IG Metall begeeft zich met nullijn in gevaarlijk avontuur

BONN, 3 NOV. Zijn bonkige gestalte is er niet naar, maar Klaus Zwickel, de 57-jarige voorzitter van IG Metall, heeft zichzelf deze week voor een verbaasd publiek de trapeze ingeslingerd. Het nummer waaraan hij als vakbondsman nu is begonnen - CAO-inkomen in 1997 'inleveren' voor meer werk, de voor inflatie gecorrigeerde nullijn als solidariteitslijn voor mensen zonder baan - is in andere landen, bijvoorbeeld in Nederland, niet onbekend. Maar in Duitsland, en zeker voor IG Metall, is dat nieuw en voor veel “oude kaders” een gevaarlijk avontuur. Want tot dusver gold zoiets in 's werelds grootste vakbond als praktisch ondeugdelijk en ideologisch fout en dus als verboden.

De klassevijanden, de metaalwerkgevers in dit geval, zeggen immers al jaren dat zij gematigde looneisen met meer banen zullen honoreren, maar er is grote twijfel of zij dat echt zullen of kunnen doen. Hun parolen stammen statutair uit de wereld waar rendement op kapitaal de eerste prioriteit is. Hun parolen in het vervette, 'dure' en 'verkorste' Duitsland, dat in 1994 “te vroeg” uit een recessie opdook, zijn dus eerder: saneren, afslanken, moderniseren, decentraliseren, automatiseren. Of: goedkopere buitenlandse produktieplaatsen zoeken. Tussen de DGB (de Duitse FNV) en het verbond van industriële bedrijven (BDI) woedt al tijden een veldslag over de vraag of Duitsland, de gewezen wereldkampioen export, inmiddels door zijn harde D-mark, het totaal van zijn sociale gerieven en hoge produktiekosten niet allereerst de grootste exporteur van banen is geworden. Het publiek, generaties Duitsers die de bomen langdurig tot in de hemel hebben zien groeien, voelt zich bedrogen. Wat het debat ook politiek gevoelig maakt.

Volgens het BDI is er met Duits kapitaal de afgelopen vijf jaar voor zo'n 300.000 banen in het buitenland geïnvesteerd. De investeringsbalans is zwaar negatief en die trend wordt almaar sterker. De DGB noemt dat “manipulatie met cijfers”, die erop gericht is de Duitse werknemers bang te maken. Maar dat er een zeker verband is tussen de hoogte van produktiekosten en de richting van kapitaalstromen, kan eigenlijk niemand meer ontkennen. De IG Metall, die een groot deel van haar leden heeft in nogal conjunctuur- en D-mark-gevoelige sectoren als de auto-industrie (en toeleveranciers) en de machinebouw, kan dat ook niet meer.

Pag.12: Uit schaduw 'Zonnekoning'

Deze week heeft Klaus Zwickel zich pas geheel bevrijd uit de schaduw van zijn populaire voorganger Franz Sonnenkönig Steinkühler, de man die de IG Metall in de economisch florissante jaren tachtig voorging naar de 35-urige werkweek bij gelijke beloning en andere mooie CAO-verbeteringen (zoals: flink wat meer geld én in principe vrije zaterdagen en zondagen). Sommigen zeggen dat de winsten het in de jaren tachtig in de Bondsrepubliek nóg beter deden, maar dat neemt niet weg dat de ook als performer gewiekste Steinkühler bijna als een god werd vereerd door zijn leden. Zijn val, drie jaar geleden, nadat was gebleken dat hij zijn voorkennis als commissaris bij Mercedes had misbruikt in de handel met aandelen, was bitter. Maar Steinkühler hield niettemin de sympathie van velen bij de IG Metall.

Zogezien was het niet verbazend dat Zwickel afgelopen voorjaar, toen pas ruim een jaar voorzitter van de bond, meende zijn gezag te moeten vestigen in een van de zwaarste CAO-gevechten uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Wat hij er zelf, economisch gesproken, overigens ook van mag hebben gevonden: de IG Metall wist er als wage-leader na wekenlange acties en stakingen een CAO-verhoging van 4 procent door te drukken bij de klagerig-verdeelde, heterogene werkgeversclub Gesamtmetall. Wat toen gold, geldt trouwens ook vandaag nog: in de Duitse metaalsector staan twee aangeslagen gladiatoren tegenover elkaar.

De metaalwerkgeversclub ziet steeds meer leden verdwijnen. De 'kleintjes' omdat zij de CAO-kosten niet kunnen dragen. De 'groten' omdat zij gemakkelijk kunnen en willen betalen 'boven' het CAO-niveau. De 'modernen' omdat zij, net zomin als hun personeel, willen worden lastig gevallen door onhanteerbare centrale CAO-akkoorden maar liever op de maat van hun bedrijf en hun produktie eigen afspraken maken over specifieke werktijden met een specifieke beloning, “urenrekeningen” en geïndividualiseerde arbeidsvoorwaarden. Zodat de vakman-kostwinner desnoods 45 uur per week en de vrouw met kinderen 20 uur per week kan werken. De IG Metall lijdt ook zwaar onder ledenverlies. Sinds eind 1992 zakte zij van 3,62 tot 2,99 miljoen leden, wat natuurlijk gevolgen heeft voor de contributie-opbrengsten. Het huidige verval beloopt omstreeks 10.000 leden per maand. Het probleem van een centrale organisatie die steeds verder van haar heterogene, intussen naar belangen verdeeld geraakte achterban is komen te staan, wordt voor de vakbond nog verergerd door het gegroeide aantal werklozen in Duitsland. Dat is vooral zo in de vroegere DDR, waar de massale toeloop uit de jaren 1990-1992 door de kaalslag op de Oostduitse industriële arbeidsmarkt intussen is verkeerd in een massale uittocht. Waarbij het voor de vakbeweging een paradoxale uitkomst is dat haar ijveren voor het gelijktrekken van lonen in Oost- en West-Duitsland voor meer werkloosheid in de vroegere DDR zorgde.

Klaus Zwickel is deze week met een prachtig percentage (92,4) als voorzitter van de IG Metall herkozen, vermoedelijk mede dankzij de 'dure' CAO die hij afgelopen voorjaar volgens de traditionele noties van zijn bond wist door te drukken. Dat was een 'ouderwetse' CAO, met teleurstellend weinig afspraken over flexibilisering van arbeidstijden of inkomensmatiging voor meer werk.

Direct na zijn herverkiezing besloot Zwickel, eergisteren, in de trapeze te gaan hangen. Hij weet dat de bond van metaalwerkgevers de gevraagde garanties voor het behoud van bestaand werk en de creatie van 300.000 nieuwe banen tussen 1997 en 2.000 niet zomaar namens zijn leden kan geven. Hij weet ook dat afzonderlijke werkgevers die nullijn in de CAO, en dus meer planningszekerheid, graag willen, maar niet in staat zijn om meer dan een inspanningsverplichting aan te gaan.

Wat dat betreft is Zwickel deze week een groot man gebleken. Want praktisch zonder vangnet, en met risico's voor de 'centrale' positie van zijn bond, heeft hij het stagnerende debat over de arbeidsmarktpolitiek in Duitsland een fikse duw gegeven. Hij heeft zijn bond en de metaalwerkgevers een signaal voor een ander, eigentijdser debat over arbeidsvoorwaarden gegeven, al staat nog niet vast dat zijn trapezenummer blijvende waarde krijgt voor de Betonköpfe in beide kampen. De metaalwerkgevers hebben hem na hun eerste positieve reacties gisteren teleurgesteld met de vraag of hij niet alvast de lopende CAO naar hun wensen zou willen openbreken. Zij wensen alvast “prestaties vooraf” voor het jaar 1996 (anders gezegd: zij willen hun CAO-nederlaag van afgelopen voorjaar nu alsnog kwijt). De voorzitter van de algemene Duitse werkgeversvereniging, Klaus Murmann, ging nog verder. Hij noemde het door Zwickel voorgestelde werkgelegenheidspact 'overbodig'.