FACT speelt de wreedste van alle Bernhards; Pervers drietal viert feest

Voorstelling: Voor het pensioen van Thomas Bernhard door FACT. Vertaling: Hans W. Bakx; decor: Laura de Josselin de Jong; spelers: Marieke van Leeuwen, Rik van Uffelen en Carine Korteweg; regie: Rob Ligthert. Gezien 2/11 Rotterdamse Schouwburg. Te zien t/m 4/11 aldaar. Tournee t/m 23/12.

Steeds meer houd ik in het toneel van het redeloze, het volkomen onverklaarbare gedrag van de spelers. Anger naar John Osborne door het Noord Nederlands Toneel was zo'n voorstelling, en nu Voor het pensioen. Komedie van de Duitse ziel van Thomas Bernhard door het Rotterdamse gezelschap FACT. Het lijkt of de twee regisseurs van deze uitvoeringen, Geert de Jong en Rob Ligthert, de verantwoorde psychologische rolinterpretatie achter zich hebben gelaten en zich toeleggen op de grillen van het menselijk karakter, irrationeel, bezeten, duister.

Zowel Toneelgroep Baal als Toneelgroep Theater speelden eerder Voor het pensioen. Nu komt FACT met een versie in dezelfde tekstgetrouwe, gestileerd-realistische aanpak. Maar er zijn accenten gelegd die ik niet eerder zag. Het stuk speelt zich op de verjaardag van Himmler, 7 oktober. President van de rechtbank Höller, voormalig SS-officier en plaatsvervangend kampcommandant, grijpt deze gelegenheid aan zich in nazistisch kostuum te steken, compleet met hakenkruis; zijn ene zuster Vera hult zich in decadent lang zwart, afgebiesd met rood en wit. De andere zuster, Clara, gekluisterd aan de rolstoel, moet als welhaast obsceen hoogtepunt een grijs-wit gestreept kampjasje dragen en wordt kaalgeschoren. Een feest voor een pervers tweetal, waarbij de invalide vrouw als katalysator werkt voor hun wrok jegens de wereld. Ergens verzucht Vera, nippend van haar champagne, het haar bij de oren opgerold in Dirndl-vlechten, dat het toch een schande is dat zij deze hommage aan Himmler stiekem, achter gesloten luiken en dichte gordijnen, moeten brengen. “Het zijn toch allemaal nationaal-socialisten!” roept ze woedend uit.

Voor het pensioen is de wreedste van alle Thomas Bernhards. En voor regisseur en acteurs ook de gevaarlijkste. Dat de ex-kampcommandant zich in SS-kostuum hult en liefdevol het portret van Himmler kust is nog draaglijk. Dat hij halfdronken met zijn Mauser zijn zusters de loop in de nek of tegen het voorhoofd zet, uit een immoreel verlangen weer als vroeger te mogen doden, gaat ver. Te meer daar de speelstijl melodramatisch wordt. Bernhard zet de toeschouwers met de rug tegen de muur. We werden zelf als de twee zusjes bedreigd. Ik probeerde wat zij acteerden: in gedachten ontsnappen, denken dat het niet kan gebeuren. Tegelijk weet je: eens gebeurde dat, rücksichtslos.

Soberheid beheerst het decor; een leren fauteuil, vitrinekasten volgestouwd met doodssymbolen als een schedel, een opgezette krokodil, verweesde kinderpoppen. Naargeestig kale wanden. Thomas Bernhard spelen is muziek maken van taal. Het gaat om de plaatsing van de woorden, die zich telkens in monomane obsessie herhalen met kleine verschuivingen. Poëzie wisselt af met haat, gloeiend als gesmolten lood. De afwisseling tussen diminuendo en crescendo gaat geleidelijk aan steeds sneller, tot na tweeëneenhalf uur de apotheose wordt bereikt. Over die tijdsduur struikelde de voorstelling aanvankelijk. De twee zusters, Marieke van Leeuwen in de hoofdrol en Carine Korteweg in de zwijgende, redden de ritmiek niet. Wat ze zeiden en hoe ze elkaar treiterden - het was zonder kern. Regisseur Rob Ligthert liet hen aan de oppervlakte steken waar slechts de woorden spreken. Driften resoneerden niet mee. Pas met de langverwachte entree van Rik van Uffelen als de SS-er kreeg de voorstelling perspectief: vanaf dat moment wisten de acteurs waar ze heen moesten, namelijk naar die verkleedpartij en naar het andere hoogtepunt van het macabere partijtje, het doorbladeren van het fotoalbum dat uit zijn voegen barst van een besmet nazi-verleden. Hoe sterker Marieke van Leeuwen en Rik van Uffelen speelden, des te dreigender werd de verbeten-zwijgende rol van Carine Korteweg. Opeens begreep ik dat zij degeen is die hun razende wrok genereert, want in de arische droom moet de mens gezond zijn. Bij een Amerikaanse luchtaanval werd ze getroffen, zodat zij haar broer en zus onophoudelijk herinnert aan het echec van Duitsland. Marieke van Leeuwen maakt van de niet zo boeiende sloof uit het begin de transformatie door naar schmutzige Duitse duivelin. Dat was goed; haar stem begon te snerpen, haar ogen kregen iets uitzinnigs, ze vond in die loodzware rol meer en meer de irrationele dreiging. Bovendien viert zij voluit de incestueuze verhouding die ze heeft met haar broer, iets dat ik niet eerder zo hel belicht, eigenlijk overbelicht, zag.

Voor het pensioen eindigt met de pathetische hartaanval van de president. Carol van Herwijnen bij Baal vertolkte die rol loucher, gemener, met glimlachend-sadisme erin. Van Uffelen speelt de sentimenten; hij weent bij het zien van de foto's. Een kampcommandant wordt menselijk. Dat haalde zijn rol dichtbij, op een manier zoals alleen Van Uffelen dat kan: met zangerige dictie, kinderlijk-naïef, alsof hij zich onophoudelijk verwondert over zijn eigen moordlustigheid en zijn SS-verleden. “In de oorlog tellen geen gevoelens”, zegt hij keer op keer. Maar hijzelf stikt van de gevoelens en angsten, omdat hij bang is tijdens het pensioen te gaan malen. En omdat iedereen om hem heen zit te vlassen op zijn schuldige verleden. Zijn dood is een verlossing. Maar niet voor de twee zusters: die zijn voor eeuwig tot elkaar veroordeeld in een hel, die alleen Thomas Bernhard kan bedenken. De irrationaliteit van de perversie kent geen grenzen; dat besef maakt deze voorstelling tot een welhaast verstikkende belevenis.