Schildpad passeert haas

Aan procederen moet je natuurlijk niet beginnen. Dat begrijpt iedereen zo. Het is zenuwslopend, het kost handenvol geld. En het duurt ook zo vreselijk lang. Al die tijd worden je zenuwen telkens weer op de proef gesteld, en lopen de kosten verder op. De bezwaren tegen procederen zijn niet van vandaag of gisteren. Waarschijnlijk zijn ze voor het eerst vernomen, kort nadat de eerste rechters waren 'uitgevonden', en nadat hun eerste zaken al lang bleken te duren.

Aan sommige bezwaren valt ook niet veel te doen. Dat procederen zenuwslopend is, daar kan geen wet of reglement iets aan veranderen. Dat moeten we doorverwijzen naar de farmaceutische industrie. Dat procederen duur is - daar is zeker wel wat aan te verbeteren. Maar als je hoog gekwalificeerde vaklui aan het werk zet, en als die ook nog veel tijd aan de zaak moeten besteden, kom je toch voor hoge kosten. Met een efficiënte regeling van de procedure worden de kosten natuurlijk wel lager - maar echt laag zullen ze nooit worden. Want procedures gaan meestal over ingewikkelde problemen. Voor een kleinigheid lopen we heus niet naar de rechter. Voor het uitzoeken van ingewikkelde problemen, kun je de hulp van de vakjurist niet goed missen; en omdat het probleem ingewikkeld is, zal die er toch nogal wat tijd in moeten steken. Iemand zal dat moeten betalen - en de overheid vindt dat zij al genoeg aan de kosten bijdraagt. Dus: duur.

Maar dat het vaak zo lang duurt - kunnen we daar dan niet iets aan doen? Moeten we er zelfs niet iets aan doen? Want het Europese Verdrag voor de rechten van de mens verplicht onze overheid om iedereen die daarvoor in aanmerking komt een eerlijk proces te garanderen, en ook binnen een redelijke tijd. Regelmatig worden de verdragsstaten door het Europese Hof op de vingers getikt omdat deze verplichting weer eens niet is nageleefd, en er ergens een doorsnee-procedure 10, 12 of 15 jaar heeft geduurd. Dat mag niet. De overheid moet dat voorkomen door te zorgen voor een goede bezetting van de rechterlijke organisatie. En de rechter moet ook actief zijn: als de procespartijen of hun advocaten al te veel treuzelen, moet hij initiatieven nemen om de gang erin te houden. En toch duurt het lang. Voor een deel om heel begrijpelijke redenen. Het verzamelen en ordenen van gegevens kost tijd. Het maken, doorpraten, en nog eens overmaken van processtukken kost tijd. Het vinden van zittingsdata waarop iedereen beschikbaar is, blijkt vaak een tijdrovende klus. En als de rechter zijn vonnis goed wil overwegen, en daarbij ook overleg met zijn collega's wil plegen, dan kost dat - inderdaad - tijd. Maar voor een ander deel is het uitlopen in de tijd wel degelijk te vermijden. Routine en sleur - 'de dingen gaan nu eenmaal zoals zij gaan' - spelen een negatieve rol. Overbodig oponthoud, bijvoorbeeld bij het vaststellen van een zittingsdatum - dat je elkaar daar gewoon over kunt opbellen, dringt nog maar geleidelijk door. En het is ook bepaald geen uitzondering dat één procespartij gewoon tijd wil rekken en dat wordt haar gewoonlijk niet te moeilijk gemaakt. En dan nu de aanleiding voor dit stukje: dat is het (betrekkelijk) recente initiatief van de Nederlandse Vereniging voor rechtspraak, de beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie, en de Nederlandse Orde van advocaten, om een versnelde procedure tot stand te brengen. Eerst als experiment, in een aantal rechtbanken die zich als proefkonijn - proefstation is misschien beter, wegens de eerbied voor de rechterlijke macht - beschikbaar stellen. Bij gebleken succes moet het systeem dan natuurlijk overal gaan lopen.

De opzet is eenvoudig: de partijen kunnen, samen of apart, voor het versnelde regime kiezen. Doen zij dat, en ziet de rechter geen bezwaar, dan verplichten de betrokkenen zich tot medewerking. Voor de partijen betekent dat: snel stukken indienen, en ook behoorlijk bruikbare stukken. Dus een deugdelijk toegelichte eis, mèt bewijsstukken, en een antwoord waar duidelijk in te lezen valt waar het nu eigenlijk om gaat, ook met bewijsstukken. Geen verdere processtukken, pleidooien, tijdrovende incidenten of andere verfraaiingen. Wèl een mondelinge behandeling, in beginsel niet meer dan zes weken nadat de schriftelijke stukken zijn gewisseld. En dan ook na uiterlijk zes weken uitspraak. Dus, als alles loopt zoals het zou moeten, tussen de dagvaarding waarmee de zaak wordt aangebracht en de uitspraak, een tijdsverloop van zo'n vijf maanden. U vindt dat misschien nog lang, maar dat is voor een 'gewone' civiele procedure werkelijk spectaculair snel. Sneller kan het ook eigenlijk niet, willen de partijen en de rechter(s) hun standpunten, en de zitting, en de beslissing respectievelijk zonder al te zware tijdsdruk, en toch ook nog een beetje degelijk kunnen voorbereiden. Voor wie nog meer haast heeft, is er natuurlijk nog het kort geding.

Dit is een werkelijk uitstekend initiatief. Als het lukt, voegt het een nieuw, gebruikersvriendelijk 'produkt' toe aan het wat stoffige assortiment dat de justitie nu te bieden heeft. Maar wil het lukken, dan moet het natuurlijk wel uitgeprobeerd worden, en ook van harte, en niet in een al te benepen omvang. Dus dames en heren rechters, aan de slag! En dames en heren advocaten: doe hier uw voordeel mee! Want u zult met dit nieuwe produkt goede sier bij veel van uw cliënten kunnen maken.

Haastige spoed is zelden goed - maar het spreekwoord geeft zelf al aan dat uitzonderingen mogelijk zijn. Dit herken ik dadelijk als zo'n uitzondering.