Boutros-Ghali: Dutchbat kon niets anders

NEW YORK, 4 NOV. De Nederlandse VN-soldaten hebben tijdens de val van de moslim-enclave Srebrenica in juli naar vermogen gehandeld. Dit zegt de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, vandaag in vraaggesprek met deze krant.

“Ze waren niet in staat iets anders te doen”, zegt Boutros-Ghali. “Ze hadden noch de wapens, noch de uitrusting, noch de noodzakelijke aantallen. Toen de Veiligheidsraad besloot, wat ze noemden, de veilige gebieden in te stellen, hebben wij 35.000 soldaten gevraagd. Na een jaar hebben we er 5.000 of 6.000 gekregen. Dan houdt het op, dan kunnen we niks!”

Volgens Boutros-Ghali werden de soldaten van Dutchbat “niet geacht de enclave te verdedigen”. “Dat was hun rol niet. Wat ze deden, correspondeerde met het mandaat dat ze hadden ontvangen”, zegt hij.

“De enclave is gebaseerd op de overeenkomst tussen de twee strijdende partijen. Als een van hen de enclave niet respecteert, hebben we niet het vermogen om diegene te straffen en kunnen we niets doen.”

Op de vraag wat hij vindt van de omstreden afzijdigheid van de Nederlandse soldaten tijdens de vermeende genocide door de Bosnische Serviërs na de val van de enclave, zegt Boutros-Ghali: “Op dat moment wist niemand dat het genocide was. Nu is het erg makkelijk om te zeggen dat het genocide was.”

Voor de secretaris-generaal staat nog niet vast dat er genocide is gepleegd na de inname van Srebrenica. Hij zegt dat het onderzoek daarnaar nog niet is afgerond. “Laat ons het eind van dat onderzoek afwachten”, aldus Boutros-Ghali. Maar hij zegt ook over het optreden van de Nederlandse soldaten: “Er is een verschil tussen 'ik heb geen kritiek' en 'ze hebben goed werk afgeleverd'.”

Hij vindt dat de VN de afgelopen jaren in Bosnië “zeer nuttig” zijn geweest. Hij wijst daarbij onder meer op de “humanitaire bijstand aan twee miljoen vluchtelingen en ontheemden” en het tegengaan van de verspreiding van de oorlog.

“De hele aanpak van de VN was niet het straffen van een agressor, maar het helpen handhaven van een vrede, die overeengekomen was door de twee protagonisten van een conflict. Onze rol was bij te dragen aan het behouden van bestanden. Wij zijn nooit gevraagd A of B te straffen.”