'Lam Gods' van Van Eyck nog steeds spoorloos

De Stoutmoedige diefte van het Lam Gods, Sint Pietersabdij, Sint Pietersplein 9, Gent. Tot 7 jan. Di t/m zo van 10-17u. Cat Bfs 250.

GENT, 3 NOV. Een tentoonstelling gewijd aan een schilderij dat ruim zestig jaar zoek is. Het lijkt raadselachtig, en dat is in stijl met de mysterieuze verdwijning van de schildering zelf. In de nacht van 10 op 11 april 1934 roofde een onbekende twee panelen van De aanbidding van het lam Gods, een monumentaal veelluik dat de broers Jan en Hubert van Eyck begin vijftiende eeuw schilderden voor de Sint Baafskathedraal in Gent.

De diefstal van Het lam Gods is een van de merkwaardigste kunstroven ooit. Het motief is onduidelijk, over de dader bestaat enkel een vermoeden en één van de twee geroofde panelen is nog altijd zoek. Ook de afkorting waarmee de vele afpersbrieven werden ondertekend, D.U.A., is een raadsel: Door U Aangesteld? Deutschland Uber Alles?

Eén van de gestolen panelen, een grisaille van Sint-Jan de Doper, werd snel teruggevonden in een depot op het Brusselse Noordstation. Het andere, De Rechtvaardige Rechters, is nog altijd spoorloos. Eindeloos is gezocht, met behulp van wichelroedes en paragnosten. Het officiële onderzoek liep vanaf de eerste dag fout: in de opsporingsberichten werd melding gemaakt van één paneel in plaats van twee. Ook later stapelden de onderzoeksfouten zich op.

In de gewelven van de Gentse Sint Pietersabdij, op loopafstand van de Sint Baafskathedraal waar het Lam Gods nog altijd hangt, is een tentoonstelling gewijd aan de 'diefte' van De Rechtvaardige Rechters en het daarop volgende onderzoek. De expositie, vormgegeven door de Nederlandse decorontwerper Niek Kortekaas, is een thriller, gebaseerd op de boeken die de Gentse politiecommissaris Karel Mortier publiceerde over de kunstroof. Voor het eerst zijn authentieke documenten uit het gerechtelijk onderzoek tentoongesteld, die maar met moeite werden afgestaan door het hof van Gent. Zo hangt er het proces-verbaal van de eerste vaststelling van de kunstroof door commissaris Patijn en het getypte bericht aan Scotland Yard dat 'one of the sides of the beautiful painting' gestolen was. Ook een authentiek opsporingsbericht “aan handelaars in schilderijen, oudheidkenners en schachelaars”. Her en der staan houten kisten, die de vele omzwervingen symboliseren die het Lam Gods maakte.

Knap is de bedrukte sfeer van de jaren dertig weergegeven met affiches, knipsels en geluidfragmenten uit die tijd. Alles ging mis in België: koning Albert verongelukte, het land werd getroffen door een zware recessie, de ene regering viel na de andere, terwijl de hoge werkloosheid en de sfeer van ontreddering extreem-rechts in de kaart speelde. Mystiek vierde hoogtij: er waren talloze Maria-verschijningen, bijvoorbeeld in het Waalse Beauraing, zoals een foto uit 1933, vol adorerende gezichten, toont. Bovenop al die ellende kwam nog eens de diefstal van een eeuwenoud kunstwerk, die duidelijk maakte dat niets meer heilig was.

Knap weergegeven is ook de man, die afpersbrieven schreef aan de Gentse bisschop Coppieters en die misschien ook de kunstdief was. De man, Arsène Goedertier, was enigszins teleurgesteld in het leven, katholiek, vrijgevig en bezeten van detectives. Goedertier was zelf geen onverdienstelijk schilder, zoals de geëxposeerde werken van zijn hand getuigen. Voor de formulering van zijn brieven putte hij uit zijn detectives. De afperser was zeer hoffelijk, blijkt uit de aanhef van zijn eerste brief: “Monseigneur, wij hebben het voorrecht u ervan op de hoogte te brengen dat wij over de twee panelen van Van Eyck beschikken.”

Jammer is dat de tentoonstelling tussen de eerste zaal over de jaren dertig, en de laatste over Arsène Goedertier, ontspoort. Te veel nutteloze details zijn overgebracht naar de Sint Pietersabdij. Hoewel de groene, zijden sokken en schoenen van bisschop Coppieters fraai zijn, gaat het wat ver deze hier te exposeren. Natuurlijk is het lastig een schilderij ten toon te stellen dat er niet is, maar door de aanpak waarin alles wat maar iets met de Rechtvaardige Rechters te maken heeft uit te stallen, raakt de bezoeker de draad kwijt.

Geslaagd is de tentoonstelling wel als aanklacht. Duidelijk wordt dat het onderzoek naar de 'diefte' een aaneenschakeling is geweest van fouten en onachtzaamheden. Pas in de Tweede Wereldoorlog werd grondig onderzoek gedaan door de Duitse Oberleutnant Henry Koehn, die interesse koesterde voor het Gentse altaar. Hij was de eerste die suggereerde dat De Rechtvaardige Rechters nog in de kerk zijn en liet de kathedraal dag sluiten om ze te vinden. Ook de samenstellers van de tentoonstelling laten deze hypothese niet los. Zij willen dat opnieuw onderzoek wordt verricht in de Sint Baafskathedraal. Dat zal waarschijnlijk binnen enkele maanden gebeuren.