Ze had verlangd, gezocht, gevonden en verloren; Hooggestemde roman van Oscar van den Boogaard

Oscar van den Boogaard: De heerlijkheid van Julia. Uitg. Querido. 285 blz. Prijs: ƒ 39,90.

Het gegeven is simpel. Een vrouw mist iets in haar leven en is naarstig op zoek naar vervulling. Daarover gaat de nieuwe roman van Oscar van den Boogaard. Dat ze iets mist, valt goed te begrijpen. Zij woont in een gehucht op het Vlaamse platteland waar eigenlijk nooit iets gebeurt, zij is getrouwd met een lieve, maar ook wat saaie man en zij heeft twee kinderen die haar al snel niet meer nodig hebben. Bovendien heeft zij geen beroep. Overspel lijkt het enige wat erop zit, en dat pleegt zij dan ook.

Deze samenvatting doet geen recht aan De heerlijkheid van Julia. Het is verbazingwekkend hoe fris en oorspronkelijk de roman aandoet terwijl het over zulke gewone dingen gaat. Dat is de geheime kracht van Van den Boogaard. Hij weet te balanceren tussen gewoon en ongewoon, aards en verheven, eenvoud en zwaarwichtigheid. In alle vier romans die hij tot dusver schreef laat hij personages opdraven met een merkwaardig blanco geest. Pas onder de druk van omstandigheden en onder invloed van anderen, lijken ze een bewustzijn te ontwikkelen. Voor een deel blijven het afwachtende types, voor een ander deel nemen ze heftig deel aan het leven. Zo heftig zelfs dat het verhaal soms gevaarlijk gaat overhellen naar het pathethische. Maar steeds weet Van den Boogaard de pathos nog net voldoende te beteugelen, door een versnelling aan te brengen, of een verdichting, of door de toon iets te dempen.

De heerlijkheid van Julia is even gewoon als hooggestemd, en wordt mooi in evenwicht gehouden door een gewiekste compositie, en door strategisch aangebrachte griezelelementen. De roman eindigt waar hij begint: met de dood van Omer, de buurman en minnaar van Julia. Het dorp gonst van de geruchten, want misschien is hij wel vermoord en misschien wel door Julia. In de tussenliggende hoofdstukken worden haar leven, bij stukjes en beetjes uit de doeken gedaan: eenzame jeugd, saai huwelijk, tegenvallend moederschap. Maar vooral is er aandacht voor haar allesoverheersende verlangen naar verlossing, naar de echte wereld, naar Liefde, die zij eerst uitleeft bij de stokoude Omer en later bij de piepjonge Marcello.

Verlangen is het sleutelwoord in deze roman, zoals het dat ook al was in Van den Boogaards vorige roman. Hoewel het onvermeld blijft, neem ik aan dat De heerlijkheid van Julia het eerste deel is van de trilogie Het oceanisch verlangen, waarvan Bruno's optimisme (1993) de proloog vormde. De twee romans hebben, behalve een krachtig zeemotief, een grondtoon, een leidende gedachte met elkaar gemeen. Die gedachte luidt dat het leven kort is en eenmalig en dat alle verlangen in dit ene leven waargemaakt moeten worden. Hoe gewoon het leven van Julia ook lijkt, haar grote verlangen maakt haar tot een bijzondere vrouw, een buitenbeentje, tot iemand met een gespleten geest. 'Links de werkelijkheid, rechts de verbeelding.'

Terwijl Maurice, haar man, genoegen neemt met de werkelijkheid en in een armzalige huurwoning de heerlijkheid van Julia kan zien, moet Julia het vooral hebben van de verbeelding. Over een begrip als vrijheid hebben zij uiteenlopende ideeën. Zijn grootste wens is om een kampeerauto te bezitten, om altijd weg te kunnen. Maar Julia voelt niets voor zo'n benauwde 'doos voor twee', die ze als een voorafschaduwing ziet van de 'doos voor één zonder wielen'. Haar vrijheidsdrang wordt veel meer bevredigd door de aankoop van een kunstwerk, een in zijn ogen waardeloos potje met geel stuifmeel. “Ze keerde het potje om en zeefde het tot een bergje, ze spreidde het uit tot een vierkant veld zoals ze het die eerste dag in de galerie had gezien. Het was alsof ze een nieuwe ruimte betrad, een geordende leegte. Haar in elkaar gekrompen wil kon in dit geel uitdijen en zijn ware proporties aannemen.”

Van den Boogaard zelf lijkt ook op zoek te zijn geweest naar een grotere vrijheid. De heerlijkheid van Julia is lichter en lyrischer van toon, en heeft een minder verknoopte intrige dan zijn vorige boeken. Zijn woordkeus is frivoler dan anders, en met kennelijk plezier gebruikt hij Vlaamse woorden als peloes, doodsklop en nonkel. Uit alles blijkt dat hij niet tot het nihilistische schrijverstype behoort. Hij heeft het beste voor met zijn lezers, en ook met zijn personages. Net als Bruno, de hoofdpersoon van zijn vorige roman, gunt hij Julia de kans om aan haar moeizame leven te ontstijgen en de wereld te omarmen, eerst door lief te hebben en vervolgens door beide minnaars te overleven. 'Ze had verlangd, gezocht, gevonden, gevonden en verloren', zo heet het in het laatste hoofdstuk, maar de boodschap is toch duidelijk. Met de vervulling van haar oceanische verlangen, heeft ze haar leven al gered.