Veel twijfels in Kamer over nieuwe missie in Bosnië

DEN HAAG, 3 NOV. In de Tweede Kamer bestaan grote twijfels over de nieuw te vormen vredesmacht voor Bosnië en de Nederlandse deelname met 2.060 militairen aan die operatie. Voorlopig krijgt de regering geen toestemming van de Kamer om die troepen uit te zenden.

Dat bleek gisteren tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer waar het aanbod van Nederland aan de NAVO besproken werd. Een aantal woordvoerders vroeg zich af waarom een 'implementatiemacht' van 60.000 zwaar bewapende militairen nodig is om op vrede toe te zien, en eventueel ook op te leggen, als er een goed akkoord zou worden gesloten. Is het geen motie van wantrouwen voor de drie partijen in Bosnië als nu al zo'n zware troepenmacht wordt geformeerd? VVD, CDA en GPV hadden het grootste voorbehoud tegen het uitzenden van Nederlandse militairen. De Hoop Scheffer (CDA) vond dat een van de lessen van 'Srebrenica' zou moeten zijn dat de Kamer voortaan in een plenair debat besluit tot uitzending van Nederlande militairen. Aan die zwaardere rol heeft de Kamer ook zelf behoefte.

Voor Blaauw (VVD) “moeten de Verenigde Naties in Bosnië voortaan met hun poten van genomen besluiten afblijven”. Hij zei een aantal keiharde voorwaarden te zullen stellen als Nederland straks besluit aan een implementatiemacht mee te doen, vooral op het terrein van commandolijnen en het mandaat. Ook vroeg hij de regering opnieuw om voor het einde van het jaar een evaluatie te maken van de inzet van Nederlandse troepen, schepen en vliegtuigen in Bosnië. Voor de VVD dient er een einde te komen aan de Nederlandse taken daar, tenzij de partij wordt overtuigd van het tegendeel in de evaluatie van de regering.

Van Middelkoop (GPV) was van mening dat het makkelijk was om te beginnen met zo'n vredesmacht maar lastig om er mee te eindigen. De regering spreekt nu van een aanwezigheid van twaalf maanden maar bij verschillende fracties bestaat er scepsis of zo'n termijn wel realistisch is. Ook wilde de Kamer weten wat nu precies de opdracht van die 'implementatiemacht' wordt. Gesproken wordt ook van het opleggen van vrede. Daartoe worden de troepen ook zwaarder uitgerust en krijgen zij de hulp van gevechtsvliegtuigen die direct kunnen worden ingezet. Het Nederlandse bataljon krijgt een eskadron tanks. Wordt met die escalatie van geweldsmiddelen bij de opleiding van de militairen voldoende rekening gehouden? Hoe verhoudt zich de mate van geweld tot de vredebrengende taak van deze nieuwe macht?

Minister Voorhoeve (defensie) zei in een korte beantwoording van alle vragen dat de Nederlandse militairen goed worden voorbereid op deze nieuwe taak en beter zijn uitgerust. Hij deelde de Kamer mee dat de 2.060 militairen op 1 januari in Bosnië kunnen worden ingezet en de Kamer ruimschoots gelegenheid krijgt om zich op die inzet te beraden.