Handvest moet Fatima voor horreur behoeden

De betrekkelijk anarchistische structuur van Internet is veel bedrijven, overheden en juristen een doorn in het oog. Veel gebruikers van het net vinden die chaos juist aantrekkelijk: eindelijk een wereld zonder bovenbazen.

Op Internet bestaan voor gewone gebruikers geen wetten, geen rechten en geen plichten. Dit wil niet zeggen dat er geen regels zijn, maar het navolgen van die regels kan niet worden afgedwongen door een autoriteit. Het zijn de gebruikers zelf die elkaar op het rechte spoor moeten zien te houden. Dat lukt al bijna dertig jaar aardig.

De roep om rechten en plichten is daarmee echter niet verstomd. Het Rathenau Instituut, dat in opdracht van het parlement onderzoek doet naar de maatschappelijke perspectieven van technische ontwikkelingen, heeft nu een 'aanzet tot een handvest' uitgebracht. Het instituut acht het op zijn minst gewenst dat er een discussie komt over rechten en plichten op de elektronische snelweg. Daartoe moet een boekje, samengesteld door A.W. Koers, hoogleraar aan het centrum voor beleid en management van de Universiteit Utrecht, een bijdrage leveren.

Een spookbeeld uit 2010 moet de lezer overtuigen van de noodzaak iets te regelen: “Fatima, eigenares van een delicatessenwinkel in Rotterdam, komt na een korte vakantie terug op kantoor, zet haar computer aan en ziet tot haar schrik dat er maar liefst 4.293 e-mailberichten zijn binnengekomen. Al snel ontdekt ze dat veel berichten anoniem zijn, niet voor haar bestemd zijn, of zelfs onleesbaar zijn. De beheerder van het net weet alleen maar te vertellen dat er een storing is geweest, maar weigert haar te helpen om orde in de chaos te brengen. Kennelijk is er een storing in het programma dat alle binnenkomende e-mail controleert om te zien of de berichten wel voldoen aan Fatima's wensen op het punt van afzender en inhoud. Al die e-mail bekijken is al erg genoeg, erger is nog dat er kennelijk ook surveillance-programma's zijn binnengedrongen en dat die financiële informatie naar de Belastingdienst hebben verstuurd. Maar nog vervelender is dat er tussen die lawine ook een berichtje moet zitten van Fatima's vriend over hun volgende afspraakje. Ze weet niet waar hij zit en stel dat hij haar vanavond al ergens verwacht. Tot haar schrik ziet Fatima ook dat er tussen al die berichten bevestigingen staan van bestellingen waar zij helemaal niets van weet. Er zijn zelfs al bedrijven die met aanmaningen komen. En heimelijk maakt Fatima zich ook zorgen over haar broer in het buitenland want hij gebruikt haar e-mailadres voor het uitwisselen van vertrouwelijke berichten met zijn mede-strijders voor de goede zaak. Stel dat de Belastingdienst meer heeft gekregen dan wat cijfers over de winkel.”

Inderdaad, welk een horreur voor Fatima! De voorstellen die Koers doet zouden dit soort situaties moeten kunnen voorkomen. Het uitgangspunt is echter nogal merkwaardig. Immers, de situatie zoals Fatima die aantrof veronderstelt reeds dat er allerlei formele regels bestaan over het gebruik van de elektronische snelweg. Kennelijk mag de Belastingdienst zo maar in iemands computer snuffelen - iets dat in elk geval anno 1995 niet is toegestaan. En kennelijk is het de burger ook verboden een elektronische waakhond in zijn computer te installeren.

En wat de e-mailchaos betreft: het ligt toch wat meer voor de hand de selectie van berichten door een eigen computerprogramma te laten doen dan door een beheerder van het net. De technische ontwikkeling gaat al geruime tijd de kant op dat gebruikers het heft steeds meer in eigen hand krijgen.

Aangezien op de elektronische snelweg nog geen rechten en plichten bestaan, moet de discussie eerst gaan over de vraag of die er moeten komen. Een situatie schetsen waarin al wel rechten en plichten bestaan, en daarop reageren met het bepleiten van andere, is voor het huidige debat betrekkelijk irrelevant.