Trompetteren voor Hamlet; Nieuwe interpretatie van een tekening uit 1596

De schets van The Swan Theatre die in de Utrechtse Universiteitsbibliotheek wordt bewaard, is de enige bekende afbeelding van een Londens theater uit Shakespeares tijd. De schets heeft veel toneelmakers beïnvloed. “Je kunt met weinig toe op het toneel,” zegt Erik Vos. Maar welk toneelstuk wordt er op de tekening uit 1596 gespeeld? Driekoningenavond? Henry V? De Engelse auteur Eric Sams bedacht een nieuwe interpretatie.

Eric Sams: The Real Shakespeare: Retrieving the early years. Yale University Press, 256 blz. Prijs ƒ 62,85.

Met omzichtigheid wordt het in halfperkament gebonden boek op een schuimrubberen steun voor me opengeslagen. De stilte in de handschriftenkamer van de Utrechtse Rijksuniversiteit lijkt een graadje dieper te worden. Op pagina 132 recto van Handschrift 842 zie ik voor het eerst de tekening van The Swan Theatre in Londen uit 1596. Een beroemde schets, elke week wordt ze wel een keer ter inzage gevraagd, ze is in miljoenvoud over de wereld verspreid want in elk boek over Shakespeare of het Elizabethaanse theater staat ze afgebeeld. De schets is de enige afbeelding die we bezitten van het interieur van een schouwburg uit Shakespeares tijd.

De tekening dook in 1888 op in de Königliche Bibliothek van Berlijn. Via schenkingen en veilingen kwam ze later in Utrecht terecht. De publikatie ervan in het jaar van ontdekking deed het circus der interpretaties losbarsten. Allereerst richtte men zich op de grote soberheid van het Elizabethaanse toneel. Die was aan het eind van de vorige eeuw opzienbarend, want voorstellingen speelden zich toen af in overdadige, tot stikkens toe volgestouwde decors met een massa aan kunst- en vliegwerk. Twistpunt was hoe de zogenaamde ontdekkingsscènes gespeeld werden, bijvoorbeeld Hamlet die Polonius dood steekt dwars door een gordijn of Othello die met Desdemona in bed wordt betrapt. Hing er tussen de zuilen misschien toch een gordijn, ook al is dat niet op de tekening terug te vinden?

The Swan werd gebouwd in de zomer van 1595. Het lag op de zuidelijke oever van de Theems en werd zo genoemd naar de zwanen die er talrijk waren. De tekening van dit openluchttheater vertelt ons dat de acteurs zonder coulissen speelden, en nauwelijks een rekwisiet nodig hadden; er waren geen geschilderde bomen en nep-kasteelmuren. Alles was sober, kaal, strak en leeg. Zonder hulpmiddelen werd een theatrale illusie gecreëerd.

De tekening blijkt ook nu nog invloed te hebben op theatermakers. Nederlandse regisseurs als Gerardjan Rijnders, Erik Vos en Hans Croiset vonden bij hun Shakespeare-regies inspiratie in de soberheid van het Elizabethaanse theater. De afwezigheid van elke theatrale illusie schept meer ruimte voor de verbeelding. Rijnders ontleende aan dit plaatje het idee dat het voldoende was de acteurs in zijn Hamlet (1986) op een kaal toneel te laten spelen, maar wel gekleed in de prachtkostuums die in de tijd van koningin Elizabeth (1558-1603) bon ton waren. Men speelde bovendien met de toeschouwers aan drie zijden om zich heen, als een théâtre en rond. In het Appeltheater van Erik Vos is deze spelsituatie overgenomen.

Erik Vos schreef mij daarover desgevraagd: 'Je ziet op het plaatje dat er geen decor is bij Shakespeare, alleen een ruimte, een platform, of, zoals Shakespeare het noemt, 'this unworthy scaffold'. Scaffold betekent ook schavot: daar waar de doden vallen, in het openbaar. Toen ik Hamlet regisseerde betekende dit plaatje: je kunt met weinig toe op het toneel, een paar acteurs, een bank, een speer of een zwaard. De magie van de tekst en de fantasie van de toeschouwer zorgen voor de rest.'

Hemel

Het publiek zit op de schets in drie rijen rondom de verhoogde, vierkante speelvloer. In de arena stonden de minst draagkrachtige bezoekers. Boven het toneel bevond zich de kap, bekend als de hemel, aan de binnenzijde blauw geschilderd en vol twinkelende sterren. De toneeltoren, waarin de machinerie was opgeborgen, verraadt dat er toentertijd met verschijningen uit de lucht en verdwijningen de hoogte in werd gewerkt.

De personen in de loge in het midden op de tekening zijn hooggeplaatste gasten, misschien wel Lord Chamberlain, de beschermheer van Shakespeare, en zijn vrienden. Die loge kon ook dienst doen als ruimte voor de muzikanten of als tweede speelplek voor de acteurs, want waar zet je anders Julia neer op haar balkon?

Dit theater is de 'wooden 0' waar Shakespeare zijn stukken voor schreef, zijn visioen van de hele wereld als een schouwtoneel. Het was een van de vier amfitheaters van Londen met plaats voor drieduizend bezoekers. The Swan, naar verluidt de mooiste, was opgetrokken uit vuursteen; de houten Corinthische zuilen waren zo beschilderd dat het precies marmer leek.

De tekening is kleiner dan ik op grond van haar beroemdheid verwachtte, zo'n vijftien bij tien centimeter. Ze is gemaakt met een dunne, bijna ijle pen in lichtbruine galnoteninkt. De Utrechtse geleerde Arnoldus Buchelius (Aernout van Buchell, 1565-1641) tekende haar in zijn Diarium, een autobiografisch, kroniekachtig werk dat hij bijhield tussen 1593 en 1600. Maar hij tekende niet naar eigen waarneming.

Buchelius' vriend Johannes de Witt bezocht in de zomer van 1596 Londen. De aantekeningen en schetsen die hij maakte, onder andere van The Swan, stuurde hij naar Buchelius. Die nam in zijn dagboek De Witts observaties over, evenals de schets, die dus een kopie is van een verloren gegaan origineel. Kwade tongen beweren daarom dat het allemaal niets voorstelt. Wat we hebben is een slordige schets vol perspectivische fouten, slechts gebaseerd op mondelinge overlevering. Desalniettemin zorgt de prent telkens voor fikse beroering in de wereld van de 'Shakespeareans', de Engelse versie van onze 'Multatulianen'.

Kroon

Na de analyse van de inrichting van het Elizabethaanse theater, en de verwondering daarover, ging men zich afvragen welke scène op het plaatje was afgebeeld. Was het een stuk van Shakespeare? En zo ja, welke scène uit welk stuk? Is zoiets überhaupt wel te traceren, en wat schiet je ermee op?

Wie lang naar de tekening tuurt, ziet geheimzinnige zaken. Op de bank zit onmiskenbaar een vrouw in wijdvallend kostuum met een kroon op haar hoofd. Ze wendt haar blik af van de man die in een vreemde beweging, alsof hij schaatst, van rechts opkomt. Hij heeft een speer in de hand. De gestalte links is waarschijnlijk ook een man; hij spreidt zijn armen en kijkt verschrikt naar diezelfde verschijning. Voor Erik Vos is de scène de proloog van Hendrik V. Hij schrijft: 'Let your imaginary forces work, vraagt de proloog van Henry V, en dan buigt deze voor het publiek. Dus dat is de scène die hier wordt opgevoerd: de proloog van Henry V.' Maar de acteur die de proloog uitspreekt staat alleen op het toneel en hier is sprake van drie figuren, in een dramatische verhouding tot elkaar.

In 1897 opperde H. Logeman in het tijdschrift Anglia dat het een scène uit Twelfth Night betreft. Zo'n dertig jaar later verscheen in de John o'London's Weekly een ingezonden brief die op deze visie voortgaat: 'Nobody seems to have noticed that the scene shown is 'Twelfth Night' III,4 (Malvolio, Olivia and Maria).' Sindsdien is deze vaststelling een eigen leven gaan leiden. Maar ook tegen deze interpretatie bestaan tal van bezwaren. Scène vier uit het derde bedrijf van Driekoningenavond geeft weliswaar deze personages, maar de regieaanwijzing is anders. Eerst komen Olivia en Maria samen op, dan gaat de laatste af en keert terug met Malvolio. Bovendien dateert Driekoningenavond pas uit 1601-'02, vijf jaar na De Witts bezoek. En de figuur links op de tekening is, gezien zijn kostumering, een pofbroek, en kapsel, eerder een man dan een vrouw. Toch is deze mythe sterk; toen Hans Croiset zijn eerste enscenering van Shakespeare deed, en dat was Driekoningenavond, vroegen de acteurs hem of hij zich door dit plaatje liet inspireren. Dat wilde hij niet, gezien de historische onbetrouwbaarheid ervan. 'Het is niet meer dan een droombeeld van iemand die nooit in Londen is geweest. Voor mij behoort het speuren naar welke scène uit welk stuk tot de Shakespeare-folklore; elk jaar bedenken ze in Engeland wel iets.'

De nieuwste ontdekking verscheen een maand geleden in de Times Literary Supplement, in een voorpublikatie uit het boek met de uitdagende titel The Real Shakespeare van Eric Sams. Volgens Sams is op het tekeningetje geen scène uit Driekoningenavond afgebeeld, maar uit een heel ander toneelstuk. Want wat is nu een beroemde scène uit een Shakespeare waarin de ene acteur zich wezenloos schrikt bij de entree van een andere, in een bizarre gedaante? Dat is, zoals Sams onomstotelijk meent te kunnen vaststellen, in Hamlet, eerste bedrijf, vierde toneel. Daarin speelt zich de ontmoeting af tussen Hamlet en de geest van zijn om wraak roepende vader op de transen van kasteel Elseneur in Denemarken, die verrotte staat.

Nachtgewaad

In 1596, het jaar van De Witts bezoek, verhuisde Shakespeare uit zijn oude wijk Shoreditch, waar hij met zijn gezelschap het gelijknamige theater bespeelde, naar het drie mijl verderop gelegen Paris Garden, vlakbij The Swan. Kan hij daar Hamlet opgevoerd hebben? In elk geval is het stuk veel ouder dan de eerste vermelding ervan op 26 juli 1602 in een repertoirelijst, de kwarto-editie van 1604 en de folio van '23 doen vermoeden. Al in 1589 is er in de Londense toneelarchieven sprake van een Hamlet-uitvoering, vervolgens een in 1594. Getuigenissen van tijdgenoten spreken omstreeks die tijd over vertoningen waarin een 'Ghost' optrad, die riep: 'Hamlet, revenge!' In het begin van 1596 werd er een Hamlet opgevoerd in Shoreditch, zo meldt het dagboek van een bezoeker, Thomas Lodge. Toen Shakespeare in dat jaar neerstreek in The Swan, moet hij er voor gekozen hebben zijn Hamlet te spelen, veronderstelt Sams. Want Hamlet was voor de auteur 'the play to end all plays'.

In een jonge versie van Hamlet staat de volgende regieaanwijzing: 'Opkomst van de geest in nachtgewaad.' Er zijn twee andere figuren, 'van wie er een, een vrouw, op een bank zit'. In latere edities is deze vrouw verdwenen en verkeert Hamlet in gezelschap van Horatio wanneer hij met een huivering door de leden de Geest aanschouwt. Het antwoord kan nauwelijks nog missen, de speculaties zijn rond: De Witt was getuige van de openingsscène van een vroege Hamlet.

Baard

Eric Sams kan in de kolommen van de Times Literary Supplement aan het eind van zijn zoektocht zijn geluk niet op. Want op de tekening staat niet alleen Hamlet, maar ook Shakespeare zelf. Met geestdrift schrijft Sams over de vrouw op de bank die Gertrude is, de koningin-moeder. Vol afgrijzen kijkt ze weg van de Geest. Natuurlijk, zij pleegde overspel met de broer van Hamlets vader, Claudius, die hem vervolgens vermoordde. Haar incestueuze bed moet ergens achter een van beide deuren staan. Hamlet verstart van schrik wanneer zijn vader hem toeroept: 'Wreek zijn gemene onmenselijke moord.' De Geest beweegt zich op de tekening inderdaad nachtmerrieachtig, als een snel voortglijdende schim die onwereldse passen neemt. Zijn lichaam is déshabillé, gehuld in niet meer dan wat fladderend nachtgoed. 'En hij is,' vervolgt Sams, 'bearded like the Bard.' Shakespeare was zelf acteur, en zijn geliefde rol, 'the top of his Performance', aldus een tijdgenoot, was niet de titelheld maar de Geest van wijlen Hamlets vader.

Johannes de Witt zag vermoedelijk de vertoning van zijn leven: William Shakespeare himself als Geest. Zeer waarschijnlijk vertolkte Richard Burbage, de eerste grote Shakespeare-vertolker, Hamlet. Hij was de zoon van de ontwerper en bouwer van The Swan, James Burbage. Maar waarom, vraag je je af, meldt Buchelius dan niet in de begeleidende, in het Latijn gestelde tekst dat zijn confrater Hamlet zag? Buchelius was kennelijk niet op de hoogte van het bestaan van het stuk; De Witt vermoedde niet de historische betekenis van het moment.

Er is nog een argument te noemen - Sams verzuimt het - dat erop duidt dat de tekening gemaakt is aan het prille begin van een voorstelling, en niet tijdens een later bedrijf. Rechts bovenin de toneeltoren trompettert een man in het rond. Op de kleine banier aan zijn trompet is, net als op de vlag erboven, een zwaan afgebeeld. Het was in die tijd de gewoonte dat een opvoering, altijd in de middag gespeeld, werd aangekondigd door trompetgeschal.

En wat hoorde De Witt, behalve het getrompetter, terwijl hij de schets maakte? Was het inderdaad: 'Hamlet, revenge!'? Al zijn de klanken van de trompet en de woorden van de acteur weggewaaid in de eeuwen tussen toen en nu, ik ben er nu van overtuigd. De openingsscène van die heel vroege Hamlet-versie raakte dus meteen de kern: de drie belangrijkste personages zijn in een theatraal moment samengevoegd. De Geest van Hamlets vader, zijn moeder Gertrude en Hamlet. Want om dit drietal draait de hele tragedie, met al haar doden.