Over de rand, de diepte in; Mystieke beelden van Shirazeh Houshiary in Maastricht

De van oorsprong Iraanse kunstenares Shirazeh Houshiary verenigt in haar beelden en schilderijen het soefi-geloof, een mystieke variant van de islam, met de modernistische westerse beeldtaal. Ze gebruikt materialen als koper, goud, platina en lood, die symbolische betekenissen hebben. De alchemist die lood in goud verandert, staat model voor de kunstenaar die het onzichtbare zichtbaar maakt.

Shirazeh Houshiary: 'Isthmus'. Bonnefantenmuseum, Avenue Céramique 250, Maastricht. Catalogus 130 blz., ƒ 49.50. Di-zo 11-17 uur. Tot 14 januari 1996.

Grijze dozen van lood van ongeveer een meter hoog: van een afstand valt er aan deze beelden niets te beleven. Alleen een gelige gloed vlak boven de dozen doet vermoeden dat er meer aan de hand is. Wie over de rand kijkt ziet dat in het bovenste vlak vierkante uitsparingen zitten, in een rasterpatroon. Dit rasterpatroon glooit naar beneden, als de schaal van een middeleeuws stenen doopvont. Sommige van de vierkante uitsparingen zijn bekleed met bladgoud. Zij houden het licht, dat van binnenuit lijkt te komen, gevangen. De beelden smeulen als kolenkachels.

Shirazeh Houshiary (1955) werd geboren in Shiraz, Iran, en emigreerde in 1973 naar Londen waar zij de kunstacademie doorliep. Zij toonde haar werk voor het eerst op de Biënnale van Venetië in 1982, en behoort tot de vaste stal van beeldhouwers van de bekende Lisson Gallery in Londen. Het Bonnefantenmuseum wijdt nu in zeven zalen een tentoonstelling aan haar recente werk. Houshiary verenigt in haar beelden en schilderijen de belevingswereld van het soefi-geloof, een mystieke variant van de islam, met de modernistische westerse beeldtaal. De sobere abstractie van het modernisme sluit aan bij het islamitische verbod op concrete afbeeldingen van de goddelijke aanwezigheid, en ook biedt de moderne traditie, van Mondriaan tot Donald Judd, de geometrische helderheid die Houshiary zoekt.

God is in iedereen, volgens de soefi-leer. Om God te vinden moet je naar binnen reizen, naar het diepste van je ziel, en de materiële wereld achter je laten. De loden beelden zijn een metafoor voor deze reis. De beschouwer buigt zich over de rand, en kijkt de diepte in. In het grote beeld Isthmus - kortweg te vertalen als 'landengte' - stapt hij letterlijk in die andere wereld. Isthmus is, van buiten bezien, een ruim drie meter hoge en zeven meter lange zwarte wand. Een spleet geeft toegang tot de smalle tussenruimte in de dubbelwandige muur. De wanden zijn van binnen geheel bekleed met rood koper. Wie hier tussen staat krijgt een gevoel van gewichtsloosheid, een sensatie van onbegrensdheid en zuiver licht.

Alle materialen en kleuren die Houshiary gebruikt hebben een metafysische betekenis. Het roodkoper verwijst naar vuur. Het vuur bemiddelt, volgens Houshiary, tussen het rijk van het lichaam en dat van de geest: de vlammen schieten omhoog, naar de lucht, maar zijn door de brandende materie aan de aarde gebonden. Het lood van haar beelden is het lood van de alchemist die onedele metalen verandert in goud. De alchemist op zijn beurt staat model voor de beeldend kunstenaar, die het onzichtbare zichtbaar maakt. Het goud, platina en zilver representeren het goddelijke. Ook de vormen zijn symbolisch. Het vierkant bijvoorbeeld geeft de aarde weer; het verwijst naar de vier windrichtingen, de vier elementen, de vier hoedanigheden droog, nat, warm, koud, de seizoenen en primaire kleuren. De cirkel is het universum, of God. De overgang tussen de twee, bijvoorbeeld door middel van het gewelfde raster of door, als in andere beelden, een roterende beweging, is de reis van het aardse naar het spirituele.

Houshiary moet niets hebben van expressionistisch improviseren. Zij wil dat haar kunstwerken een afspiegeling zijn van de goddelijke ordening zoals die volgens de islam ten grondslag ligt aan de natuurlijke wereld. Dit is een geometrische ordening van getalsverhoudingen. Het idee van een harmonieus, kosmisch bouwwerk waarin alles, van zeer kleine tot zeer grote dingen, met elkaar is verbonden, is nauw verwant aan de vroegchristelijke theologie en de Romaanse kunst. Alleen, de duiveltjes en heiligen die het Romaanse universum - in strikte hiërarchie natuurlijk - bevolken, blijven bij Houshiary onzichtbaar. Zij zoekt naar abstrahering, onthechting, en helderheid.

Schaakbord

Haar schilderijen ontstaan doordat ze met potlood of verf honderden, misschien wel duizenden keren dezelfde woorden calligrafeert, in minuscule, elegante arabische letters. De tekst, in wit op zwart of andersom, ligt als een dunne sluier over het doek. In deze sluier doemen geometrische vormen op, eveens bestaand uit tekst. Een schaakbord, of een vierkant met diagonalen, zweeft in een transparante bol. De lijnen van de bol waaieren als wervelwinden uit over het vlak en creëren een fijn web. Houshiary ontleent haar teksten aan de gezangen van de dertiende-eeuwse soefi-dichter Rumi. Zij vindt het niet nodig om de vertaling erbij te geven. Ik begrijp wel dat dit is omdat de betekenis zou moeten blijken uit het visuele beeld. De betekenissen van haar werk wórden ook inderdaad duidelijk door er gewoon naar te kijken. Maar toch is het een gemis om de tekst niet te begrijpen. Zij weet immers zelf wèl wat er staat, en zij zal een tekst niet voor niets gekozen hebben. Een gezang van Rumi kan ongeveer zo luiden: 'Probeer een blad papier te zijn met niets erop. / Wees een stukje aarde waar niets groeit, / waar iets geplant zou kunnen worden, / een zaadje, misschien, van het Absolute.'

Houshiary wordt vertegenwoordigd door een vooraanstaande Westeuropese galerie en draait met succes mee in het kunstcircuit. Maar toch wringt hier iets. Zij heeft de vorm zó zeer ondergeschikt gemaakt aan de inhoud, dat haar werken eerder de kant op gaan van liturgische voorwerpen dan van kunstobjecten. Haar relatie met het modernisme, zeker wat betreft de naoorlogse ontwikkelingen van de minimale en conceptuele kunst, is oppervlakkiger dan op het eerste gezicht lijkt. Voor Judd bijvoorbeeld was de vorm het doel waaraan hij verder geen betekenis toedichtte. Ook de kleurkeuze, bijvoorbeeld van zijn laatste werken (felgekleurde metalen dozen), was ingegeven door een combinatie van persoonlijke voorkeur en toeval. Als Judd al een boodschap had, was het de betekenisloosheid. Zijn werk belichaamt het modernistisch adagium dat het kunstwerk naar niets zal verwijzen dan naar zichzelf.

Bij Houshiary ligt dit radicaal anders. Bij haar is de vorm beladen met betekenis, en dient het kunstwerk juist een doel buiten zichzelf. Het toeval sluit zij uit en de subjectieve voorkeur wantrouwt zij. Ieder werk is het resultaat van een reeks beslissingen die voortkomen uit een metafysische visie op de werkelijkheid, zoals de keuze van het materiaal, of een getalsverhouding. De voor soefi's heilige verhouding van zes bij zes ligt bijvoorbeeld aan de basis van een aantal van haar beelden. Haar werk vertoont wel uiterlijke overeenkomsten met de naoorlogse modernistische kunst, maar staat in wezen dichter bij de islam en de oosterse cultuur dan bij de westerse cultuur. De manier waarop zij abstracte patronen toepast, zoals stermotieven, schaakborden, en koepelvormen sluit aan bij een oosters-arabische traditie die veel ouder is dan die van het vlakke rasterpatroon in de modernistische kunst.

Houshiary heeft een precieze, mooie uitdrukkingsvorm gevonden voor haar opvattingen over de wereld en God. Maar haar werk is niet thuis in steriele museumzalen. Het krijgt in deze anonieme omgeving, met die verantwoorde belichting, iets bloedeloos. Haar beelden passen beter in een schaarsverlichte kapel, of in een moskee, met wierook en mystieke gezangen. Ze onttrekken zich aan de keurende blik van de kunstliefhebber; hun relatie met de kunst is in zekere zin secundair. De beelden van Houshiary kwijnen in het museum weg; maar een enkele kaars kan ze doen stralen als een ster.