Leven tussen eenogige monsters; Grappig, bizar en griezelig kinderboek van Joke van Leeuwen

De wereld is krom maar mijn tanden staan recht, het nieuwe boek van Joke van Leeuwen, bestaat uit bijna evenveel tekeningen als tekst. Van Leeuwen tekent dingen die zich niet gemakkelijk laten beschrijven en beschrijft dingen die zich niet gemakkelijk laten tekenen. Over de bladzijden waait een vrolijke gekte.

Joke van Leeuwen: De wereld is krom maar mijn tanden staan recht. Uitg. Querido, prijs ƒ 19,90

Daar zijn ze weer, die rare hoofden met grote neuzen, stipjesogen, bezemharen en streepjesmonden die als ze opengaan verassend veel tanden kunnen bevatten. Al vanaf het omslag kijkt zo'n hoofd ons aan, één met tanden waaromheen een buitenboordbeugel die vrolijke versierd is met - ja met wat? Met dingen. Een vlaggetje, een lampje en een doek zijn herkenbaar. Het haar is gevangen in een, ja een wat?, een ding voor in bezemhaar en versierd met, vooruit, dingen. Dit is een boek van Joke van Leeuwen, dat is wel duidelijk.

Het boek heet De wereld is krom en het heet verder ook nog maar mijn tanden staan recht. Dat laatste moet de verdienste van de rijkgegarneerde beugel zijn, het eerste kan men opvatten als een feit. Het boek gaat over 'De lichte en donkere kanten van een beginnend vrouwmensenleven' zegt de flap die ook van Joke van Leeuwen afkomstig is en waarop nog meer hoofden en tanden en haren te zien zijn. Daar liegt de flap geen woord aan, er is letterlijk veel licht en donker.

Joke van Leeuwen kan niet alleen schrijven maar ook tekenen, een zin die je net zo goed andersom zou kunnen opschrijven want wat de hoofdzaak is zou ik niet precies weten. Haar prachtige en succesvolle Deesje bestaat zeker zoveel uit tekeningen als uit tekst en er is geen boek van haar waarin ze niet heeft getekend. En dat tekenen beperkte zich niet tot aanvullende plaatjes, meestal is zo'n tekening cruciaal. Van Leeuwen tekent dingen die zich niet gemakkelijk laten beschrijven en beschrijft dingen die zich niet gemakkelijk laten tekenen - waarbij het woord 'gemakkelijk' niet het uitgangspunt is. Het gaat om wat het beste werkt. Het leek alsof de tekst in de loop der tijd begon te overheersen, maar in De wereld is krom winnen de tekeningen weer. Wat de ruimte betreft zelfs met gemak. Inhoudelijk hebben tekst en tekening elkaar meestal nodig. Soms is het eenvoudig om zinnen los te citeren, bij voorbeeld de eerste twee: 'Op een dag kwam ik ter wereld! Het was precies op mijn verjaardag.' Zonder tekening is dat al een heel vrolijk begin dat de lezer meteen aan het denken zet - stel je voor dat zij niet op haar verjaardag maar op een andere dag, zomaar een dag... - maar met de tekening van de bevalling erbij, vraagt men zich meteen af hoe nog op bladzijde twee te raken want het is hier al zo prettig toeven.

Vaak versterkt de tekst de tekening op de manier van Glen Baxter: een doodgewoon, huiselijk zinnetje krijgt ineens bizarre proporties door het heel letterlijk en heel dramatisch te nemen. 'De ober had inderdaad een tafeltje voor ons vrijgehouden.' Op die plaatsen is het boek cartoon-achtig en onbekommerd. Allerlei aspecten uit een jeugd komen vermakelijk aan de orde: het huiselijk leven, het groeien, de school ('Op een dag moest ik jarenlang naar school'), bedtijd, verjaardag, verhuizing, ouders - altijd op een verrassende manier en vaak ook nog om te lachen. Een vrolijke gekte waait over de bladzijden, die voortgekomen lijken uit een hoofd vol opgewekte associatielust, een gehoor dat er altijd in slaagt uitspraken anders te horen dan wie dan ook ze bedoelde en een blik die zelden op een doorsneetafereeltje rust. Het is allemaal raar en allemaal grappig (hoe men niet alleen het vogelnestje maar ook het pindarotsje leert doen aan de ringen) en soms is het ook heel vertederend: 'Bijvoorbeeld als ik samen met mijn vader zat te genieten van mijn zeldzame postzegel'. Toch, als het alleen dat zou zijn, een vrolijkstemmende opgroeigeschiedenis, dan zou dat natuurlijk niet weinig zijn, maar ook niet zo heel veel. En het zou de bewering dat het hier gaat over de lichte en donkere kanten van een beginnend leven niet rechtvaardigen. Er zijn dus ook donkere kanten, heel donkere zelfs. Die kanten ging Joke van Leeuwen toch al niet uit de weg. In het grappige kinderboekenweekgeschenk van twee jaar geleden bij voorbeeld, Het weer en de tijd, wint de hoofdpersoon een weekend in een huisje waarin de geest van een vermoord meisje blijkt te wonen. Dat is veel minder om te lachen, het is zelfs regelrecht angstaanjagend en uit niets blijkt dat we dat luchtig als fantasie en kinderangst moeten opvatten. Integendeel, het is zo echt en zo waar als alles.

Ook de twaalfjarige hoofdpersoon uit Wijd weg maakte de griezeligste dingen mee, in een soort initiatierite waar ze door elkaar geschud maar wijzer weer uit komt. Steeds weer ontmoet ze vier geheimzinnige mannen die blijven doen alsof ze haar niet kennen. Er is een jongen die haar heel prettig warm en nat op haar buik zoent maar die een hoofd vol ijskoude gedachten blijkt te hebben, een dame die haar arm pijnlijk wringt, handen die haar enkels grijpen, een donkere slaapwagen waar ze niet uit kan. En ook hier weer is er geen reden om aan te nemen dat deze griezelige bedreigende wereld niet zou bestaan, net zo goed als de andere waarin school en ouders en warm eten hun bekende rollen spelen.

In De wereld is krom komt de hoofdpersoon verschillende keren in die andere wereld terecht. Op eenzame momenten, als ze alleen in bad zit of de donkere trap naar haar slaapkamer op moet, maar ook bij ogenschijnlijk geruststellende gelegenheden - een zoekspelletje op een verjaardag, in een restaurant wachtend op de soep - verdwijnt ze in de zwarte tegenwereld en dan blijken er uit diezelfde pen van de vriendelijke sprietharenhoofden ineens eenogige monsters, vreemde gedrochten, ezelachtige gebitten en ja, weer dingen, maar nu onaangename, te kunnen voortkomen. En bijna aldoor wordt er gevallen, heel verschrikkelijk gevallen. Nu is de valdroom een bekende angstdroom die met onzekerheid in verband wordt gebracht, en dat is het dromerige rondoogje vast en zeker, maar zo eenvoudig psychologisch zijn deze zwarte bladzijden die trouwens steeds in het wit eindigen nu ook weer niet. Het gaat om angst voor de onherbergzame kant van het leven, een kant die toch werkelijk niet eenvoudigweg afgedaan kan worden met 'fantasie'. Want het kan gebeuren dat er moeilijk verstaanbare maar rampzalige bevelen uit luidsprekers komen, dat ogenschijnlijk nabije mensen zich van ijskoude en onwrikbare kanten laten zien. En angsten hoeven niet bewaarheid te worden om toch reëel te zijn, zeker als men een kind is. Want wat kan er niet gebeuren als het grote verschrompelen eenmaal begint! En wie een poosje in bad zit, ziet het beginnen, bij de vingers. Het zijn wandelingen door het eigen hoofd, die daar gemaakt worden en in de loop van het boek worden die minder uitsluitend angstaanjagend. We kunnen zelfs, aan het slot, veronderstellen dat die wereld voor de hoofdpersoon bewoonbaar is geraakt, dat het niet meer nodig is om er zo valkuilachtig in te verdwijnen en weer uit te komen. En als we aannemen dat het hier ten tonele gevoerde wezen ook wel iets met Joke van Leeuwen zelf te maken heeft, dan is dat wel logisch. Zij bewoont de lichte en de donkere kanten van haar hoofd en doet van beide verslag.