Zaak-Bosman verontrust voetbalbonden

ROTTERDAM, 3 NOV. De 49 voorzitters van de bij de UEFA aangesloten voetbalbonden hebben een open brief geschreven. Daarin wijzen zij op de nadelige gevolgen die een negatieve uitspraak van het Europese hof van justitie kan hebben in de zaak-Bosman. Het schrijven is door de KNVB verzonden aan staatssecretaris Erica Terpstra van VWS.

Als het Europese Hof begin volgend jaar op advies van advocaat-generaal Lenz de Belgische voetballer Jean-Marc Bosman na een langdurige juridische procedure in het gelijk stelt, kan dat de afschaffing van het transfersysteem betekenen. Ook komt de beperking van het aantal buitenlanders per team onder druk te staan.

De 49 voorzitters menen dat de ontmanteling van deze systemen de bonden van de Europese Unie in een isolement plaatst ten opzichte van de rest van de wereld. Er komt volgens hen een verwijdering tussen een handjevol grote clubs en de rest van het voetbal.

“Honderden middelgrote clubs zijn misschien gedoemd te verdwijnen, of ze degraderen in het gunstigste geval naar een lager niveau, van semiprofessioneel of amateur.” Tevens zullen kleinere clubs hun dure jeugdopleiding niet meer kunnen betalen, waardoor jonge voetballers gedwongen worden hun heil weer op straat te zoeken. Met alle sociale gevolgen van dien, menen de voorzitters.

De KNVB heeft een studiecommissie ingesteld om de gevolgen van de ontmanteling van het vergoedingensysteem te onderzoeken. Het college zal kijken naar de financiële gevolgen van de mogelijke opheffing en de invoering van een alternatief systeem. De commissie bestaat uit: Gerard Bouwer (bestuur betaald voetbal), Jorien van den Herik (Feyenoord), Henk Hut (Haarlem), John Peek (NAC), dr. Gaston Sporre (FC Zwolle) en mr. Theo van Seggelen (Centrale Spelers Raad). Prof. mr. Heiko van Staveren (Vrij Universiteit Amsterdam) is toegevoegd als extern adviseur.

De voetbalbond heeft in zijn beleidsplan inmiddels opgenomen dat in de toekomst bij de verdeling van de televisiegelden 1/37e deel bij de spelers terecht komt. Het zogenaamde 'portretrecht' is van toepassing op de afbeeldingen van voetballers die worden uitgezonden op de televisie. Tot voor kort ging het bij commerciële activiteiten van spelers zoals het openen van een winkel, om relatief kleine bedragen.

Gisteren bereikte het bestuur van landskampioen Ajax overeenstemming over het omstreden recht waarover lange tijd onenigheid bestond. Vooraf was onduidelijk waar het verschil tussen collectief recht - en dus opbrengst voor Ajax - en individueel recht. Na overleg met de voetbalvakbond VVCS, belangenbehartiger Rob Jansen van Sport Promotion en enkele spelers van de titelhouder erkende de clubleiding dat de opbrengsten van individuele commerciële activiteiten voortaan bij de spelers terecht behoort te komen.

“De zaak was niet ingewikkeld”, zei Uri Coronel, belast met de commerciële gang van zaken bij Ajax. “Binnen een half uur, drie kwartier waren we er uit. Een groep spelers, zes, zeven, acht, op een reclame-foto is collectief. Doen ze persoonlijk iets in de merchandising, bijvoorbeeld met het uitbrengen van een kalender, dan is dat individueel en mogen ze er persoonlijk geld voor ontvangen.”

Volgens Coronel erkennen de spelers de collectiviteit. In geval van twijfel, zoals bijvoorbeeld wanneer maar twee spelers geportretteerd worden, zal de zaak apart worden bekeken. Door de enorme populariteit van met name spelers van Ajax is de interesse van het bedrijfsleven in bepaalde voetballers enorm toegenomen. Daarbij wordt ingesprongen op de naamsbekenheid van een individu, niet op het gehele elftal van Ajax. Eerder al stelde zaakwaarnemer Rob Jansen dat spelers de rechten hebben van hun eigen naamsbekendheid. De club heeft de rechten op de naam Ajax, het logo en het shirt.

In de topsport in de Verenigde Staten is vaak sprake van twee contracten. Een normale overeenkomst, die verplicht tot het spelen van wedstrijden en een image-contract. De club krijgt daarmee alle rechten de naam van de topatleet te exploiteren. Vaak is voor de speler de opbrengst van het image-contract vele malen hoper dan het gewone.

Volgens Coronel is het uitgesloten dat een dergelijke constructie gangbaar wordt in Nederland. “Daar beginnen we niet aan, ik zie het er in de komende jaren absoluut niet van komen. We hebben duidelijke afspraken gemaakt in een zaak die door sommigen ingewikkelder werd gemaakt dan die was. Het ligt allemaal vrij simpel. Eigenlijk is er niets bijzonders aan de hand”, verklaarde Coronel gisteren na afloop van het beraad.