'Generaalsproces' tast verzoening in Z-Afrika aan

KAAPSTAD, 3 NOV. Jarenlang regeerden ze Zuid-Afrika met ijzeren vuist. De generaals van het leger nestelden zich in de jaren tachtig in het centrum van de staatsmacht. Ze waren belangrijker dan menig minister. Ze bedachten niet alleen de militaire strategie, maar ook de propaganda: met hun Winning Hearts and Minds-campagne (WHAM) zouden ze de zwarte bevolking in het apartheidsbewind doen geloven. In de strijd tegen het swart gevaar: de bevrijdingsbewegingen en het rooi gevaar: het internationale communisme, was binnen en buiten de landsgrenzen veel, zo niet alles, geoorloofd.

Gisteren stonden ze voor de rechtbank in Durban, elf roemruchte securocraten van oud-president P.W. Botha, verdacht van de moord op dertien zwarten in 1987 in KwaZulu/Natal. Het blanke volksdeel dat in de apartheid geloofde spreekt de namen van deze Afrikaner helden nog steeds met ontzag uit - generaal Jannie Geldenhuys, generaal Kat Liebenberg, generaal Tienie Groenewald en generaal Magnus Malan, die zich opwerkte tot minister van defensie van de Nationale Partij. Hun rustig pensioen in vakantiehuizen aan de kust was ruw doorbroken. Is Zuid-Afrika's bijltjesdag dan toch begonnen?

De arrestatie van de minister en de tien voormalige hoge legerofficieren, die op borgtocht werden vrijgelaten, tast het fundament aan waarop Zuid-Afrika zijn democratie heeft gebouwd. Het ging immers om nationale verzoening, geen wraak en samen verder. Nu staat de regering van nationale eenheid voor een crisis. De Nationale Partij van vice-president De Klerk en de Inkatha Vrijheidspartij van Mangosuthu Buthelezi, minister van binnenlandse zaken, menen dat het ANC de 'heksenjacht' over Zuid-Afrika's 'vuile oorlog' is begonnen. Sommige commentatoren menen dat Nelson Mandela, met zijn weigering om de elf vrijwaring van vervolging te verlenen zoals vice-president De Klerk heeft gevraagd, bewust bezig is om de regering op te blazen zodat het ANC alleen verder kan gaan. Maar achter de schermutselingen wordt een andere strategie zichtbaar, die uiteindelijk juist zonder wraakacties de waarheid over het verleden naar boven moet brengen.

De zaak-Malan c.s. voert terug naar Zuid-Afrika's permanente zweer: het bloedige conflict in de provincie KwaZulu/Natal tussen ANC en Inkatha en de rol die staatsorganen daarin hebben gespeeld. Al jarenlang zijn er aanwijzingen en onthullingen over een 'Derde Macht', een geheim netwerk van leden van inlichtingendiensten van leger en politie dat sinds het midden van de jaren tachtig in samenwerking met elementen binnen de Inkatha Vrijheidspartij het geweld zou hebben aangesticht. De onderzoekscommissie onder leiding van rechter Goldstone, nu aanklager in het Haagse oorlogstribunaal voor het voormalige Joegoslavië, legde in verscheidene rapporten de werking van de Derde Macht bloot. Goldstone kwam met sterke aanwijzingen voor het bestaan van hit squads bij de KwaZulu-politie. Commissaris Roy During van de KwaZulu-politie bevestigde zelfs vorig jaar dat binnen zijn korps doodseskaders aan het werk waren.

De regering-Mandela besloot het werk van Goldstone voort te laten zetten door een onderzoekseenheid van 33 rechercheurs. Deze Investigation Task Unit (ITU) stond onder leiding van de politieman Frank Dutton. Hij had eerder politiemannen voor de rechter gebracht voor hun betrokkenheid bij een bloedbad in Trust Feeds in KwaZulu/Natal, waarbij dertien doden vielen. De ITU kreeg als taak de wortels van het voortdurende geweld in KwaZulu/Natal bloot te leggen, inclusief de Derde Macht en de doodseskaders. De eenheid moest alle vermoedens en onthullingen uit het verleden met bewijzen staven.

Dutton ging voortvarend te werk. Hij richtte zich vooral op de paramilitaire macht die de Zoeloe-beweging Inkatha in de jaren tachtig met steun van het leger in het leven riep. Goldstone had al onthuld dat recruten in de Caprivi-strip in Namibië door instructeurs van het Zuidafrikaanse leger waren getraind. Inkatha heeft altijd volgehouden dat deze soldaten “VIP-bescherming” als taak hadden gekregen.

Enkele maanden geleden deed de ITU een inval in het kantoor van de militaire inlichtingendienst. Daar zou de eenheid voor het eerst informatie hebben gevonden over de chain of command die leidde tot moorden in de provincie, en, volgens een ingewijde, zelfs een met de hand geschreven opdracht van Malan. De eenheid arresteerde politiemensen en de plaatsvervangend secretaris-generaal van Inkatha. Vorige week hield de ITU ook leden aan van “zelfverdedigingseenheden” van Inkatha en het ANC, die voor veel van de moorden in de provincie verantwoordelijk worden gehouden. Deze week waren Malan en de generaals aan de beurt. Het bood ANC-minister Sydney Mufamadi de gelegenheid om beschuldigingen van een eenzijdige heksenjacht van de hand te wijzen: zelfs leden van zijn eigen ANC waren aangehouden. Niemand heeft schone handen in KwaZulu/Natal.

Vice-president De Klerk eist nu vrijwaring van vervolging voor de elf. Hij wijst erop dat hoge ANC'ers - onder wie vice-president Thabo Mbeki en minister van defensie Joe Modise - dit ook hebben gekregen voor hun mogelijke betrokkenheid bij terreurdaden die het ANC in de jaren tachtig heeft gepleegd. De ANC'ers kregen vrijwaring in 1990 toen zij uit ballingschap terugkeerden. Zo konden ze gaan onderhandelen met de regering-De Klerk over het einde van de apartheid, zonder dat ze onderaan de vliegtuigtrap al zouden worden aangehouden.

Een zekere ongelijkheid in behandeling valt niet te ontkennen. Malan, oud-leider van de Zuidafrikaanse strijdkrachten, is gearresteerd, terwijl Modise, destijds commandant van het ANC-legertje Umkhonto we Siszwe, vrij rondloopt als minister. Het is ook maar waar je begint te onderzoeken in Zuid-Afrika. Zet de detectives aan het werk om de bomaanslagen in de jaren tachtig te onderzoeken, en ze komen mogelijk ergens hoog in het ANC uit. Maar de politieke realiteit is dat het ANC aan de macht is, en heilig gelooft dat misdaden die zijn gepleegd uit naam van apartheid van een andere morele orde zijn dan misdaden die zijn gepleegd om de apartheid omver te werpen. Er zijn nog veel vragen waarop het ANC een antwoord wil. Wie nam de beslissingen over politieke moorden? Wisten politici van de Nationale Partij als De Klerk en Pik Botha daar niets van, zoals ze beweren? Hoe dicht stond Buthelezi bij de Derde Macht in KwaZulu/Natal?

Om het probleem van ongelijke behandeling te omzeilen, heeft de regering nu juist besloten tot de oprichting van de 'Waarheidscommissie' die het verleden moet onderzoeken. Betrokkenen van beide partijen kunnen misdaden met een politiek doel bij de commissie opbiechten, waardoor ze in aanmerking komen voor amnestie. De selectie van de wijze mannen en vrouwen die de Waarheidscommissie moeten vormen is in de laatste fase. Aartsbisschop Desmond Tutu wordt genoemd als de mogelijke voorzitter.

Het ANC is bang dat de generaals en bewindslieden van het vorige regime niet zullen meewerken, in de wetenschap dat old boys niet over elkaar praten en dat de papierversnipperaars hebben gewerkt. De commissie zal dan een holle exercitie blijken. Familieleden van slachtoffers die liever een 'Neurenberg-tribunaal' zien dan een Waarheidscommissie, zullen zich bekocht voelen. De Waarheidscommissie heeft de juridische weg echter niet gesloten. Met de vervolging van bekende openbare figuren krijgen niet alleen Malan en de zijnen, maar alle dienaren van de apartheid de keus voorgelegd: bekennen of mogelijk arrestatie. Het ANC draait hun nu feitelijk de schroeven aan. Het is hoog spel, met mogelijk verreikende gevolgen, zoals onrust in het leger of een breuk in de regering. Als het werkt, wordt de Waarheidscommissie een serieus instrument. Dan kan Zuid-Afrika daadwerkelijk leren leven met de gruwelen van het verleden, zoals de moord op zeven kleine kinderen en zes volwassenen die Malan gisteren voor het gerecht bracht.