Fiscus toont groeiende interesse voor sportwereld

DEN HAAG, 4 NOV. De fiscus heeft zich bij de KNVB gemeld om een deel van de winst die de bond maakt als belastinggeld op te eisen. Dat is een logisch uitvloeisel van de groeiende belangstelling van de Belastingdienst voor commerciële activiteiten in de sportwereld.

In de vrijetijdssector loopt een grens tussen het commerciële aanbod aan verstrooiing en activiteiten die particulieren 'in eigen kring' organiseren. De commercie heeft vanouds de aandacht van de fiscus maar de belastingwetgever heeft zich nooit willen bemoeien met activiteiten die buiten het economische verkeer om plaatshebben. Die scheiding is in eerste instantie niet door de fiscus ter discussie gesteld maar door de horeca. Het café op de hoek ondervond in de jaren zeventig gaandeweg zwaardere concurrentie van sportkantines en buurthuizen die klandizie wegzogen met bingo-avonden met goedkope pilsjes. In heel wat clubhuizen kon men voor een goedkope bruiloftspartij terecht. De horeca-sector eiste dat de fiscus ook btw zou heffen over de consumpties in de sportkantines en dergelijke. In 1982 kwam er een broos compromis tot stand tussen de fiscus, de sportfederatie en de horecabonden, waarbij aan vrijwilligersorganisaties enige ruimte werd gegund voor belastingvrije fondsenwerving en horeca-activiteiten; voor het overige werden ze belast. In de jaren daarna was het steeds Financiën dat opkwam voor de concurrentiepositie van de horeca-sector en de Tweede Kamer die aandrong op verruiming van de grenzen voor belastingvrije activiteiten van verenigingen.

Vlak voor de Tweede-Kamerverkiezingen vorig jaar wierp de CDA'er Reitsma zich op voor de fiscale belangen van de folkloristische vereniging die zich om de Exlooër schapenscheerders bekommert; maakte het Friese Kamerlid Ybema (D66) zich sterk voor de positie van de schaatsverenigingen en stortte de Limburgse VVD'er Van Rey zich met verve in de strijd ten behoeve van de carnavalsverenigingen.

De belastingheffing over de sport- en vrijwilligersactiviteiten was een politieke factor geworden. Aan de zijlijn bevond zich het Kamerlid Vermeend (PvdA), die de fiscus juist prees voor de alertheid waarmee een nieuw fiscaal terrein werd verkend: dat van de winsten van verenigingen en stichtingen. In een Kamerdebat gaf Vermeend wel een duidelijk consigne mee: de fiscus moet opvoedend bezig zijn; de zaken moeten in de toekomst goed voor elkaar zijn. Van de mogelijkheid om tot vijf jaar in het verleden terug te gaan bij het eisen van nabetaling van belasting en het opleggen van boetes zou de fiscus geen gebruik moeten maken. Enkele maanden na het debat werd Vermeend politiek verantwoordelijk voor de Belastingdienst.

Inmiddels had de fiscus een regionaal proefproject in het oosten van het land afgesloten. Daarbij was gebleken hoe gevoelig het politiek ligt als sportverenigingen in financiële problemen komen door onverwachte aanslagen. Maar tegelijk verwierf de fiscus een schat aan praktijkervaring over de juridische haken en ogen rondom zijn aanpak. Gewapend met die kennis en gesteund door staatssecretaris Vermeend, waagt de Belastingdienst zich nu ook aan de landelijk opererende sportbonden. Als vereniging zijn ze wettelijk uitgezonderd van winstbelasting (vennootschapsbelasting) tenzij ze een onderneming drijven.

Het doen en laten van sportbonden die miljoenencontracten sluiten met media en sponsors, optreden als uitgever, publieke spektakels organiseren en nijver handelen in mascottes, is duidelijk bedrijfsmatig. Veel sportbonden zijn belangrijke spelers in het economische verkeer en het is dan ook voor de hand liggend dat ze over hun winsten net zo goed belasting betalen als het bedrijfsleven. Als de KNVB over de miljoenenwinsten van de afgelopen jaren slechts enkele tonnen belasting hoeft te betalen, past dat in het gedecideerde maar politiek behoedzame optreden van Vermeend.

Het zou trouwens onjuist zijn als het financiële beleid van sportbonden in de war wordt gegooid door hoge aanslagen die voortvloeien uit nieuwe inzichten bij de Belastingdienst. Maar in de komende jaren zal de claim van de fiscus zeker in de miljoenen lopen. Geld dat in de schatkist verdwijnt zonder dat de sportwereld rechten op recycling kan laten gelden. Dat zal staatssecretaris Terpstra (volksgezondheid, welzijn en sport) er niet van weerhouden de extra belastingopbrengst als argument op tafel te leggen bij haar collega Vermeend. Bij hem probeert ze namelijk gedaan te krijgen dat het btw-tarief voor sportevenementen wordt verlaagd van 17,5 naar 6 procent.

Over de verschillende raakvlakken tussen de fiscus en de sport is een brochure verkrijgbaar bij de belastingtelefoon voor ondernemers: 06-0443