de nodige tijd om de trap op te komen, want iedereen wilde ansichtkaarten laten signeren. Ik probeerde dit te bespoedigen door alleen mijn initialen te zetten, maar sommige mensen kwamen dan terug voor de hele naam.

In de zaal was het druk, maar de zitgelegenheid die we hadden geregeld, voldeed heel goed: de mensen schoven zo nu en dan een plaats op en lieten op hun gemak de hele wand op zich inwerken.

De meeste vragen gingen over de spiksplinternieuwe afdruktechnieken van de foto's. Gelukkig zagen een paar mensen dat de kleurverzadiging heel dicht bij die van olieverf kwam.

Ik geloof dat het effect precies zo was als op het schaalmodel dat we in Californië hadden gemaakt.

Na het eten met goede vrienden en mijn familie uit Engeland ging ik bijtijds naar bed met William Blake en een vegetarische sigaret.

Zondag

Ik had een busje gehuurd, waarmee we met z'n zevenen naar het Kröller-Müllermuseum konden. Geweldig om het werk van Van Gogh te zien, die voor mij de absolute top is. Het Caféterras bij avond had ik bij mijn vorige bezoek, zo'n twaalf jaar geleden, besproken voor een televisieprogramma van de BBC, maar ik was vooral stuk van het schilderij van de cipressen, dat met zijn gul opgebrachte verf werkelijk niet te reproduceren is. Ik heb er een kwartier voor gestaan.

De beeldentuin is prachtig; wat enig om als je een hoek omslaat, ineens de reusachtige blauwe troffel van Claes Oldenburg uit de grond te zien steken.

's Avonds at ik met mijn oudste vrienden, David en Ann uit Londen, en mijn zus Margaret en haar vriend Ken. We spraken over de Nederlandse schilderkunst. Margaret zei dat zij de volgende dag naar Den Haag zouden gaan alvorens de Noordzee weer over te steken.

Maandag

Van Schiphol vertrok ik met een niet-rokenvlucht naar München, waar ik de avond doorbracht met het fotograferen van een vertrek dat ik had beschilderd in het Haus der Kunst. Het was een grote ruimte - het zijn echt magnifieke zalen.

Ze hadden zestien werken geleend die ik in 1980 had gemaakt voor drie Franse muziektheaterstukken in één programma in de Metropolitan Opera in New York. Ze hadden voorgesteld dat ik het vertrek zou beschilderen; ik heb wat met de ruimte gespeeld en clownsfiguren geschilderd die de schilderijen verplaatsen of vasthouden, of als suppoost optreden - één was er in slaap gevallen. Het deed de schilderijen zeker goed, maar omdat de wanden over een week of drie worden overschilderd, ben ik samen met mijn assistent Richard en een hele geschikte fotograaf uit München een tijd bezig geweest om ze met een prachtige gehuurde camera op grote negatieven te fotograferen.

Geen vegetarische sigaretten meer, dus ik vertrok naar mijn kamer met Jack Daniels en William Blake.

Dinsdag

BMW was zo vriendelijk een chauffeur te sturen om ons naar Neuschwanstein te brengen, maar eerst liet ik Richard de Amalienburg zien, met haar beeldschone blauw-met-grijze vertrekken en met zilver versierde spiegels.

Het was drie uur rijden naar Ludwigs machtige kasteel, dat niet is ontworpen door een architect, maar door de decorontwerper van de Münchense opera. (Hadden ze dat voor het nieuwe vliegveld ook maar gedaan.) Het is één grandioos theatergebeuren. Op de weg terug naar München merkte ik op dat wij meer gekken zoals Ludwig nodig hebben. Hij heeft zijn geld tenminste met veel fantasie uitgegeven aan mortel en baksteen - stukken beter dan het weg te stoppen op een Zwitserse bank, zoals ze tegenwoordig doen, en wie zal daar over honderd jaar iets aan hebben?

Woensdag 1 november

Vandaag ga ik de Münchense musea bezoeken. Vanavond vertrek ik per Wagons-Lits naar Parijs om Cézanne te gaan bekijken (ik heb een kaartje besteld voor morgenochtend om half elf). Daarna neem ik de trein naar Londen - mijn eerste kennismaking met de 'Tunnel'.