Elst probeert met sticker-actie Sinterklaasfeest te redden

ELST, 4 NOV. De kerstafdeling is verdekt opgesteld. Helemaal achter in de Blokker te Elst bevinden zich in een aparte ruimte al de kerstbomen, kerstmannen, kerstballen en andere attributen voor een genoeglijk kerstfeest. “De mensen willen het gewoon”, zegt het winkelmeisje. “Drie weken geleden vroegen ze al wanneer de kerstspullen nu eindelijk zouden komen. Ja, wat moet je dan als winkel?”

Wat je dan moet als winkelier? Dat weet het Elster Cultuur Platform ECP heel goed. Het ECP heeft alle winkeliers in Elst - gemeente van 20.000 inwoners tussen Arnhem en Nijmegen - opgeroepen de etalages tot en met 5 december toch vooral in te richten met Sinterklaasspullen. “We willen het Sinterklaasfeest terug”, zegt ECP-voorzitter M. Duiven. “Dat hoort gewoon bij de Nederlandse cultuur.”

Het ECP heeft daartoe een 'ludieke actie' bedacht: er worden stickers geplakt op de ramen van de winkels die zich nu al op de kerst richten. 'BeSINT eer u met kerst begint', zo staat er op de sticker met een plaatje van een wat sullige kerstman-met-bril waar een rood kruis doorheen gezet is. Vorig jaar, vertelt Duiven, waren In de Elster binnenstad al op 20 november kerst-etalages te ontwaren. “20 November! Toen had de Sint net zijn intrede gedaan!”

De sticker-actie, die officieel begint als Sinterklaas medio november Elst binnentrekt, is niet overal even goed gevallen. De Elster Ondernemers Vereniging (EOV) liet in een eerste reactie weten dat stickers plakken op ramen van de leden 'niet kan'. In een tweede reactie kwam de EOV daar op terug. Nu klinkt het dat ook de ondernemersvereniging erg voor Sinterklaas-etalages is. In een persbericht aan de lokale media, juicht de EOV de actie zelfs van harte toe. De vereniging heeft haar leden inmiddels opgeroepen 'spontaan en collectief gehoor te geven' aan de oproep.

Maar er waren ook minder vriendelijke reacties. Afgelopen week stonden er twee ingezonden brieven in de regionale krant, waarin de sticker-actie wordt vergeleken met “de jaren dertig, toen winkeliers die toevallig joods waren ook door instituties een teken op de ruit kregen, waarna het volk het mocht afmaken”. Een dergelijke vergelijking vindt Duiven bijzonder ongepast. “Wie zoiets zegt, moet toch wel ziek zijn. Wie gaat er nu een ludieke actie vergelijken met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog?”

Maar, zo moet Duiven toegeven, als het ECP van te voren had geweten welke commotie de sticker-actie teweeg zou brengen, had het platform zich nog wel een keertje extra bedacht. “Dan hadden we wellicht de actie gevolgd die de gemeente Assen een paar jaar geleden lanceerde: borden bij de gemeentegrenzen met daarop het verzoek aan de kerstman tot na Sinterklaas weg te blijven. Misschien doen we dat trouwens alsnog wel.”

Duiven is somber, erg somber. “Als het zo doorgaat, bestaat Sinterklaas over twintig jaar niet meer. Dat is toch doodzonde!” Een kleine rondgang door de winkelstraten van het dorp, leert dat de meeste van de 135 winkels nog helemaal niets in de etalage hebben. Alleen de bakker heeft wat chocolade-figuurtjes van Sint en Piet op de toonbank (Duiven: “leuk, hè?”) en een tafeltje vol taai-taai en chocoladeletters. “Het leeft nog niet zo, denk ik”, zegt Duiven. Voorzitter J. van der Doelen van de EOV valt hem daarin bij. “Ik heb van onze leden geen reactie gehad. Men is er nog niet mee bezig.” De Blokker is eigenlijk de enige die op de winkelruiten zowel Sinterklaas als de kerstman aankondigt. 'De kersthal is achterin de winkel', vermeldt een bordje. Daar wil Duiven wel even kijken. Hij loopt een rondje langs de kerstbomen en de feestverlichting. “Natuurlijk is het wel mooi, maar daar gaat het niet om. Ik vind het wel goed, dat ze het wat achteraf hebben gehouden.” Volgens het winkelmeisje is de kerstafdeling met opzet achteraf. “Zo hoeven de mensen die er nog niets mee te maken willen hebben, er ook niet naar te kijken.” Duiven, weer buiten: “Ik bespeurde toch wel een beetje een verontschuldiging voor die kerstafdeling.”