Lubbers heeft in ogen van echte Atlantici nooit gedeugd

DEN HAAG, 3 NOV. In de ogen van echte 'Atlantici' heeft dr. R.F.M. Lubbers nooit gedeugd. Mr. J.M.A.H. Luns, de vorige Nederlandse secretaris-generaal bij de NAVO, zegt in De Wereld volgens Luns (1992) over de man die nu kandidaat is voor dezelfde topfunctie bij de machtigste militaire organisatie ter wereld: “Ik vind hem intelligent en vooral sluw. Hij weet goed te verbergen dat hij eigenlijk niet veel voelt voor de defensie. Hij is van huis uit meer een pacifist.”

Zo spreekt Luns zijn “bevreemding en ergernis” erover uit dat Lubbers in de roemruchte kruisrakettenperiode “het oorbaar heeft geacht de grote wilde manifestatie in de Houtrusthallen (van het Komitee 'Kruisraketten Nee', red.) met zijn aanwezigheid te vereren, waarbij hij een brevet van geloofwaardigheid aan de anti-nucleaire beweging gaf.”

H.J. Neuman, die jarenlang het instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael leidde, waarvan Lubbers nu voorzitter is, herinnert zich vooral Lubbers' vaagheid: “In de kruisrakettenperiode publiceerde Lubbers twee artikelen in NRC Handelsblad over deze kwestie. Twee keer heeft het ministerie van defensie er een inhoudsanalyse op toegepast. Twee keer kwamen ze er niet uit. Men vond de stukken te onbegrijpelijk.” De politieke stijl die Lubbers in Nederland groot maakte, is binnen de NAVO minder gemakkelijk toepasbaar, oordeelt Neuman, omdat Lubbers als hoogste ambtenaar bij de NAVO veel minder manoeuvreerruimte heeft dan hij als hoogste politicus in Nederland had. “Binnen de NAVO wordt consistentie op prijs gesteld. Lubbers excelleerde in een stijl waarbij hij vaak op het laatste moment zei: kunnen we het toch niet anders doen?”

Is het Atlantisch profiel van de kandidaat-NAVO-chef vrij laag, het militaire is zo mogelijk nog lager. Lubbers is in militaire dienst geweest, maar hij zwaaide vroegtijdig af om met zijn broer het familiebedrijf te leiden. Over zijn diensttijd zei hij in 1973 tegen Bibeb in Vrij Nederland: “Zalig, het was een soort vakantie. Beetje schieten, lopen, niets doen. De charme van de onbenulligheid.” Ook daarna hebben weinigen Lubbers op liefde voor het militaire métier kunnen betrappen. “Ik heb hem één keer in een militair camouflagepak gezien”, zegt Neuman.

Het is niet de eerste keer dat Lubbers de schijn tegen heeft bij het binnenstappen op een nieuwe werkplek. Toen hij in 1982 minister-president werd voorspelden velen een snelle afgang. Zijn vaagheid en bochtige manier van manoeuvreren zouden hem op den duur ongeschikt doen blijken voor het ambt van premier waarvoor toch een zekere standvastigheid noodzakelijk was. Dat Lubbers 12 jaar het ambt zou uitoefenen had niemand voorzien.

Pag.5: 'Gebrek aan pregnante ideeën juist een voordeel'

Bij zijn mogelijke gang naar het NAVO-hoofdkwartier in Brussel heeft Lubbers opnieuw zijn verleden tegen, maar de geschiedenis mee, tenminste als het gaat om zijn inspanningen om nadelig ogende karakteristieken in zijn voordeel om te zetten. Een eerste aanwijzing daarvoor kwam in februari van dit jaar. Toen kende het particuliere Roosevelt Institute in New York de zogeheten Four Freedoms Award toe aan onder anderen oud-premier R. Lubbers en de voormalige Amerikaanse president J. Carter. Lubbers kreeg de onderscheiding, o ironie, omdat hij zich bij de plaatsing van de kruisraketten had ingezet voor het Westeuropese bondgenootschap met de Verenigde Staten. Zijn gemanoevreer, dat in de ogen van Luns en Neuman weinig genade vond, had ten langen leste de geesten in Nederland rijp gemaakt voor plaatsing van 48 kruisvluchtwapens.

R. Fein, ambassadeur in de Verenigde Staten gedurende de tweede helft van de jaren tachtig, zegt over Lubbers: “Ik heb geen enkele reden om te veronderstellen dat hij niet een heel positieve entree heeft bij de Amerikanen. Na het gesodemieter met de kruisraketten hebben we ons daarvoor flink ingespannen, en volgens mij met succes.” Fein was aanwezig bij het bezoek dat Lubbers in 1989 aan de Amerikaanse president Bush bracht. Uit deze gebeurtenis kwam het latere bezoek van Bush aan Nederland voort.

Maar zelfs in de kruisrakettentijd kon Lubbers bij de Amerikanen een potje breken. In die periode werkte de Amerikaanse ambassadeur B. Dyes de linkervleugel van het CDA op de zenuwen. Dyes placht regelmatig te dineren met voorstanders van plaatsing van de kruisraketten in Nederland zoals CDA-buitenlandspecialist Gualthérie van Weezel, die bekend stond om zijn standpunt: 'geen 48 maar 84 kruisraketten'. Lubbers vloog naar Washington, onder meer om de positie van Dyes te bespreken. Kort daarna werd deze vervangen door de veel pragmatischer ingestelde P. Bremer III. Deze bewerkte met succes tegenstanders van het plaatsingsbesluit binnen de CDA-fractie.

Gualthérie van Weezel, die in zijn boek Rechts door het Midden zich met enige regelmaat kritisch uitlaat over Lubbers, waarschuwt ervoor dat men zich niet op de oud-premier moet verkijken. Van Weezel maakte Lubbers van dichtbij mee, zowel als fractievoorzitter, als in de functie van premier. In de eerste functie presteerde Lubbers het in 1979 om enerzijds bij het dertigjarig bestaan van de NAVO “de Amerikaanse betrokkenheid in Europa feitelijk en lijfelijk de hoeksteen van de NAVO” te noemen en te waarschuwen tegen onenigheid binnen het Atlantisch Bondgenootschap. Anderzijds maakte hij als fractievoorzitter de snelle komst van Amerikaanse kruisraketten naar Nederland onmogelijk door een compromis hierover van premier Van Agt met de Duitse bondskanselier in het parlement vakkundig om zeep te helpen.

Als voorbeeld van de “onnavolgbare werkwijze” van Lubbers als minister-president noemt Van Weezel de benoeming in 1982 van de als wat links bekend staande Job de Ruiter tot minister van Defensie. “Dat was voor mij een signaal dat Lubbers op termijn tot plaatsing van de kruisraketten zou overgaan. Want Lubbers deed altijd rechtse dingen met linkse mensen en linkse dingen met rechtse mensen.”

Gualthérie Van Weezel, tegenwoordig Nederlands ambassadeur bij het Europees Parlement in Straatsburg, moet glimlachen om alle positieve kwalificaties die Lubbers inmiddels in de internationale pers ten beurt vallen. Zo werd Lubbers op de voorpagina van de International Herald Tribune van enkele dagen geleden voor 'conservative' versleten en werd hem krediet gegeven voor de plaatsing van de kruisraketten. Van Weezel: “Die plaatsing was veel eerder aan de druk van de rechtervleugel van het CDA te danken.” In plaats van de nadruk te leggen op de a-militaire achtergrond van Lubbers, halen de buitenlandse kranten het koelbloedig handelen van Lubbers naar voren. Gisteren verhaalde de Financial Times onder de kop Nato-nations warm to cool-hand Ruud hoe Lubbers eigenhandig een brandbom weer naar buiten gooide die iemand door de voorruit van zijn Rotterdamse woonhuis naar binnen had geworpen. In weerwil van alle onvriendelijks dat Luns over hem zei, schrijft de Britse krant: “Lubbers voldoet aan de functiebeschrijving die een hoge Amerikaanse ambtenaar gisteren gaf: 'Het moet een Frans sprekende atlanticus worden.”'

De enige pers die een uitzondering vormt op alle positivisme is de Belgische. Nadat Lubbers' naam als mogelijk kandidaat voor de NAVO-post was opgedoken, rakelde het socialistische dagblad De Morgen meteen de 'Koeweit-kwestie' op. Deze zaak, die in het Nederlandse parlement nooit een echte affaire is geworden, behelsde het diplomatieke conflict tussen Nederland en Koeweit. Centraal stond een financieel geschil waarbij Hollandia Kloos, het bedrijf waar de toenmalige premier grootaandeelhouder in was, betrokken was. Ook deze week werd in de Belgische pers meermalen aan deze kwestie herinnerd. Hier en daar klinkt enige verbazing waarom de smeergeldzaak van Willy Claes wél een affaire werd, maar de vermeende belangenverstrengeling bij Ruud Lubbers niet.

De weinig uitgesproken Atlantische opvattingen van Lubbers, die deskundigen als Neuman als handicap voor zijn nieuwe functie zien, worden door anderen juist als voordeel beschouwd. Zo wijst dr. S. Roozemond van het eerdergenoemde Instituut Clingendael er op dat de NAVO in snel tempo van karakter verandert door de veranderende Amerikaanse aanwezigheid in Europa, de nieuwe taken bij crisisbeheersing zoals in Bosnië en de onderhandelingen met Moskou over uitbreiding van de NAVO naar Oost-Europa. Lubbers kan dan zijn geliefde kunst bedrijven: bruggen slaan tussen conflicterende belangen. Roozemond: “Misschien is het helemaal niet slecht dat de nieuwe secretaris-generaal geen pregnante opvattingen heeft in een tijd dat de Amerikaanse presentie in de NAVO minder sterk wordt en de Europese dimensie toeneemt. Hij zal wat dat betreft veel met Europees commissaris Hans van den Broek moeten samenwerken. Hoe dat zal gaan weet ik nog niet.”

Met dit laatste doelt Roozemond op de getourmenteerde relatie tussen de oud-premier en de ex-minister van buitenlandse zaken. Deze hield niet alleen verband met de spanning die hun verschillende posities in de drie kabinetten-Lubbers met zich meebrachten. Het rechtlijnige karakter van Van den Broek botste vaak met het bochtige van Lubbers en maakte de eerste bij Atlantici veel geliefder. Telkens wanneer de post van NAVO-secretaris-generaal open viel, zoals verleden jaar en nu weer, werd in diplomatieke circuits de naam van Van den Broek eerder en vaker genoemd dan die van Lubbers. Het lijkt de zoveelste ironie van de geschiedenis dat de Atlanticus Van den Broek in Europa is beland, terwijl de veel Europeser ingestelde Lubbers richting NAVO koerst.