UFFE ELLEMANN-JENSEN; Voor Navo en Europa

BRUSSEL, 3 NOV. Behalve als een beminnelijk en geestig man, staat de Deense oud-minister Uffe Ellemann-Jensen bekend als een eigenzinnig politicus - sterk pro-NAVO en pro-Europa. Als minister van buitenlandse zaken droeg hij in de jaren tachtig bij aan de koerswijziging van Denemarken van aarzelende NAVO-partner naar actief deelnemer aan acties tijdens de Golfoorlog en in voormalig Joegoslavië.

Tien jaar lang, van 1982 tot 1993, leidde Ellemann-Jensen het Deense buitenlandse beleid en zijn Europese ster steeg in die periode gestaag. Met grote inzet leidde Ellemann-Jensen in 1992 en 1993 de 'ja-tegen-Maastricht'-campagne en hij was geschokt door het eerste Deense 'nej' tegen Europa. Als voorzitter van de Europese ministerraad pleitte hij in 1993 voor het aanhalen van de banden met de Verenigde Staten.

Ellemann-Jensen (53) is econoom, zoon van een journalist, getrouwd met een journaliste en was voor zijn politieke loopbaan tv-journalist. Momenteel is hij de liberale leider van de Deense oppositiepartij Venstre. Vorig jaar was Ellemann-Jensen ook even in de markt voor de hoogste baan bij de NAVO, als opvolger van de overleden secretaris-generaal Manfred Wörner. Maar hij haakte af, omdat hij inzette op het Deense premierschap - dat hij overigens misliep.

Ellemann-Jensen staat bekend om zijn flamboyante stijl, die een mogelijke handicap zou zijn voor het leiderschap van het Atlantisch bondgenootschap. In de Europese politiek nam Ellemann-Jensen geen blad voor de mond. Zo zei hij in 1993 hardop wat anderen slechts dachten: dat Griekenland de hele Europese Unie “gegijzeld” hield in de kwestie-Macedonië. Het leverde hem in Athene de reputatie op van verstokt Griekenland-hater. De Griekse minister van buitenlandse zaken verklaarde zelfs geen vertrouwen meer te hebben in Ellemann-Jensen, die destijds de EU-ministerraad voorzat.

Ellemann-Jensen was in 1982 net een week op Buitenlandse Zaken toen hij zijn eerste Europese ministerraad moest leiden. Europa bevond zich op het hoogtepunt van de 'Eurosclerose' en de Britse premier Margareth Thatcher eiste 'my money back' - in die eerste maand van zijn carrière als minister en raadsvoorzitter vermagerde Ellemann-Jensen tien kilo. Toevallig sloot Ellemann-Jensen zijn carrière bij Buitenlandse Zaken ook af met het EU-voorzitterschap dat Denemarken in het eerste half jaar van 1993 bekleedde.

In een toespraak op 20 januari 1993 voor het Europese Parlement verklaarde Ellemann-Jensen dat Europa de 'uitdagingen' die de wereld stelde alleen in nauwe samenwerking met de Verenigde Staten kon beantwoorden. Hij zei dat Denemarken een versterking van de transatlantische relaties “op de dag dat Bill Clinton als president wordt geïnstalleerd” als een prioriteit zag. Volgens raadsvoorzitter moest de samenwerking verder gaan dan alleen “een intensievere politieke dialoog”. Hij noemde een vijftigtal gebieden waarop de samenwerking moest plaatshebben, zoals de bestrijding van de internationale misdaad, de drugshandel en het terrorisme. Ook kondigde hij een ontmoeting aan met de nieuwe Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher.

Ellemann-Jensen is een onverstoorbaar idealist, maar in juni 1992 overwoog hij toch even af te treden, toen de Denen 'nej' zeiden tegen Europa. “Ik heb toen twintig seconden lang overwogen af te treden en gewoon te gaan vissen”, verklaarde hij tegenover deze krant. “Maar ik realiseerde me snel dat ik het meest gekwalificeerd was om de EU-partners van een tweede kans voor Denemarken te overtuigen.” Ellemann-Jensen beschouwde zich als de geestelijk vader van het nieuwe streven in de Europese Unie naar openheid, 'transparantie' en 'subsidiariteit' (decentralisatie), die op gang kwam nadat de Denen in een eerste referendum onverwachts Maastricht afwezen.

De functie van NAVO-secretaris-generaal omschreef Ellemann-Jensen ooit als een droombaan. Dat hij tegelijkertijd pro-NAVO en pro-Europees is, pleit voor hem als kandidaat voor de NAVO-post, evenals het feit dat Denemarken nog nooit een secretaris-generaal leverde. Wat dat laatste betreft heeft Ellemann-Jensen een streepje voor op de tweede kandidaat voor de post, Ruud Lubbers, die de derde Nederlander aan het hoofd van de NAVO zou zijn. Maar de Deen heeft twee grote nadelen: hij spreekt geen Frans, één van de twee officiële NAVO-talen en een eis van Frankrijk, en hij komt uit Denemarken, dat in Brussel nog altijd niet wordt beschouwd als de meest toegewijde NAVO-bondgenoot. Men herinnert zich nog al te goed dat Kopenhagen weigerde kernraketten te stationeren op Deens grondgebied. Ook de recente kritiek op de Franse kernproeven is niet in goede aarde gevallen. Wat dat betreft heeft Ellemann-Jensens Nederlandse tegenstrever grotere kansen.