Rala, 8 jaar, maakt duizend doosjes op een dag

Het uiterste zuiden van INDIA herbergt een van de grootste concentraties kindarbeiders ter wereld. Tienduizenden kinderen, vooral meisjes, maken er in primitieve fabriekjes voor enkele rupees per dag lucifersdoosjes en vuurwerk.

RAMASAMY PURAM, 3 NOV. Onder een afdak van gedroogde palmbladeren tegen de blakerende zon zit de achtjarige Rala samen met zo'n 25 andere meisjes en jonge vrouwen in het dorpje Ramasamy Puram de binnenkant van lucifersdoosjes te maken. Ze is er al sinds zes uur vanmorgen mee bezig en zal er, afgezien van een korte lunchpauze, nog tot het invallen van de duisternis mee doorgaan.

Twaalf uur per dag neemt ze een reepje hout en een paars papiertje, plakt die met sterk riekende lijm aan elkaar en vouwt met een razendsnelle beweging het geheel tot het geraamte van een doosje, waarna ze er al even vaardig een bodempje in stopt. Zo maakt ze dagelijks een paar duizend doosjes. Voor haar geestdodende werk krijgt zij, of liever gezegd haar ouders, tussen de 10 en 15 rupees (50 tot 75 cent), afhankelijk van haar produktie die dag.

Sinds haar zevende doet Rala dit werk, een normale leeftijd voor meisjes in Ramasamy Puram en andere dorpen in de omgeving van het stadje Sivakasi om de arbeidsmarkt te betreden. Naar school is ze nooit geweest, zeggen de anderen in het vertrek, want het verlegen meisje zelf doet er verder tot hilariteit van de anderen met een betraand gezicht het zwijgen toe.

De vlugge vingertjes van Rala en haar duizenden collega's moeten het opnemen tegen moderne machines van grotendeels gemechaniseerde lucifersfabrieken in Madras, de hoofdstad van de deelstaat Tamil Nadu waartoe ook Sivakasi behoort. Al kunnen de lokale bedrijfjes dankzij de zeer lage lonen het hoofd vooralsnog redelijk boven water houden, het is onwaarschijnlijk dat met de hand gemaakte lucifersdoosjes op den duur veel toekomst hebben. Ruimte voor loonsverhoging en verbeterde arbeidsomstandigheden is er ook nu al nauwelijks.

Rala heeft het nog niet eens zo slecht getroffen. Ze kan tenminste in haar eigen dorp blijven. Anderen reizen elke dag urenlang naar en van de fabriekjes waar ze werken. Tussen vier en zes uur 's morgens worden ze afgehaald met een bus, die, in allerlei naburige dorpen meisjes en vrouwen oppikkend, naar de fabriek rijdt. Pas tussen zeven en negen uur 's avonds zijn ze weer terug.

In de half gemechaniseerde fabriek werken ze in schaars verlichte hallen waar doordringende zwaveldampen hangen en waar ze altijd kans lopen op een ongeluk, een gevaar dat trouwens ook in kleinere werkplaatsen op de loer ligt. Vooral in de omvangrijke vuurwerkindustrie van Sivakasi doen zich regelmatig voortijdige explosies voor, waarbij ook kinderen om het leven komen.

De luciferindustrie in Sivakasi gaat terug tot de jaren twintig, toen enkele zakenlieden de technologie hiervoor invoerden uit het verre Calcutta. Ze beseften dat de droge streek een uitstekend klimaat voor de fabricage van lucifers biedt. De in chemicaliën gedoopte lucifers en de lijm in de doosjes drogen in minder dan geen tijd. Bovendien was en is er een ruim aanbod van goedkope arbeiders, die in de landbouw nauwelijks emplooi vinden omdat er op deze schrale bodem maar weinig wil groeien.

Sindsdien heeft de luciferindustrie hier een hoge vlucht genomen. Je kunt geen dorpje bezoeken, of de armoedige straatjes liggen er bezaaid met bergen in de zon drogende lucifersdoosjes. Opgetogen maakte een vertegenwoordiger van het Zuidindiase Verbond van Lucifersfabrikanten onlangs bekend dat er inmiddels 600 fabriekjes bestaan en 10.000 werkplaatsjes voor de produktie van lucifers en luciferdoosjes. Bovendien groeit de bedrijfstak nog steeds.

Wat hij wijselijk niet vermeldde, is dat er in deze sector tienduizenden kinderen te werk zijn gesteld, soms jonger dan zes jaar. Volgens enkele schattingen maken de kinderen bijna de helft van de arbeidskrachten uit. Exacte cijfers zijn niet beschikbaar, maar een studie van de Indiase overheid en het kinderfonds van de VN, UNICEF, kwam een paar jaar geleden tot de conclusie dat het om zeker 45.000 kinderen beneden de vijftien gaat. Sociale activisten menen echter dat het aantal nog beduidend hoger ligt.

Vast staat dat Sivakasi een van de zwartste plekken is in India op het terrein van de kinderarbeid, al heeft het buitenland tot dusverre meer oog gehad voor de kinderen in de tapijtengordel in het noorden van het land omdat er meer tapijten dan lucifers naar het Westen worden uitgevoerd. In totaal zijn er in India naar schatting vijftig miljoen kindarbeiders.

De meeste kinderen werken in kleine werkplaatsen in de dorpen rond Sivakasi. In de echte fabrieken zijn het er de laatste jaren minder, omdat het te werk stellen van kinderen in fabrieken volgens de Indiase wet is verboden. Hetgeen allerminst wil zeggen dat het niet gebeurt. De werkgevers zorgen er voor dat zodra een inspecteur of een andere ongewenste vreemdeling zich bij de poort vertoont, de kindarbeiders snel door de achterdeur uit het gezicht worden geloodst. Slechts wie zich van listen bedient, kan de nog altijd talrijke kindarbeiders aan het werk zien.

De werkgevers maken graag gebruik van arbeid van kinderen en vrouwen omdat die minder snel klagen dan mannen en genoegen nemen met minder loon. Meer dan viervijfde van de jeugdige arbeiders zijn meisjes. “De ouders redeneren dat die na hun huwelijk toch het huis uitgaan”, zegt G. Shantha, die aan het hoofd staat van de kleine hulporganisatie DAWN in Virudhunagar, dichtbij Sivakasi. “Daarna heb je niets meer aan alles wat je in de opleiding van je dochter hebt gestoken. Zo laten ze de meisjes liever van jongsaf werken, dan verdienen ze tenminste nog wat geld voor de familie.”

Investeren in de toekomst van je dochter is, zoals een spreekwoord in Tamil Nadu luidt, als “het watergeven aan een plant in de tuin van je buurman”. Veel jongetjes daarentegen gaan wel naar school. Die blijven doorgaans ook na hun huwelijk bij hun ouders inwonen en bij hen loont het dus meer om ze naar school te laten gaan.

Laatst had Shantha bezoek van een moeder, die trots kwam vertellen dat haar dochtertje van vijf al vliegensvlug doosjes kon maken. Er zijn echter ook veel ouders die hun kinderen met pijn in het hart laten werken. “Maar ze zeggen dat ze het geld gewoon niet kunnen missen”, aldus Shantha. “Ze voelen zich hulpeloos. Veel vaders zijn bovendien werkloos en het weinige geld dat er binnenkomt, verdrinken ze snel.”

Hier en daar zijn er inmiddels speciale scholen opgericht voor kinderen die werkzaam waren in de luciferindustrie. Hun ouders krijgen 100 rupees per maand van de regering als schadeloosstelling voor de gederfde inkomsten van hun kind. Een van die scholen staat in een buitenwijk van Sivakasi. Maar van de vijftig leerlingen waarmee een tijdje geleden werd begonnen, zijn er inmiddels nog maar 35 over.

Het verhaal van de 13-jarige Mattukrishnan, een schrandere jongen met een ondeugend gezicht, is tekenend voor de obstakels waarmee de leerlingen ondanks hun meestal goede motivatie hebben te kampen. Hij heeft zich twee weken niet vertoond. “Mijn vader kreeg ruzie met mijn moeder en sloeg haar”, legt hij uit in het sobere schoollokaaltje. “Daarna was mijn moeder een tijdje weg en zei mijn oma dat het nu wel genoeg met die school was geweest. Ik moest weer in de luciferfabriek werken om geld te verdienen.” Toen zijn vader kort daarop wegging om, tegen betaling, politici toe te juichen, keerde zijn moeder terug en stuurde hem weer naar school.

De reden dat veel leerlingen afhaken is dat de regering in New Delhi haar belofte van een subsidie voor de ouders niet langer nakomt. De autoriteiten nemen een tamelijk ambivalente houding aan jegens de kinderarbeid. Ze zijn aanzienlijk sterker met woorden dan daden. De deelstaat Tamil Nadu heeft een paar jaar geleden onderwijs voor jonge kinderen verplicht gesteld, maar in de praktijk is er nauwelijks controle en zowel werkgevers als arme ouders kunnen heel gemakkelijk onder die verplichting uitkomen. Regeringsfunctionarissen roepen optimistisch dat de kinderarbeid binnen vier jaar zal zijn verdwenen in Tamil Nadu, maar nemen geen stappen om dit doel naderbij te brengen.

Afgevaardigden in het deelstaatparlement van Tamil Nadu sloven zich al evenmin uit voor maatregelen tegen kinderarbeid. “Hoe zou je dat ook van hen kunnen verwachten”, smaalt Shantha. “Diezelfde politici krijgen immers forse bijdragen van de luciferindustrie voor hun verkiezingscampagnes.”

De werkgevers schilderen zichzelf intussen niet af als uitbuiters van weerloze kinderen maar als weldoeners van de regio. Wij verschaffen de arme mensen hier toch werk, betogen ze. Zonder ons zouden die families er nog veel erger aan toe zijn. De wrange werkelijkheid is dat ze daarin gelijk hebben. Als de luciferfabrieken zouden sluiten, zouden tienduizenden arme families subiet in grote problemen raken. Alternatieve werkgelegenheid ontbreekt te enen male.

DAWN en andere organisaties willen dat de industrie tot hogere lonen wordt verplicht, zodat volwassen mannen het werk kunnen overnemen en de kinderen naar school kunnen gaan. Zodra er echter zulke suggesties worden gedaan, roepen de ondernemers dat ze dan de concurrentie tegen de gemechaniseerde fabriek van het Zweedse WIMCO in Madras niet meer kunnen volhouden. WIMCO, dat ook al ruim vijftig jaar in India zit, is ondanks extra belastingen van de regering nu al in staat goedkoper te produceren dan de fabriekjes in Sivakasi.