Gezinsvoogden eisen meer loon voor moeilijk werk

Gezinsvoogden krijgen in hun werk te maken met incest, geweld, criminele jongeren, psychisch gestoorde ouders, alcoholisme, drugs en kindermishandeling. Zij voeren de komende tijd actie voor een hoger loon.

UTRECHT, 4 NOV. Veel hulpeloze ouders houden de deur voor 'buitenstaanders' gesloten. Zeker gezinsvoogden komen er niet in - die komen immers de kinderen halen en daar wordt niemand beter van. De gezinsvoogd wordt vaak gezien als een boosdoener die zich wil 'bemoeien' met het gezin. “Het duurt meestal lang voordat we ouders ervan kunnen overtuigen dat we de kinderen niet uit huis willen plaatsen maar dat we het gezin willen redden van de ondergang”, zegt T. Onderstijn. Zij is bijna vijfentwintig jaar gezinsvoogd in Friesland en begeleidde zo'n vijfhonderd pupillen. 'Helpen met de opvoeding' is een van de belangrijkste taken van de gezinsvoogden.

De circa 1.200 Nederlandse gezinsvoogden voeren de komende weken actie voor een beter salaris. Al jaren verdienen ze minder dan maatschappelijk werkers bij de Raad van de Kinderbescherming en reclasseringsambtenaren, omdat ze onder een andere cao vallen. Dat pikken ze niet langer. Ze doen hetzelfde soort werk: gedwongen hulpverlening aan mensen die daar niet altijd van gediend zijn.

Een gezinsvoogd wordt door de kinderrechter toegewezen aan kinderen die worden bedreigd met 'lichamelijke of zedelijke ondergang', aldus de wet. De gezinsvoogd neemt een deel van het gezag over het kind over. Voor de duur van de 'ondertoezichtstelling' weegt zijn woord zwaarder dan dat van de ouders. “In Nederland is het gezin heilig, dus dat is een gigantische ingreep”, stelt R. van Asperen (45), gezinsvoogd in de regio Midden-Nederland en woordvoerder van het actiecomité. “Ouders zijn een deel van hun vrijheid kwijt.”

De Nederlandse gezinsvoogden zijn samen verantwoordelijk voor 20.000 ondertoezichtstellingen (ots) en nog eens 5.000 voogdijen waarbij de ouders geen enkele zeggenschap meer hebben over hun kinderen. Per 1 november is de Wet op de ondertoezichtstelling gewijzigd. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de ots, die tot dan bij de kinderrechter lag, ligt nu volledig bij de gezinsvoogdij-instelling. Konden de gezinsvoogden tot nu toe terugvallen op de autoriteit van de rechter ('Het moet van de rechter'), nu zijn zij aangewezen op hun eigen gezag.

Onderstijn (53), die nu meer dan twintig kinderen begeleidt, ziet dat niet als een probleem. “Gezag is prachtig maar gezag zonder overtuiging is gedoemd te falen. Dat is niet anders dan voorheen. Als je de kinderrechter nodig hebt om iets te bereiken - ga je onherroepelijk onderuit.” De nieuwe regeling heeft ook nadelen. Volgens Onderstijn was het vroeger mogelijk om 'creatieve oplossingen' te bedenken. Zo kon zij de 'echte ellende' een beetje 'verdoezelen' voor de gezinsleden en een beetje 'aanzetten' voor de rechter. In de nieuwe wet is voor enige vorm van 'manipulatie' geen ruimte meer. In protocollen staat precies omschreven wat in welke situatie te doen.

Gezinsvoogden krijgen in hun werk te maken met kindermishandeling, verwaarlozing, incest, criminele jongeren, psychisch gestoorde ouders, drugs, alcoholisme, geweld. De laatste jaren zijn de problemen ernstiger geworden, vindt Van Asperen. Uit zijn eigen praktijk noemt hij een jongen van vijftien die is betrokken bij een roofmoord, een meisje van dertien dat in de prostitutie dreigt te belanden, een baby van zeven maanden met een schedelbasisfractuur. “De ouders zeiden dat de wieg was ingestort.”

Ook de maatschappelijke druk neemt toe. De voogden moeten zich meer verantwoorden tegenover de samenleving en de cliënt. Dat betekent lang achter de computer zitten om rapporten op te stellen en zaken juridisch rond te krijgen en minder tijd voor de pupil. Van Asperen moet steeds vaker een beroep doen op derden (school, pleegouders, arts) om een beeld van zijn pupil te krijgen. De nieuwe wet doet de bureaucratie verder toenemen. De voogd mag dan meer beslissen, hij moet wel binnen een wettelijk vastgestelde termijn van elke beslissing een schriftelijk verslag opsturen naar de Raad van de Kinderbescherming, de kinderrechter en de betrokken ouders en kinderen. Dat laatste betekent ook zeer behoedzaam formuleren. “Als mensen zwart-op-wit zien wat jij over hen schrijft en vooral over die partner waar ze zo'n ruzie mee hebben, zitten ze zo in de gordijnen.”

Gezinsvoogd Onderstijn vreest dat de 'papieren hulpverlening' de jongeren niet ten goede komt. Zij moet nu steeds schriftelijk doelen opstellen voor gezin en kind. En daarna rapporteren of de doelen gehaald zijn. Onderstijn: “Daar zie ik tegen op. Je gaat toch niet opschrijven: mevrouw zal proberen minder te tieren en razen. En dan in het volgende rapport: kinderen laten moeders uittieren en uitrazen maar trekken zich verder niets van haar aan. Daar wordt toch niemand wijzer van?”

De gezinsvoogd beschikt over verschillende middelen om het leven van zijn 'pupil' te verbeteren. Hij kan ouders en/of kind dwingen hulp te zoeken bij een RIAGG, een maatschappelijk werker of psychiater inschakelen, een kind na schooltijd laten opvangen in een centrum waar het speciale aandacht krijgt. Ook kan hij besluiten over te gaan tot een 'Video Home Training', waarbij een hulpverlener filmopnamen maakt van het gezin die hij later samen met hen terugkijkt.

Als niets blijkt te helpen kan de gezinsvoogd besluiten tot de meest drastische maatregel: 'uithuisplaatsing' van het kind naar een pleeggezin of tehuis. Als de ouders niet akkoord gaan kan de uithuisplaatsing dwingend worden opgelegd door de rechter. Van Asperen: “Het vreselijkste dat ik heb meegemaakt was dat er letterlijk aan een kind werd getrokken. Aan de ene kant door de politie, aan de andere kant door de moeder. Dat kind was twaalf jaar oud.”

Kinderen tussen de 0 en 12 jaar die bij de ouders worden weggehaald, keren daar meestal ook niet meer terug. Als het probleem zo ernstig is - verslaafde moeder, incest, mishandeling - is het volgens Van Asperen niet in een jaar op te lossen. Ook oudere kinderen keren meestal niet terug, maar dan omdat ze begeleid zelfstandig gaan wonen. Soms zijn zij door hun ouders zelf op straat gezet. “Dan bellen ze op: neem dat loeder in godsnaam mee, ze haalt het bloed onder mijn nagels vandaan.”

De meeste beslissingen worden echter in overleg met alle betrokkenen genomen. Er gaan soms jaren van strijd, tegenslag en terugval - waarin de voogd letterlijk buiten de deur wordt gezet - overheen, voordat een gezinsvoogd zijn doel heeft bereikt en kan zeggen: “Ik ben blij dat we met elkaar zo ver gekomen zijn. En mocht het ooit misgaan, dan weet je me te vinden.”