De comeback van het communisme in de voormalige Sovjet-Unie; De Derde Russische Revolutie

De 'Tweede Russische Revolutie' die Boris Jeltsin de afgelopen jaren heeft doorgevoerd is in een kritieke fase beland. Met twee verkiezingen op de agenda en Jeltsin zelf in het ziekenhuis zijn de communisten de populairste partij. Zij pleiten voor heroprichting van de Sovjet-Unie, voor het terugdraaien van economische hervormingen en voor een hardere opstelling tegenover het Westen. Op verkiezingscampagne met de partij van de nostalgie.

Het zal wel toeval zijn, maar als de leider van de Communistische Partij aan het begin van zijn verkiezingstournee in Perm landt, valt net de eerste sneeuw van een lange winter. In Moskou, zestienhonderd kilometer naar het westen, was het eerder op de avond nog bijna tien graden geweest. De hoofdstad, die stevig in handen is van Boris Jeltsins getrouwen, wordt dag en nacht verlicht door neonreclames. Door open- en dicht zwaaiende deuren van comfortabele restaurants waait de geur van gegrild vlees naar buiten. Feestelijk verlichte etalages spiegelen een zonnige toekomst voor. En wie daar niet in gelooft kan zich nog altijd warmen aan de motorkappen van de stationair draaiende Mercedessen en Volvo's waarin chauffeurs wachten op hun patroons.

In Perm niet. Hier vriest het vijf graden. En hoewel er in deze stad een miljoen mensen wonen, zijn er vanuit het vliegtuig geen lichtjes te zien, laat staan lichtreclames. De stad was tot 1990 nog gesloten voor buitenstaanders vanwege de vele semi-militare fabrieken. Nu is de stad open maar gaan de fabrieken dicht. Perm Motors, de fabrikant van raket- en vliegtuigmotoren, heeft net deze week aangekondigd dat zij duizend man op straat zet en een driedaagse werkweek invoert. Het warenhuis in het centrum van de stad heeft tegenwoordig wel een Kodak-balie waar in één uur een fotorolletje kan worden afgewerkt. Maar de meeste mensen in Perm hebben geen fototoestel. De razendsnelle ontwikkelingen die Moskou veranderen in een Russisch Las Vegas kennen ze hier vooral van horen zeggen. Perm is een provinciestad. Zoals de meeste steden in Rusland.

Gennadi Zjoeganov, 51 jaar, doctor in de wijsbegeerte en de wiskunde, lid van de Staatsdoema en leider van de Communistische Partij van de Russische Federatie, is in de overvolle Toepolev 154 een passagier als alle andere. Oeral Airlines, één van de tientallen opvolgers van Aeroflot, kent geen business class, first class of royal class. En als dat wel zo was dan hadden Zjoeganov, zijn persoonlijk assistent en zijn twee lijfwachten er waarschijnlijk geen gebruik van gemaakt.

Zjoeganov is niet al dertig jaar lid van de partij vanwege de privileges. Als dat zo was, dan had hij zich in het Centraal Comité niet tot het einde toe verzet tegen de perestrojka van Michail Gorbatsjov, ook al was deze allang aan de winnende hand. Dan had hij zich in oktober 1993 niet in het parlementsgebouw verschanst, toen president Jeltsin daar de tanks heen stuurde. Nee, dan had hij zich allang, zoals zoveel oud-communisten, aangepast aan de nieuwe koers. Dan had hij het waarschijnlijk al tot minister geschopt en voerde hij nu als lid van premier Tsjernomyrdins partij 'Ons Huis is Rusland' campagne voor 'stabiliteit'. Maar Zjoeganov gelooft in communisme. En hij wil er naar terug.

Als de deur van het vliegtuig opengaat, de wind de sneeuw naar binnen waait en de stewardessen de passagiers de nacht in sturen - een 'slurf' kennen de regionale vliegvelden in Rusland niet - blijkt dat Zjoeganov bij zijn strijd niet alleen staat. Onderaan de vliegtuigtrap wacht een ontvangstcomité met bloemen. Het zijn plaatselijke getrouwen en dat zijn in Perm voor een deel meteen ook de plaatselijke autoriteiten. Eerst wordt Zjoeganov in de VIP-ruimte van het vliegveld ontvangen met een welkomstwoord en koffie, dan staat er een stoet Wolga's klaar om hem naar zijn eerste afspraken te voeren. Het lijkt weer - of het is nog - net als vroeger. Vier zwarte limousines zoeven onder politiebegeleiding door de Pionierstraat, over de Leninprospekt naar het Oktoberplein. Dat plein, het centrum van Perm, is een grote besneeuwde vlakte met aan drie kanten flats. Eén flat is het stadhuis, één flat het provinciehuis en de derde is Hotel Oeral. Aldaar is kamer 478 voor Zjoeganov gereserveerd.

Partijboekjes

Vier jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn de communisten in Rusland bezig aan een opmerkelijke comeback. Na de mislukte coup tegen Gorbatsjov in augustus 1991 verbrandden duizenden Russen hun partijboekjes. In november van dat jaar werden de partij zelfs verboden door Boris Jeltsin, die toen op het hoogtepunt van zijn populariteit verkeerde. Maar een jaar later, toen de economische hervormingen inmiddels de prijzen hadden doen exploderen, verklaarde het Constitutionele Hof Jeltsins verbod gedeeltelijk onwettig. En weer een jaar later, in 1993, werd onder leiding van voormalig propaganda-chef Gennadi Zjoeganov de Communistische Partij van de Russische Federatie (her)opgericht. Het is één van drie Russische communistische partijen, want ook in de politiek bestaan geen monopolies meer. Twee splintergroeperingen willen zwaaiend met hamer en sikkel de regering omver werpen, terwijl Zjoeganov dat uitsluitend vreedzaam wil doen.

Bij de verkiezingen voor het eerste nieuwe Russische parlement in december 1993 werd de communistische partij met twaalf procent van de stemmen derde, na de ultranationalisten van Vladimir Zjirinovski en de liberalen van Jegor Gajdar. Met nog anderhalve maand te gaan voor de volgende parlementsverkiezingen en dan nog een half jaar voor de stemming over een nieuwe president, halen de communisten in opiniepeilingen nog steeds tussen de tien en vijftien procent. Maar tegenwoordig is dat genoeg om in Rusland de populairste partij te zijn. De meeste mensen geven bij peilingen namelijk aan níet te zullen stemmen en de rest van het electoraat moet een keuze maken uit meer dan veertig bewegingen.

Bijna overal in Oost-Europa hebben kiezers hun frustratie over de geringe opbrengst van de economische hervormingen tot uitdrukking gebracht door ex-communisten aan de macht te brengen. Maar de communisten in Rusland zijn niet ex. 'Voor ons Sovjet-moederland!' heet het verkiezingsprogramma van de partij. Enkele punten: het herroepen van de overeenkomst tussen de presidenten van Rusland, Wit-Rusland en de Oekraïne die in 1991 een einde maakte aan de Sovjet-Unie, het herinvoeren van staatscontrole op prijzen, het terugdraaien van de verkoop van staatsbedrijven en het herstel van het recht op gratis medische zorg en onderwijs. Particulier ondernemerschap, mits eerlijk en aan regels gebonden, staat het programma overigens toe, evenals een democratisch meerpartijenstelsel.

Het is ook niet nodig de éénpartijstaat opnieuw in te voeren, want voor veel van hun verlangens kunnen de communisten genoeg medestanders vinden. Aleksandr Lebed, een barse generaal die voor Rusland geen andere oplossing ziet dan de invoering van een autoritair regime, wil eveneens 'oneerlijke' hervormingen terugdraaien. Zijn beweging heet het Congres van Russische Gemeenschappen, en daarmee worden de 25 miljoen Russen in de voormalige Sovjet-republieken bedoeld. Die zouden nu worden gediscrimineerd en moeten te hulp worden geschoten. Dan zijn er nog de Liberaal-Democratische Partij van de populist Vladimir Zjirinovski, Grootmacht van oud vice-president Aleksandr Roetskoj, Ons Vaderland van Afghanistan-veteraan Boris Gromov en de conservatieve Agrarische Partij - om alleen maar de bekendste te noemen van een baaierd van bewegingen en beweginkjes die pleiten voor de wederopstanding van Het Grote Rusland onder bezielende leiding van de staat.

Als het aan deze partijen ligt, is de wereld binnenkort getuige van de Derde Russische Revolutie. De eerste was die van 1917, de tweede die van 1991. De derde moet die van 1996 worden als een 'communistisch-patriottistisch front' op democratische wijze een president aan de macht brengt die de orde eens en voor altijd herstelt.

Medailles en lintjes

Bij binnenkomst in het cultuurpaleis in Perm vallen twee dingen op. De zaal is bomvol, opmerkelijk voor een politieke bijeenkomst in Rusland, en het overgrote deel van de aanwezigen is ouder dan vijftig jaar. Terwijl het publiek in afwachting is van Zjoeganov, die achter de coulissen nog een interview geeft aan de regionale radio, deelt een partijgenoot stencils uit. “Kameraden Kiezers, redt Rusland!” staat erop. “Redt Rusland zoals uw vaders en grootvaders bij Stalingrad hebben gedaan!”

Voor een aantal van de aanwezigen zullen de helden van de slag bij Stalingrad in 1943 niet hun vaders of grootvaders zijn geweest, maar eerder hun broers en neven: met medailles en lintjes behangen oorlogsveteranen vullen de voorste rijen. In de Sovjet-Unie werden zij in ere gehouden. Oorlogsveteranen ontvingen extra pensioen, mochten voordrachten houden op scholen en kregen altijd een zitplaats in de volle metro. In Rusland niet. Tegenwoordig wordt hen door opgeschoten jongeren op straat toegevoegd: “Als jullie toen niet hadden gewonnen, hadden wij nu Duits bier gedronken!”

Als Zjoeganov is opgekomen, de meer dan duizend toeschouwers applaudisserend zijn gaan staan en weer zijn gaan zitten, stelt hij meteen de vraag aan de orde die iedereen bezighoudt: “Beste kameraden, hoe is mogelijk dat een groots land dat de machtige oorlogsmachine van de fascisten heeft verslagen, dat respect en gezag afdwong in de hele wereld, dat als eerste kosmonauten de ruimte instuurde, zo voor onze ogen ineen is gestort?” Het antwoord geeft hij zelf. “Het is eenvoudig. Er is geen perestrojka geweest, er is helemaal niets hervormd. Wat we zien is de leegverkoop van het land aan het Westen. Ons land gaat ten onder aan misdadige politiek. Het is een komplot.”

Eén voor één behandelt de spreker de veranderingen van de laatste vier jaar. Het vrijgeven van de prijzen: “U bent bedrogen. Liberalisering betekent alleen maar verhoging. Zijn er ooit prijzen omláág gegaan?” De democratische hervormingen: “Democratisch? Is uw instemming ooit gevraagd?” Het einde van de Koude Oorlog: “Waar blijft die hulp uit het Westen dan? Als ze nog even doorzetten hebben Amerikaanse corporaties het hele land in handen.”

Hoewel Zjoeganov een stem als een misthoorn heeft, gaat er geen trilling door de zaal. De mensen klimmen niet op de stoelen. De communist kan een mensenmassa niet opzwepen, zoals Vladimir Zjirinovski. Maar de luisteraars vallen ook niet in slaap, zoals bij de toespraken van premier Tsjernomyrdin. De reactie van het publiek is meer een instemmend en tevreden knikken, alsof er wordt gedacht: precies, zo is het ook nog eens een keer.

Dat laatste geldt zeker voor de uitgebreide passages over het verleden. Dat schijnt veel Russen op de één of ander manier altijd zonniger toe dan de toekomst. “De Sovjet-Unie had het beste onderwijssysteem van de hele wereld. Weet u nog? Kinderen kregen gratis muzieklessen, deden aan sport, gingen op zomerkamp,” herinnert Zjoeganov zich bijvoorbeeld. “En nu? Kinderen worden volgestopt met Snickers en krijgen verder geen aandacht. Hun ouders hebben het te druk met geld verdienen om de steeds maar duurder wordende levensmiddelen te betalen.”

Had het communistische Sovjet-verleden dan geen schaduwkanten? “Ik zie twee communistische partijen,” verklaart Zjoeganov. “De ene partij was die van Vlassov (een generaal die in de Tweede Wereldoorlog overliep naar de Duitsers), van Beria (chef van Stalins geheime politie die duizenden mensen naar strafkampen stuurde), van Gorbatsjov en Jeltsin. Een partij met als enige principe het vasthouden van de macht. En deze partij ís nog steeds aan de macht. Eerst gingen ze zich democraten noemen, nu zijn het ineens patriotten en het zal mij niet verbazen als het uiteindelijk fascisten worden. Maar er is ook die tweede communistische partij. De partij van Stachanov (een arbeider die door Stalin werd onderscheiden vanwege zijn enorme werklust), van Zjoekov (de maarschalk die een belangrijk aandeel had in de overwinning op Nazi-Duitsland) en van die duizenden gewone mensen die eenvoudig hun plicht deden en het beste met hun land voorhadden. Deze partij heeft nog steeds alle reden van bestaan!” Applaus dondert door de zaal.

Naakt

Boosheid over de onrechtvaardigde kant van de hervormingen is niet de enige reden dat zo'n zaal vol zit in Perm. Het is ook een kwestie van organisatie. Als Zjoeganov iets in Lenin bewondert - en naar zijn toespraken buiten Moskou te oordelen bewondert hij veel in Lenin - dan is het wel diens flexibilieit en organisatietalent. De partijleider wordt niet moe zijn partijgenoten het verhaal te vertellen van de vredesonderhandelingen die de revolutionaire regering van Lenin in 1917 voerde. De Duitsers hadden minister van defensie Trotsky gevraagd in smoking te komen. Trotsky weigerde dat om ideologische redenen, aldus Zjoeganov, om vervolgens te worden terechtgewezen door Lenin: 'Ga desnoods naakt als zij dat willen, maar redt de revolutie!'

Organisatie en flexibiliteit zit soms in kleine dingen, zoals in die kleine aanpassing van het symbool van de partij. Aan de hamer en sikkel is dit jaar een opengeslagen boek toegevoegd. De kern van de communistische achterban bestaat uit gepensioneerden die hun hele leven in de Sovjet-Unie hebben gewerkt en daaraan een door inflatie uiterst karig Russisch pensioentje hebben overgehouden. Maar het boekje onder de hamer en sikkel moet duidelijk maken dat de partij ook het natuurlijke toevluchtsoord wil zijn voor hoger opgeleiden die worden geconfronteerd met onterend lage salarissen. En daarvan zijn er heel veel in Rusland. Een secretaresse die Engels beheerst verdient al snel vijf keer zoveel als een hoogleraar of arts.

Organisatie en flexibiliteit komen ook tot uitdrukking in verkiezingstactiek. Met de Agrarische Partij, die mag worden gezien als de landbouwafdeling van de Communisten, heeft Zjoeganov al vergaande afspraken over de parlementsverkiezingen. In 43 kiesdistricten waar concurrentie tussen beide partijen een derde partij aan de zetel zou kunnen helpen, trekt één van beide zich terug. Met de nationalistische beweging van generaal Lebed wordt al gesproken over samenwerking na 17 december. De communisten hebben een partij, maar geen charismatische presidentskandidaat. Lebed heeft een goede kandidaat (hijzelf) maar geen echte partij. De communisten hebben zelfs al contact gezocht met een nieuwe Russische beweging van moslims.

Dit pragmatisme staat in schril contrast met de situatie bij de liberale partijen. Een buitenstaander - de kiezer bijvoorbeeld - ziet tussen de bewegingen van de Westers georiënteerde oud-premier Jegor Gajdar, diens oud-minister van financiën Boris Fjodorov en die van de econoom Grigori Javlinski nauwelijks verschillen. De drie partijleiders zelf echter wel. Zij worden er niet moe van met elkaar in debat te gaan voor de televisie, in de kranten en op campagne.

De enige partij die in pragmatisme en organisatie op de communistische lijkt is Ons Huis is Rusland, de organisatie die premier Viktor Tsjernomyrdin dit voorjaar heeft opgericht. Maar deze naar 'stabiliteit' strevende partij bestaat dan ook bijna uitsluitend uit door de wol geverfde ex-communisten met hoge bestuursfuncties. Waar het bij Ons Huis is Rusland echter aan ontbreekt, is aan gewone leden. En die kunnen in een van politiek afkerig electoraat een belangrijke rol spelen, al is het alleen maar omdat zij trouw gaan stemmen.

Spijkerbroek

In een kamertje op de derde verdieping van het stadhuis van Perm zit Svetlana Andrejeva. Het kamertje is het kantoor van de plaatselijke afdeling van de Communistische Partij, behangen met een poster van Karl Marx, een portret van Lenin en een vlag van de voormalige Sovjet-Unie. De 24-jarige Svetlana is de secretaresse van de afdeling. Zij heeft net met plakband een schema aan het Lenin-portret geplakt - aan de muur houdt het plakband niet - waarop staat wie wanneer en waar de deuren langsgaat met folders. Een meisje van 24 bij de Communistische Partij? “O daar is toch niks geks aan,” zegt ze. “Al dat gepraat dat het een partij voor bejaarden zou zijn, is overdreven. Onze jeugdafdeling telt wel driehonderd leden.”

Of dat klopt, valt niet zomaar te controleren, maar deze dag dat Zjoeganov op bezoek komt lopen de jeugdigen - de meesten voor de gelegenheid in pak - inderdaad in en uit. De jongste is de vijftienjarige Andrej Gladkov. Hij heeft de afgelopen weken 621 handtekeningen opgehaald, meldt hij trots. Landelijk heeft de partij er twee miljoen verzameld, tien keer zoveel als vereist was voor deelname aan de verkiezingen. Maar een jongen als Andrej beschouwt zichzelf dan ook als een ouderwetse 'komsomolets'. Hij weigert spijkerbroeken te dragen omdat hij die beschouwt als 'symbolen van Amerikaans imperialisme'.

Zo is Svetlana niet. De ouders van Svetlana, zegt zij, waren geen actieve partijleden en hebben haar niet gestimuleerd om aan politiek te doen. Beiden zijn docent aan de Universiteit van Perm, en als zodanig hard getroffen door de overgang van een maatschappij waar kennis en kennissen belangrijk waren naar een systeem waarin geld alles bepaalt. “Vroeger leefden wij bescheiden, maar rustig. En nu? Mijn ouders hebben al vier jaar geen nieuwe kleren kunnen kopen, wij zijn al vier jaar niet met vakantie geweest. Er zijn maanden dat zij hun salaris helemaal niet eens krijgen. Dat kun je mensen toch niet aandoen?” De jonge vrouw loopt naar het raam, trekt de gordijnen opzij en zegt: “Kijk, daar rijdt een jochie in een dure buitenlandse auto. En daar op de hoek staat een omaatje sigaretten te verkopen. Mijn ouders hebben mij altijd geleerd eerlijk te zijn. Wat nu in ons land gebeurt is niet eerlijk.”

Leugens

Secretaresse Svetlana en komsomol-jongen Andrej zijn twee van de meer dan 500.000 leden die de Communistische Partij claimt te hebben. Want hoewel de communisten hun talloze bezittingen uit de tijd van de één partijstaat hebben moeten inleveren, zijn de leden van de almachtige partij van vroeger natuurlijk niet zomaar verdwenen. Een ander partijlid in Perm is bijvoorbeeld directeur van een fabriek die verbindingsapparatuur maakt. Hij heeft deze dag enkele honderden personeelsleden verzameld in de vergaderzaal en introduceert zijn gast als volgt: “Kameraden arbeiders, de heer Zjoeganov zal ons nu uiteenzetten wat ons de komende moeilijke maanden te doen staat.”

Weer een ander sympathisant werkt bij de plaatselijke televisie. Eén van de eerste vragen van een interview luidt althans zo: “Meneer Zjoeganov, wat moeten wij denken van de leugens van de regering over de privatiseringen?” Na enige tijd neemt de presentator de vrijheid om zijn hand kameraadschappelijk op de arm van de studiogast te leggen. Daarna begint hij instemmend te knikken als Zjoeganov zijn antwoorden geeft. En tenslotte verzucht de televisejournalist: “Ik ben het met u eens, ik ben het volledig met u eens.” Het vraaggesprek duurt veertig minuten en wordt direct na het journaal integraal uitgezonden.

Het is inmiddels tien voor elf 's avonds als de nachttrein van Perm naar Jekaterinenburg vertrekt, de volgende stop op Zjoeganovs campagne. De partijleider deelt de krappe coupé met zijn assistent en twee lijfwachten, die vlak voor het vertrek op het perron nog even folders uitdelen. In het gangpad - jasje uit, sloffen aan, kop thee in de hand - haalt Zjoeganov intussen herinneringen op aan een toespraak die hij vorige maand hield tot een vereniging van Amerikaanse investeerders in Rusland. Hij verzekerde de etenden - het was een lunch in een duur hotel - dat hun investeringen onder een nieuw communistisch-nationalistisch bewind veilig zouden zijn. “Als de oude bende blijft zitten houdt u de huidige onzekerheid,” zei hij. “Als onze mensen aan de macht komen kunt u met vertrouwen de toekomst tegemoet zien.”

De voorzitter van de investeringsclub had daags daarna in de media Zjoeganov geprezen als “een realist die de economische wetten van de 21ste eeuw begrijpt”. Maar zo in het donker van het gangpad van de nachttrein Perm-Jekaterinenburg heeft de communistische partijleider een vraag die óók zijn houding tegenover buitenlanders in Rusland weergeeft. “Ik wil toch één ding weten. Wie heeft u achter ons aan gestuurd?” Dat een correspondent dat zelf beslist, eenvoudig omdat het op dit moment interessant is, kan niet waar zijn. “Nee, zeg nou eens eerlijk, voor wie werkt u echt?”

Ver weg in Moskou zijn inmiddels de alarmbellen gaan rinkelen. De Westers georienteerde oud-premier Jegor Gajdar waarschuwde onlangs voor de opkomst van een 'rood-bruin front'. “Er staat een merkwaardig misverstand dat we al een punt zijn gepasseerd waarbij er geen weg meer terug is,” zei Gajdar. “Maar als één van de architecten van de economische hervormingen moet ik zeggen dat de hervormingen goed terug te draaien zijn.” De liberale krant Izvestija meldde dat de Russen uit angst voor voedselgebrek na een communistisch-nationalistische overwinning alvast massaal aan het hamsteren zijn geslagen, al is daarvan in de winkels weinig te merken. President Jeltsin riep, vlak voordat hij het aan zijn hart zou krijgen, voor de televisie op tot een 'campagne' tegen de communisten. En volgens de kabinetschef van de president, Sergej Filatov, dreigde zelfs een burgeroorlog als de anti-hervormingsgezinde partijen de verkiezingen winnen.

Zjoeganov begrijpt het wel. Ze zijn bang. “De democraten smelten weg als vuile sneeuw in het voorjaar,” zegt hij. Dan schuift hij de deur dicht en gaat slapen.