Bond streeft naar mondialisering van oer-Nederlandse sport; Wereldtitel is niet genoeg voor korfballers

In India begint morgen het WK-korfbal. België is titelverdiger, Nederland de grote favoriet. Van de overige deelnemende landen wordt geen serieuze tegenstand verwacht, maar Nederlands gidswerk moet daar rond de eeuwwisseling verandering in brengen.

ROTTERDAM, 4 NOV. Een rijtoer of grachtentocht door Amsterdam maakt geen deel uit van het programma voor zondag 12 november. Korfbal is tenslotte geen voetbal, de nationale ploeg geen Ajax. Aan een feestelijke ontvangst op Schiphol wordt door het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) echter hard gewerkt: de uitnodigingen aan een select groepje genodigden liggen al klaar op het bondsbureau, een muziekgezelschap dat voor een paar vrolijke deuntjes moet zorgen is reeds besteld.

Als het KLM-toestel uit India op tijd landt, beginnen de festiviteiten op 12 november even na het middaguur. Het vliegtuig kan uiteraard vertraagd zijn, maar dat lijkt vooralsnog de enige onzekere factor in het draaiboek dat de korfbalbond heeft gemaakt. Want binnen het KNKV twijfelt niemand eraan dat het Nederlands team als titelhouder van het morgen in New Delhi beginnende wereldkampioenschap zal terugkeren.

Ook Harry Dassen niet. Sinds zijn aantreden ruim twee jaar geleden heeft de bondscoach de nationale ploeg nog geen één keer zien verliezen. “En het moet wel heel erg gek lopen, wil daar in India verandering in komen”, zei Dassen vorige week, vlak voor vertrek naar het Aziatische land, zelfverzekerd. Welke bondscoach zal hem niet benijden? In de sport telt immers maar één ding: winnen. En een winnende coach is per definitie een goede coach. Maar voor Dassen zelf is de lol er inmiddels vanaf. Na het WK legt hij zijn functie neer. “Altijd winnen - alleen maar winnen - gaat op den duur ook vervelen”, heeft hij ervaren.

Van de twaalf deelnemers aan het wereldkampioenschap in New Delhi is Nederland de grote favoriet. Naar verwachting zal België, dat vier jaar geleden op het in eigen land gespeelde WK de noorderburen verrassend naar de tweede plaats verwees, de tegenstander zijn in de finale. Beide landen staan al jaren eenzaam aan de internationale top, interlands tegen andere landen worden doorgaans met het grootste gemak gewonnen. Maar als het aan het KNKV ligt, komt daar rond de eeuwwisseling verandering in.

Korfbal, in 1902 bedacht door de Amsterdamse onderwijzer Nico Broekhuysen, is een van origine Nederlandse sport. Mede daardoor heeft de korfbalbond het altijd als één van haar doelstellingen beschouwd om het spel ook internationaal onder de aandacht te brengen. Decennialang waren de missiewerkers die met paal, korf en bal naar het buitenland trokken echter nauwelijks succesvol. Volgens een publicatie van de International Korfball Federation (IKF) kwam dat vooral omdat het een sport betrof waarin mannen en vrouwen op basis van gelijkheid met en tegen elkaar speelden. Tot de jaren zestig werd dat in menig land als 'veel te progressief' ervaren. Pas sinds 1970, toen de internationale bond nog maar vier leden had, zit de wereldwijde groei er behoorlijk in. Momenteel zijn ruim dertig landen lid van de IKF.

De laatste jaren heeft het KNKV, dat met bijna 100.000 leden niet alleen de grootste bij de IKF aangesloten bonden is maar ook tot de grotere sportbonden van Nederland behoort, internationaal het accent verlegd. De nadruk ligt niet langer op de kwantitatieve ontwikkeling van korfbal, de kwalitatieve verbetering van het spelpeil krijgt ook steeds meer aandacht. Zo hebben de negen afdelingen van de korfbalbond ieder een (Europees) land geadopteerd. District Oost bijvoorbeeld geeft door middel van uitwisselingsprojecten waarbij clubs, trainers en ook scheidsrechters zijn betrokken, korfballes aan Slowakije en Tsjechië.

Het laatste land kreeg recentelijk ook bezoek van Jong Oranje. De nationale selectie voor spelers tot 23 jaar speelde in verschillende steden demonstratiewedstrijden op scholen en universiteiten. Met de nationale ploeg van Tsjechië, op het WK de tweede tegenstander het Nederlandse A-team, werd verschillende keren getraind. De meeste aandacht ging daarbij uit naar een tactische verdedigingsvariant die de Tsjechen nog niet beheersen.

Jonni Abbenhuis, één van de speelsters van Jong Oranje die in Tsjechië van de partij waren, hoopt ooit net als haar broer Tim tot de selectie van de A-ploeg door te dringen. En net als hem wil ze ook ooit wereldkampioen worden. Ze denkt niet dat de kans daarop kleiner wordt door de 'korfballessen' die ze zelf regelmatig in het buitenland geeft. “De verschillen zijn nog altijd vrij groot, deels omdat wij ons spel natuurlijk ook verder blijven ontwikkelen. Maar het zou alleen maar goed voor de korfbalsport zijn wanneer meer landen het niveau van Nederland en België halen. Nu weet je al dat die twee teams bij een titeltoernooi om de eerste plek spelen. Dat is niet echt leuk.”

De korfbalbond denkt er niet wezenlijk anders over. Het KNKV meent dat een bredere wereldtop - het streven is in circa 2000 wereldwijd zes landen te hebben die kans maken op een eerste plaats bij het WK - ook de uitstraling van de korfbalsport in eigen land zal doen toenemen. Een wereldtitel van een vertegenwoordigend team komt een sportbond publicitair natuurlijk nooit ongelegen, maar het nationale achttal mag van de korfbalbond ook best eens als outsider naar een groot interationaal toernooi vertrekken. Welke sportbond in Nederland benijdt het KNKV niet?