Boutros Boutros-Ghali, superbedelaar en activist; 'Nergens staat dat de VN alle problemen van de wereld moeten oplossen'

Hij wordt de meest actieve en uitdagende secretaris-generaal van de Verenigde Naties sinds ruim dertig jaar genoemd. Boutros Boutros-Ghali (72) voelt zich activist en diplomaat tegelijk. In Bosnië waren de VN 'zeer nuttig', maar liever vecht hij tegen conflicten die geen aandacht van de publieke opinie krijgen. 'Alstublieft, ontferm u over deze verstotelingen.'

Het hoofdkwartier van de Verenigde Naties torent in het avondduister als een helverlichte duiventil uit boven de East Side van New York. De liften zoeven op en neer om medewerkers naar de uitgang te brengen. Het is vrijdagavond tien over half zeven, maar voor de hoogste employé breekt het weekeinde nog niet aan: secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali is op de 38ste verdieping nog druk aan het werk. Hij heeft de Afghaanse minister van buitenlandse zaken op bezoek. Voor zijn deur houdt een hofhoudinkje van kamerbewaarders, secretarissen, veiligheidsmensen en de huisfotograaf discreet de wacht. Boutros-Ghali ligt inmiddels veertig minuten achter op zijn rigide schema dat voor elke bezoeker grofweg een half uur inruimt. Zijn werkweek die begon met de driedaagse top van wereldleiders ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de VN, zal nog een paar uur duren. Plotseling staat de 72-jarige Boutros-Ghali in de deuropening: geen spoor van vermoeidheid, maar een opgewekte blik. Met een galante glimlach schudt hij de hand. “Kom”, zegt hij en gaat voor. We lopen via zijn vergaderkamer, met grote beige kuipstoelen, langs kubistische schilderijen van Fernand Léger en tijdgenoten naar de gelambrizeerde eetkamer. “Wilt u uitzicht op New York?” vraagt Boutros-Ghali voor het raam en maakt een gastvrij gebaar, alsof we voor de etalage van de wereld staan. Het Chrysler-gebouw met zijn Art Déco-torenspits van chroom, honderden meters verderop, lijkt van hieruit een gloeiende raket, onder handbereik. “Misschien kan ik ook eens wat van New York zien,” oppert hij met een grijnsje. De Egyptenaar, afkomstig uit een gefortuneerde familie van kopten, een christelijke minderheid, oud-directeur van een denktank in Kairo, oud-hoogleraar internationale betrekkingen en veertien jaar onderminister van buitenlandse zaken, is sinds 1992 secretaris-generaal.

Zijn zangerig Engels heeft een Franse intonatie, de buitenlandse taal waarin hij zich het gemakkelijkst uitdrukt sinds zijn opleiding rechtswetenschappen aan de Sorbonne in Parijs. Op verzoek van de fotograaf nestelt Boutros-Ghali zich toch met de rug naar de stad. Bij de eerste vraag kijkt hij weer serieus.

Bent u een secretaris of een generaal?

“Noch een secretaris noch een generaal, maar een diplomaat die probeert de internationale gemeenschap te dienen.” Staccato: “De secretaris-generaal is een soort symbool van de VN. Hij heeft in het Handvest de opdracht gekregen bijstand en informatie te geven aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad. Hij moet hun resoluties uitvoeren. En hij is zeer vaak bezig met stille diplomatie, problemen achter de schermen oplossen.”

U ziet uzelf niet als 's werelds politieman of als premier van de wereldregering?

“Zeker niet. Het werk van de VN is maar voor twintig procent politieman zijn. Tachtig procent heeft te maken met samenwerking, internationale wetgeving, milieu-problemen, mensenrechten, democratisering.”

Toch denken sommige lidstaten, zoals de Verenigde Staten, dat u een VN- leger wil waarvan u dan zelf commandant wil zijn.

“Ik heb nooit om een VN-leger gevraagd. Bovendien heb ik nooit het commando over welk leger dan ook gevoerd, tenzij ik daartoe een opdracht van de Veiligheidsraad had. De macht is in handen van de raad. Die geeft mij mandaten.”

Dus de kritiek van die lidstaten is niet terecht?

“Inderdaad, ook al niet omdat ik geen ervaring heb op militair terrein. Ik ben nooit in het leger geweest.”

U heeft uzelf onlangs een 'superbedelaar' genoemd vanwege de financiële crisis bij de VN.

“Van tijd tot tijd zijn hier financiële problemen. Dan is het mijn rol geld in te zamelen en om te proberen de lidstaten te overtuigen dat ze hun contributies betalen.”

Het huidige tekort bedraagt 3,3 miljard dollar, onder meer door een Amerikaanse schuld van 1,25 miljard dollar. Hoe lang kan dit, om uw eigen woorden te gebruiken, 'bankroet van de VN' nog voortduren? “Daarover zijn we nu in debat. Ik kom net gisteren terug van de commissie van buitenlandse zaken in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Ik sta in contact met de Amerikaanse regering. En ik hoop dat uitkomt wat president Clinton hier heeft beloofd tijdens de ceremonie voor het vijftigjarig bestaan: dat hij probeert een oplossing te vinden voor de financiële crisis.”

U wordt de meest actieve en uitdagende secretaris-generaal sinds Dag Hammarskjöld (1953-1961) genoemd. U heeft in 1993 gezegd dat je een activist moet zijn op deze post. Denkt u dat nog steeds?

Resoluut: “Ja. Omdat de wereld van na de Koude Oorlog anders is dan de wereld tijdens de Koude Oorlog. We leven in een periode van overgang en dagelijks accelererende revoluties. We worden geconfronteerd met een globalisering van internationale kwesties. Dus moeten we erg actief zijn om alle transformaties op de terreinen van bijvoorbeeld communicatie en technologie aan te kunnen.” In uw Agenda voor Vrede uit 1992 sprak u over het zenden van eenheden naar conflictgebieden, die vrede konden opleggen. In een rapport eerder dit jaar sprak u nog wel over de vorming van een interventiemacht, maar had u afstand genomen van het idee om vrede te kunnen opleggen. Heeft u uw idealen verloren?

“Nee, nee, nee. Ik ben erg duidelijk: de VN kunnen geen vrede- afdwingende operatie uitvoeren, wel een vredeshandhavende. De VN kunnen iets doen tussen peace keeping en peace enforcement in. Maar ze kunnen geen oorlog aan. Dat is wat ik heb gezegd. Wanneer je een militaire confrontatie nodig hebt, een oorlog zoals in Korea in 1950 of zoals in Irak in 1990, hebben de VN daarvoor niet het vermogen. Ze moeten dan een groep landen de opdracht geven dit te doen. Ik verdedig deze ideeën al dertig of veertig jaar.” Vorig jaar zei u na de ramp in Rwanda: ik heb gefaald. U had om troepen gevraagd maar het resultaat was...

“Ik heb gefaald, maar de VN ook.” U zei zelfs dat het een van uw grootste mislukkingen is geweest.

“Jazeker, dat erken ik.” Waarom was het uw fout?

“Omdat ik niet in staat ben geweest de lidstaten te overtuigen van wat er aan de hand was in Rwanda. Ik heb geprobeerd te praten met de Afrikaanse landen, met de Europese landen, en nog veel meer. Ik heb brieven gezonden waarin ik vroeg om deelname van troepen. En ik kon het niet voor elkaar krijgen. Dus zeg ik: dit was een mislukking.”

Voelt u hetzelfde wat betreft Bosnië?

“Absoluut niet. Wij zijn in Bosnië zeer nuttig geweest. We hebben humanitaire bijstand kunnen verlenen aan twee miljoen vluchtelingen en ontheemden, we hebben diverse bestanden bewerkstelligd, die gerespecteerd werden. Het laatste werd op 1 januari 1995 verkregen en die heeft vier maanden stand gehouden. We hebben vrede in Macedonië kunnen handhaven. We hebben ook lange tijd een zekere modus vivendi tussen Kroatië en Servië kunnen handhaven. En, bovenal, we hebben de oorlog binnen de grenzen van het voormalige Joegoslavië gehouden. De oorlog heeft zich niet verspreid zoals in Liberia, waar die oversloeg naar Sierra Leone.”

U heeft het conflict in Bosnië een rijkemansoorlog genoemd. “Daarmee bedoel ik, zoals in de Heilige Schrift staat: wanneer je aandacht aan iemand besteedt en wanneer je vrienden hebt, ben je al rijk. 'Joegoslavië' heeft aandacht gekregen van de internationale gemeenschap. 'Afghanistan' is een afschuwelijke oorlog, maar heeft die aandacht niet gekregen. Wanneer je de politieke, morele, financiële en militaire steun en aandacht van de internationale gemeenschap krijgt, sta je niet alleen. Je bent bijna rijk, want ook al lijd je, je hebt tenminste vrienden om je heen.” U heeft in een recent vraaggesprek 'Sarajevo' een klein incident genoemd.

“Ik geloof niet dat ik die woorden heb gebruikt.” Tegenover Die Zeit gebruikte u de woorden “klein ongeluk”.

“Kan zijn. Maar als je het vergelijkt met wat er allemaal in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, moet je wel de betrekkelijkheid van de verschillende incidenten in herinnering roepen. Wat er in Rwanda is gebeurd, is toch niet te vergelijken met Joegoslavië? In de komende tien jaar zouden we weleens kunnen ontdekken dat het gevaar van de drugs of de oorlog in Afghanistan tien keer zo erg zijn als wat in Sarajevo is gebeurd. We ontdekten dat er 25.000 mensen zijn vermoord in Huambo, toen we daar na de omsingeling naar binnengingen. En ik kan u verzekeren dat weinigen van uw lezers weten waar Huambo ligt.” Met gedempte stem: “Het ligt in Angola.”

In Europa is het Bosnië-beleid van de VN voor velen een complete mislukking. Als u het over zou mogen doen, wat zou u veranderen?

“Dit is een zeer academische vraag, die eigenlijk geen beantwoording verdient. Wij worden geconfronteerd met realiteiten. Er was in Bosnië nu eenmaal geen overeenstemming tussen de strijdende partijen om het vreedzaam op te lossen. Ik kan hun niks opleggen, ik kan hun politieke woord niet vervangen.

Bovendien was er geen overeenstemming tussen de belangrijkste buitenlandse hoofdrolspelers over een oplossing. Dat laatste is de afgelopen weken veranderd.''

Maar zou u nog steeds troepen sturen?

Fel nu: “Ik zend geen troepen! Dat doet de Veiligheidsraad. Ik kan wel proberen invloed op de raad uit te oefenen door ja of nee te zeggen, maar ze nemen daar hun eigen beslissingen, overeenkomstig hun nationale belangen.”

Vindt u dan dat de VN nog in staat zijn tot grote militaire taken?

“Niet tot oorlog voeren dus. Maar als het gaat om vrede te handhaven, of om troepen te zenden die een tussenpositie innemen tussen twee protagonisten, om het respecteren van een bestand, of om bescherming van humanitaire bijstand aan landen, dan kunnen we dat zeker doen!” Veel NAVO-functionarissen zeggen dat de betrokkenheid van de VN in Bosnië een recept voor chaos was en zij...

“Nee, dat is niet waar.”

...kritiseren ook u.

“Nee, nee. Dat zijn weer die versimpelingen van de media. Wij hebben een perfecte samenwerking tussen de NAVO en de VN. Het feit dat we het oneens kunnen zijn, is niet een meningsverschil over de doelen. We kunnen het oneens zijn over de methode. Wanneer je soldaten op de grond hebt, heb je een bepaalde houding. En wanneer je geen soldaten op de grond hebt, heb je weer een andere houding. Wanneer je het bevel voert over luchtaanvallen, heb je een strategie. En wanneer je het bevel voert over grondtroepen, heb je weer een andere strategie. Dat zien we dagelijks.”

Het publiek ziet dat de internationale gemeenschap met opzet doelen heeft gemist en nààst tanks heeft gebombardeerd. Burgers vragen zich af of dit de juiste manier is. “Wie mist het doel? De NAVO?”

Zo ging het toch een paar keer met de 'dubbele sleutel'? [de gedeelde commandovoering tussen VN en NAVO, waarbij de VN-gezant van Boutros-Ghali ter plaatse, Akashi, het startsein voor luchtaanvallen moest geven, red.] “Dat is niet onze fout. Wij hebben geen macht over de NAVO. Dat is een onafhankelijke organisatie.”

Waarom heeft u dan zelf de afgelopen jaren steeds gevraagd om een terugtrekking van de VN-troepen uit Bosnië?

“Omdat wij niet het vermogen hebben om te doen wat van ons gevraagd wordt. We hebben op de grond een leger dat geen zware wapens had, en er alleen maar was voor een vredeshandhavende operatie.” Intussen is de VN-operatie in Bosnië gewoon doorgegaan. Denkt u niet dat dat de autoriteit van de VN in het algemeen heeft ondermijnd, ook om in andere situaties op te treden? “Ja! Zeker! Ik heb juist op 18 september weer een brief aan de Veiligheidsraad gestuurd waarin ik zeg: wij kunnen deze vredesoperatie in Joegoslavië niet aan, laten we een mandaat geven aan een multinationale troepenmacht. Zo hebben we het vorig jaar ook in Haïti gedaan.”

Was u teleurgesteld dat de lidstaten geen hardere aanpak van de Bosnische Serviërs wilden, zoals de afgelopen maanden wèl is gebeurd?

“Het is geen kwestie van teleurgesteld zijn. Ik werk alleen maar samen met de lidstaten. Als zij geen hardere aanpak willen, it's finished.”

Wat betekent dit voor het leiderschap van de VN? Leiderschap is toch het maken van keuzes, ook tegen agressors?

“De hele aanpak van de VN was niet het straffen van een agressor, maar het helpen handhaven van een vrede, die overeengekomen was door de twee protagonisten van een conflict. Onze rol was bij te dragen aan het behouden van bestanden. Wij zijn nooit gevraagd A of B te straffen.” Er is veel kritiek geweest op uw gezant Akashi die op 1 november is teruggetreden. Hij is voor velen het VN-symbool geworden van vriendelijkheid tegenover de belangrijkste agressor.

“Ik ben het daarmee oneens. Mensen hebben vaak een zondebok nodig om hun eigen fouten te verklaren. Hij deed alles na consultatie van de generaals op de grond. Hij is geen militaire man!”

Heeft u er nooit aan gedacht hem te vervangen?

“Nee, hij heeft gevraagd te mogen terugtreden. Hij heeft er twee jaar tien of hoeveel uur ook per dag aan besteed, en vond het nu genoeg.”

Volgens diplomaten bij de VN zou u hebben overwogen om Akashi te promoveren tot ondersecretaris-generaal voor vredesoperaties, op de post van zijn huidige opvolger in Zagreb, Kofi Annan. Aarzelend: “Ehhh... Nee. Ik heb hem wel gevraagd een van mijn hogere adviseurs te worden.”

Een keerpunt in de oorlog was de val van de moslim-enclave Srebrenica. Wat vindt u van de rol van de Nederlandse soldaten daar?

“Ze waren niet in staat iets anders te doen. Ze hadden noch de wapens, noch de uitrusting, noch de noodzakelijke aantallen. Toen de Veiligheidsraad besloot, wat ze noemden, de veilige gebieden in te stellen, hebben wij 35.000 soldaten gevraagd. Na een jaar hebben we er 5.000 of 6.000 gekregen. Dan houdt het op, dan kunnen we niks!”

U heeft zelf in mei gezegd het concept van de moslimenclaves te willen 'herdefiniëren'... “Wij hebben nooit een definitie gegeven van wat met een enclave werd bedoeld, zoals de grootte ervan.”

...en ook binnen UNPROFOR, de VN-vredesmacht, rees de gedachte aan een terugtrekking uit de enclaves. Bevelhebber Janvier zei op een vergadering van de UNPROFOR-staf dat hij liever van de enclaves afwilde. Kort daarop keek UNPROFOR toe hoe de Bosnische Serviërs Srebrenica innamen. Ziet u een logische opeenvolging in deze reeks gebeurtenissen?

“Nee, er was geen logische opeenvolging. De enclave is gebaseerd op de overeenkomst tussen de twee strijdende partijen. Als een van hen de enclave niet respecteert, hebben we niet de capaciteit om diegene te straffen en kunnen we niets doen.” De Nederlanders gingen min of meer op de vlucht toen de Bosnische Serviërs eraan kwamen.

“Zij werden niet geacht de enclave te verdedigen. Dat was hun rol niet.”

Maar ze hielden zich afzijdig toen....

“Wat ze deden, correspondeerde met het mandaat dat ze hadden ontvangen.”

Ook als ze zich afzijdig hielden, toen er genocide zou zijn gepleegd?

“Op dat moment wist niemand dat het genocide was. Nu is het erg makkelijk om te zeggen dat het genocide was.”

Nederlandse ministers als Pronk en Voorhoeve zeiden dat al heel snel. En u heeft toch ook de Amerikaanse satellietfoto's van vermoedelijke massagraven gezien?

De woordvoerder van de secretaris-generaal aan tafel wijst erop dat het onderzoek daarnaar nog niet is afgerond. “Laat ons het eind van dat onderzoek afwachten,” zegt Boutros-Ghali. Voor u is het nog niet duidelijk dat daar genocide is gepleegd?

“Ik zeg dat we een onderzoek doen. En daar moeten we op wachten.”

Dus u heeft geen kritiek op de Nederlanders? Vindt u dat ze goed werk hebben verricht? Geprikkeld: “Come on. Er is een verschil tussen 'ik heb geen kritiek' en 'ze hebben goed werk afgeleverd'.” Nederland heeft een goede reputatie als financiële donor en troepenleverancier van de VN en op het gebied van mensenrechten. Sinds Srebrenica zijn er burgers maar ook politici die vragen stellen over de rol van de Nederland in het buitenland. Wat zou uw advies zijn aan de bevolking en aan de regering?“Dit is een gezond debat. Ik heb veel eerbied voor de soevereiniteit van de regering. Als de Nederlanders willen deelnemen in een vredesoperatie, zijn ze welkom. Willen ze dat niet - wij hebben 185 lidstaten! Als lidstaten niet geïnteresseerd zijn in een vredeshandhavende operatie, zijn ze dat misschien wel in andere activiteiten.”

Wat verwacht u van het huidige Amerikaanse vredesinitiatief in ex- Joegoslavië?

“Ik hoop op succes. Wij moeten dit nieuwe vredesproces zeker steunen.”

Is de Amerikaanse missie geen klap voor de VN? Een VN-ambassadeur vertelde me...

“Zeker niet! Er staat nergens in het Handvest dat wij alle problemen van de wereld moeten oplossen.” Die ambassadeur vertelde dat de VN nu compleet gemarginaliseerd zijn in Bosnië.

Grijnzend: “Die ambasadeur kan wel zoveel zeggen, maar als secretaris- generaal verwelkom ik het succes van het Amerikaanse proces.” Ben u ook blij met het Amerikaanse vredesinitiatief als het motief daarvoor vooral van binnenlandse aard is, zoals de presidentsverkiezingen?

“Dat zijn mijn zaken niet. Belangrijk voor mij is dit: ik heb een mandaat om vrede te bereiken. Wat de motieven van de lidstaten zijn om mij daarbij te helpen, is niet mijn domein.”

Maar leidt dit tot de conclusie dat de internationale gemeenschap in grote conflicten alleen een vuist kan maken als Amerika leiderschap toont?

“Nee, dat vind ik niet. We hebben de problemen van Angola opgelost, zonder de militaire aanwezigheid van Amerika. Datzelfde geldt voor El Salvador en Cambodja. En we werken nu weer op dezelfde manier aan enkele problemen in Angola. Wat voor ons dus belangrijk is, is de politieke steun. De militaire steun is slechts één element. Kijk, u bent opgewonden door een klein aspect, namelijk beelden van bloed, maar dat vertegenwoordigt maar twintig procent van de activiteiten.”

Zit het u dwars dat de VN impopulair zijn in Amerika, vooral in het Congres?

“De VN zijn niet impopulair onder de Amerikaanse bevolking. Iets van zeventig procent steunt de VN. Het Congres is puur een probleem van verkiezingen en van een geschil tussen twee politieke partijen. En bovendien zijn er ups en downs in het buitenlands beleid van Amerika. Maar tijdens mijn bezoek gisteren aan de commissie van buitenlandse zaken in het Huis van Afgevaardigden waren de leden zeer geïnteresseerd en zeer grote voorstanders van de VN.”Zijn uw problemen met de VS van de baan? U krijgt nogal eens kritiek uit Amerikaanse kring. “Natuurlijk. Als ik u zou moeten aangeven hoeveel kritiek ik elke dag krijg van meer dan honderd landen! Ik verwelkom kritiek. Het bewijst dat de VN actief zijn. Voor mij als secretaris-generaal is het vooral belangrijk dat ik vertrouwen blijf stellen in mijn eigen missie.” Over de andere aspecten van die missie is veel gezegd tijdens de recente jubileumzitting. De VS en andere landen hebben gepleit voor hervorming van de VN. Hoe dringend moeten de VN zichzelf hervormen?

“De hervormingen zijn een voortdurend proces. Twee maanden na mijn aantreden heb ik al posten opgeheven. Dat proces van hervormingen moet doorgaan. Wij worden immers elke dag geconfronteerd met nieuwe problemen. De drugs hebben een transnationale dimensie, en vergen een nieuwe benadering. Aids is een nieuw probleem, milieu ook. De veelheid van etnische oorlogen. Dit is een dynamische institutie.” U zei in uw slottoespraak op de wereldtop dat de 'geest' van San Francisco van vijftig jaar geleden, toen het Handvest werd ondertekend, herleefde. Maar de wereld is, afgaande op de toespraken, nogal verdeeld over de hervormingen. De Westerse landen willen een slankere VN, terwijl de ontwikkelingslanden vooral uitbreiding van de Veiligheidsraad willen. “U kunt die analyse niet alleen baseren op de toespraken hier. We hebben een commissie die werkt aan de hervorming van de VN. Een andere commissie werkt aan de uitbreiding van de Veiligheidsraad. We hebben een vragenlijst rondgestuurd en meer dan 120 antwoorden ontvangen over wat iedereen in gedachten heeft. Er zijn honderden projecten van de VN aan de gang, en die bewijzen het belang en de geloofwaardigheid van de VN.”

U zegt altijd dat er een koppeling is tussen vrede en ontwikkeling. Krijgt ontwikkeling nu genoeg aandacht?

“Een van mijn problemen is dat de media meer aandacht besteden aan bepaalde crises. Het is een nieuwe cultuur, waarin zij geïnteresseerd zijn in beelden. Het publiek kan zijn interesse maar beperkt vasthouden. Jullie besteden aandacht aan twee crises ten koste van de andere crises. Twee jaar geleden was het Mogadishu, een jaar geleden was het Haïti en vandaag is het Sarajevo. Maar we hebben ook nog Afghanistan, Tadzjikistan en een land niet zo ver van hier: Guatemala, waar het de afgelopen dertig jaar oorlog is geweest.”

Is het leiderschap van de VN voor u meer dan een optelsom van humeuren en culturen in de hoofdsteden?

“Zeker. Het feit dat we een conferentie over sociale ontwikkeling in Kopenhagen en net een vijftigjarige viering met zo'n 180 staatshoofden en regeringsleiders hebben gehad, bewijst dat het niet een kwestie van stemming is. Dat onlangs meer dan 40.000 mensen in Peking deelnamen aan de conferentie over de verbetering van de positie van de vrouw, geeft aan dat er continuïteit in het werk van de VN zit.” De eerste secretaris-generaal, Trygve Lie, heeft uw functie “de onmogelijkste baan op aarde” genoemd. “Een pakkende slogan. Ik heb nooit gezegd dat dit een gemakkelijke baan is.”

U vecht altijd tegen hoge verwachtingen van het publiek en u bereikt zelden overeenstemming tussen de lidstaten.

“Dat is zo. Ik heb 185 bazen. En niet één, zoals ik ooit in mijn eigen land had, toen president Sadat mijn baas was.”

Wanneer besluit u of u nog een tweede termijn wil dienen?

“Ik heb daarvoor nog veertien maanden. Maar ik heb nog niet beslist. Ik ben net als u journalist geweest. Ik heb mijn leven besteed aan het schrijven van boeken. Maar de afgelopen twintig jaar heb ik helaas, met zoveel jaren in internationale zaken, nooit tijd gevonden om te schrijven. Er is een verleiding om daar de komende jaren voor te gebruiken.” U zou dan ook schrijven dat de wereld over vijftig jaar nog steeds de VN nodig heeft? “De VN zullen alleen maar belangrijker worden door de globalisering van de problemen. Maar ik zou ook over andere dingen schrijven: ik ben betrokken geweest bij de totstandkoming van het vredesverdrag tussen Egypte en Israel in 1979. Ik ben met Sadat naar Jeruzalem in 1977 geweest. Dat verdient allemaal boeken voor de geschiedenis.”

U bent optimistisch over de toekomst van de VN, terwijl er in de VS en Europa veel scepsis is, zeker na 'Bosnië'.

“Sorry dat ik een beetje agressief ben, maar u heeft een zeer Euro- centrische houding. Europa is erg belangrijk, maar we hebben Latijns Amerika, Azië, Afrika. We hebben zestien vredesoperaties over de hele wereld.”

En de wereld heeft vijf miljoen dollar per dag over voor de vredesoperatie in Bosnië, maar weinig voor die in Liberia.

“Daarom vecht ik ervoor om dezelfde aandacht voor Liberia te krijgen.”

U heeft als eerste Afrikaanse secretaris-generaal van de VN, afkomstig van het 'vergeten continent', misschien een bredere blik op de noden in de wereld dan....

Hij verheft zijn stem: “Ik besteed aandacht aan èlke situatie waarin mensen worden gemarginaliseerd. Lichamelijk gehandicapten krijgen onze aandacht. De inheemse bevolking krijgt onze aandacht. En dat geldt voor elke groep, elk land, elke kwestie waarbij sprake is van marginalisering, of het nu per ongeluk is of door politieke omstandigheden. Mijn taak is te vechten voor die situaties die niet de aandacht van de publieke opinie van de wereld of de steun van de familie van volkeren krijgen. Ik wil daarop de schijnwerpers richten: alstublieft, ontferm u over deze verstotelingen, aan wie niemand aandacht besteedt. En dit is eigenlijk het antwoord op uw eerste vraag over de rol van de secretaris-generaal: iedereen zoveel mogelijk dezelfde aandacht geven, en vooral aan de underdogs in de familie van volkeren.” De woordvoerder wijst erop dat de secretaris-generaal naar zijn volgende afspraak moet. Boutros-Ghali kijkt op zijn horloge en staat op.

Werkt u niet te hard?

“Ik moet nu nog een uur werken. Ik ben een workaholic.Geniet u wel van New York?

Boutros-Ghali werpt een vlugge blik door het raam: “Ik heb de afgelopen vier jaar níéts van New York gezien!” Hij neemt afscheid, loopt naar de deur en draait zich lachend om met geheven handen: “Daarom wilde ik hier met u praten zodat ik ook eens van het uitzicht kon genieten. Maar van u moest ik met mijn rug naar het raam gaan zitten!” In zijn Sorbonne-Engels zegt hij hoffelijk: ,

Thank you.'' En weg is-ie.