Een wonder voor goden

Homerische hymnen. Vert. H. Verbruggen. Uitg. Athenaeum - Polak & Van Gennep, 152 blz. Prijs ƒ 39,90 (geb. ƒ 55,-)

De goden, de Griekse, wat zijn ze toch raadselachtig en vertakt, bekleed met eindeloos veel geschiedenissen en onnaspeurlijke afkomsten, met poëzie en verhalen, verluchtigd met feestelijke epitheta. Ze zijn verheven en onsterfelijk, wreed en verschrikkelijk - zelfs diegenen van wie je dat niet zou verwachten, zo'n goeiigerd als Demeter bijvoorbeeld, kunnen zich soms ineens in hun stralende en voor de mensen vreesaanjagende goddelijkheid verheffen en iets verschrikkelijks doen.

In de zojuist door H. Verbruggen, specialist op het gebied van de Griekse godsdienst, vertaalde Homerische hymnen worden verschillende daden, en dikwijls ook de geboortes van een aantal goden en halfgoden bezongen. De Homerische hymnen worden 'homerisch' genoemd niet omdat ze door Homerus geschreven zouden zijn, de dateringen van de verschillende teksten liggen ver uiteen, maar omdat ze, anders dan de Orfische hymnen, episch van karakter zijn. De teksten zijn zeer wisselend van lengte en belang, de langste en interessantste gaan over Demeter, Apollo, Hermes en Afrodite.

De hymnen vertellen over het algemeen over de vroegste tijd van de goden, de tijd kort na hun geboorte, de tijd dat zij hun macht vestigden, hun speciale vaardigheden voor het eerst uitoefenden. Dat geldt niet voor Demeter, de aan haar gewijde hymne gaat vooral over de ontvoering van Kore ('haar dochter met slanke enkels' - bijna alle vrouwen hebben slanke enkels in deze teksten) die door Hades meegenomen wordt naar de onderwereld en daar uiteindelijk elk jaar naartoe terug moet keren. 'Telkens als de aarde door allerhande geurige lentebloemen in bloei zal staan, zul je uit de nevelige duisternis weer opstijgen, een wonder voor goden en sterfelijke mensen.' Verbruggen vertaalt, zoals ook uit deze zin blijkt, op de ouderwetse classici-manier, met de charmes van de vertaaldheid 'de aarde staat in bloei door bloemen' maar zonder van de taal iets speciaal moois of eigens of hedendaags te maken. Verwend als wij zijn door Gerard Koolschijn, H.J. de Roy van Zuidewijn en anderen, voelt dat als een stap terug, literair gezien. Maar Verbruggen is niet uit op literatuur, zijn beknopte commentaren verwijzen steeds naar een wereld van kennis omtrent de mythologie en godsdienst van de oude Grieken en de hen omringende volken.

Is van het verhaal van Demeter nog duidelijk wat er de bedoeling van is, de aan Afrodite gewijde hymne is een volmaakt raadsel. Er wordt in verteld hoe zij begeerte opvatte voor een sterfelijke man, de Trojaan Anchises. Hij op zijn beurt is ongeduldig verrukt van 'de glimlachlievende': 'Geen enkele godheid, geen enkele sterveling zal me hier weerhouden je in liefde te omhelzen, meteen, nu.' Daarna blijkt ze een godin, vreest hij verlies van zijn krachten, is zij zwanger van Aeneas en bezweert ze hem om nooit over haar te praten, dan zal hem niets overkomen. 'Na die woorden verdween de godin naar de winderige hemel.' Raadselachtig. En mooi.