'Hulp vooral besteden aan juridische basis'

Niet bekend

De Soto was woensdag 1 november als voormalig adviseur van de Peruaanse president Fujimori te gast op de jubileumconferentie van de Nederlandse Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) in Wassenaar. Hij meent dat de economie van een ontwikkelingsland pas op gang kan komen als de eigendomsrechten wettelijk geregeld zijn. “Zo'n zeventig procent van de eigendommen die mensen bezitten in ontwikkelingslanden - voornamelijk onroerend goed en bedrijven - is niet gedocumenteerd, geregistreerd of staat buiten de wet. In andere woorden, ze zijn informeel.”

De Peruaanse regering wilde in de jaren tachtig vele staatsbedrijven privatiseren. Maar de bevolking was tegen, omdat zij niet wilde dat alles naar buitenlandse investeerders zou gaan, terwijl de Peruanen zelf totaal geen bezittingen hadden. “Daarom begon de Peruaanse regering in 1990 met het formaliseren van de bezittingen van de mensen”, zegt De Soto.

Een informele economie is volgens De Soto veel te onduidelijk. Het verlenen van krediet is niet mogelijk als daar geen onderpand tegenover staat. De bank accepteert een onderpand alleen als de kredietaanvrager kan bewijzen dat hij er de eigenaar van is. De meeste informele bezittingen zijn daarom 'dood kapitaal', omdat ze niet als eigendom op de balans gezet kunnen worden. “In de VS geeft geen bank je een lening als je niet eerst twee vragen beantwoordt: wie ben je en waar woon je.”

De leveranciers van elektriciteit, water en gas weten niet naar wie ze hun rekeningen moeten sturen zolang niet duidelijk is wie waar woont. De privatisering van nutsbedrijven wordt hierdoor bemoeilijkt. De private sector, die in deze bedrijven zou moeten investeren, wil geen grote risico's lopen. In een informele economie lopen nutsbedrijven dertig tot veertig procent van hun inkomsten mis - door fraude, diefstal en het niet betalen van rekeningen - tegen acht procent in ontwikkelde landen.

De Soto vindt dat ontwikkelingsgeld van donorlanden in de eerste plaats besteed moet worden aan het opzetten van een juridische structuur, die de basis moet zijn van economische groei. Buitenlandse beleggers durven pas te investeren als deze juridische basis aanwezig is. Eigendomsrechten moeten ook gelden voor de autochtone bevolking. “Risico's blijven beperkt als het systeem van eigendomsrechten algemeen toegankelijk is, zowel voor buitenlandse investeerders als voor burgers.”

De formalisering in Peru verloopt op vrijwillige basis. De Soto wil onderstrepen dat eigendom een soort geloof is, net zoiets als geld. De waarde daarvan is grotendeels gebaseerd op vertrouwen. Wie geen vertrouwen heeft in formeel eigendom, zal zijn bezittingen ook niet laten registreren. Vertrouwen kun je alleen krijgen door mensen te overtuigen, niet door ze te dwingen. De regering van Peru liet de bevolking daarom op 130 openbare bijeenkomsten door het hele land meebeslissen over de registratie van hun eigendommen.

De operatie, die tien miljoen dollar kostte, heeft haar vruchten afgeworpen. “In drie jaar tijd werden zo'n 300.000 informele bezittingen en 270.000 ondernemingen gelegaliseerd. Tevens werden 100.000 nieuwe firma's opgericht die anders niet hadden bestaan. Significante groei volgde: de waarde van bezittingen groeide met tweehonderd procent, de produktie en de toegang tot kredieten namen toe, 550.000 nieuwe banen werden gecreëerd en de belastinginkomsten gingen omhoog met 1,2 miljard dollar.”