Undercover

Wat gebeurt er als toptoezichthouders op commerciële banken hun geluk gaan beproeven in de financiële sector? Dan gaat er, net als bij gewone bankiers, ook wel eens wat fout. Karl Otto Pöhl, ooit de eerste man van wat wel de meest onafhankelijke centrale bank wordt genoemd, de Deutsche Bundesbank, staat er gekleurd op. Bank Oppenmheim, een Duitse familiebank, waar Pöhl nu een van de topmensen is, moest deze week erkennen dat een handelaar maar liefst 24 miljoen Duitse marken verloren had door speculatie op de financiële markten. Op de schaal van Leeson, vernoemd naar de handelaar die de Britse Barings bank ruïneerde, scoort de Oppenheim-handelaar hooguit een drie. Hij is ook nog ver verwijderd van de financiële klappers van de man die de Japanse Daiwa Bank in Amerika met een verlies van meer dan een miljard dollar opzadelde. Ook voormalige bankentoezichthouders als Pöhl hebben moeite om orde te houden in de wondere wereld van de financiële markten. De rente vaststellen is één ding, de handelaren controleren die er op gokken is heel wat anders. Wellicht dat Pöhl en andere bankiers en toezichthouders de adviezen van financiële inlichtingen man Jules Kroll moeten opvolgen. Kroll ziet wel iets in spionnen in de dealingrooms, die handelaren in de gaten houden. Handelaren zijn gewaarschuwd. Wanneer zij een nieuweling op de vloer zien en het is niet Peter R. de Vries, dan is het een ex-centrale-banktopman die wat bijverdient als undercover agent.