Dijkvak Herwijnen is klaar, maar de Merwededijk loopt 22 weken achter

HERWIJNEN, 4 NOV. De feestelijke handelingen waren vol van symboliek. Bestuurders plantten een boompje en plaatsten een bank op het nieuwe dijkvak bij Herwijnen. Met deze nadrukkelijke verwijzing naar het blijvend goede toeven ter plaatste, openden zij gisteren officieel het eerste dijkvak dat in het kader van de Deltawet Grote Rivieren is verbeterd.

De gezichten stonden tevreden. Waren betrokkenen er niet in geslaagd behoud van het karakteristieke rivierenland op juiste wijze te combineren met de veiligheid van de mensen achter de dijk? De Zeeuwse oud-commissaris der Koningin, C. Boertien vond de klus “netjes gedaan”. En hij had in 1992 met zijn commissie het startschot gegeven voor een nieuwe manier van dijkverbetering. Dat mocht niet langer recht toe recht aan, maar moest gebeuren met gevoel voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het rivierengebied.

Het dijkvak Herwijnen/Den Hoek, grofweg halverwege Zaltbommel en Gorinchem, werd gisteren gemakshalve beschouwd als het eerste dat onder de Deltawet Grote Rivieren is verbeterd. Deze noodwet voor een versnelde aanleg van sterkere en veiliger dijken werd afgekondigd na het dreigende hoogwater van begin dit jaar. Maar de eerste werkzaamheden bij het dijkvak Herwijnen werden medio vorig jaar al uitgevoerd.

Onder de Deltawet Grote Rivieren vallen 150 kilometers rivierdijk en 150 kilometers kaden. Daarvan is zestig procent in uitvoering. Bijna alle kaden zullen voor het einde van het jaar zijn aangelegd, waardoor vooral Limburg vrij kan ademhalen - daar bevinden zich de meeste kaden.

“Een prima resultaat”, stelde voorzitter J. Hennekeij van de Landelijke coördinatie commissie dijkversterking (LCCD), het bestuurlijk overleg tussen de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg. De meest kritieke dijkvakken, in totaal negentig kilometer, zijn klaar. De overige liggen op schema. “De deadline zal zeker worden gehaald”, zegt Hennekeij. “Eind volgend jaar zijn alle dijkvakken en kades veilig.”

Toch is er vertraging. Dat blijkt uit de derde Voortgangsrapportage van de LCCD. Bij eenderde van alle projecten is 'enige vorm van vertraging opgetreden'; variërend van enkele weken tot enkele maanden. De verzwaring van het dijkvak bij Kampen heeft acht weken vertraging opgelopen, de Merwededijk loopt 22 weken achter op het schema. Daar is de verbetering van de dijk gekoppeld aan een nieuwe verkeerstechnische oplossing, die meer tijd kost dan gedacht. Ook de dijkverbetering bij Vuren (negen weken), Noordwaard (22 weken) en Gorkum (negen weken) heeft vertraging opgelopen. In totaal vijftien dijkvakken zijn achterop geraakt. Maar dat is geen enkele reden tot zorg, meent Hennekeij.

In Gelderland is inmiddels zestig van de negentig kilometer 'rivierdijk in kritieke toestand' in uitvoering, de rest volgt in 1996, zegt ir. S. Prins, hoofd projectbureau dijkverbetering Gelderland. Prins liet twee weken geleden weten dat de dijkverbetering miljoenen duurder uitvalt dan gepland, omdat de klei in de uiterwaarden milieu-technisch van onvoldoende kwaliteit is. De klei moet daarom elders worden gehaald. Ook de vraag naar klei is fors gestegen en daardoor de prijs. Kostte klei voor het hoge water nog zes gulden per kubieke meter, dezer dagen is dat meer dan 32 gulden per kubieke meter.

Een belangrijke onderdeel van de Deltawet Grote Rivieren is de inkorting van bezwaarprocedures. Duurde het vóór de noodwet gemiddeld vijf jaar voor een dijkvak kon worden aangepakt, met de Deltawet is dat teruggebracht tot vijf maanden. De uitvoerende polderdistricten kunnen direct overgaan tot onteigening om pas achteraf via de rechter de zaken financieel te regelen. In Gelderland is dit volgens Prins niet meer dan vijf keer in 23 dijkvakken gebeurd. Daar kwam geen rechter aan te pas; de partijen werden het na de onteigening toch nog eens.

Aan de hand van de nieuwe Wet op de waterkering, die de Deltawet opvolgt, moet nog 500 kilometer dijk worden verbeterd. Deze dijkvakken moeten in het jaar 2000 veilig zijn. Voorzitter Hennekeij van de LCCD vraagt zich af of dat lukt, aangezien de verkorte procedures dan zijn ingeruild voor 'normale' procedures. “In het wetsvoorstel staat gemiddeld twee jaar voor een procedure. Maar deskundigen hebben al uitgerekend dat het eerder drie jaar wordt. Dan wordt het moeilijk het jaar 2000 te halen.” Hennekeij en zijn LCCD zijn inmiddels al druk aan het lobbyen om de Tweede Kamer ervan te overtuigen dat de lengte van de procedures strak aan banden moet worden gelegd.