Een beetje bij de kassa rondhangen; Kriterion, vijftig jaar studentenbioscoop

De Amsterdamse bioscoop Kriterion werd in 1945 opgericht door studenten. In zijn vijftigjarig bestaan kende de bioscoop grote successen en dramatische mislukkingen. Naar de films die in het begin van de jaren tachtig werden geprogrammeerd, kwam niemand kijken. Pas bij Oblomov, die eigenhandig door studenten uit Rusland werd gesmokkeld, stonden er weer rijen voor de kassa.

Festival Cinestud. Kriterion, Amsterdam, 9 t/m 19 nov. Boek: Kriterion, 50 jaar onderlinge studentensteun. Uitg. Het Spinhuis, prijs ƒ 27,50.

Kriterion staat in de steigers. De zwarte gevelverf, gevolg van een moderniseringsoperatie uit de jaren zeventig, maakt weer plaats voor de natuurlijke puimsteenkleur. Het gebouw in de Roetersstraat in Amsterdam werd vijftig jaar geleden door een groep studenten - de oorlog nog maar net voorbij - bij wijze van werkverschaffing als bioscoop ingericht. Vanavond wordt hier feest gevierd. 'Studenten verkopen de kaartjes, wijzen de plaatsen aan en draaien de film af,' schreef het Algemeen Handelsblad op 6 november 1945, de dag van de opening. Nog steeds wordt de bioscoop geëxploiteerd door studenten.

“Kriterion is ontstaan uit de verbondenheid van een groep mensen uit het verzet, die na de oorlog niet meer afhankelijk wilden zijn,” zegt mede-oprichter Piet Meerburg. Tijdens de bezetting was hun studie op de achtergrond geraakt; ze hadden joodse kinderen opgevangen en ondergebracht op onderduikadressen. Die taak had hen zelfstandig gemaakt, zo zelfstandig dat ze zich na de bevrijding niet meer moeiteloos konden schikken in de financiële afhankelijkheid van het studentenbestaan. Ze leenden een ton bij elkaar en richtten de Stichting Onderlinge Studentensteun op: een bioscoop, een oppascentrale en een benzinepomp waar studenten konden werken die zelf in hun levensonderhoud wilden voorzien. Hun onderkomen werd het leeggeroofde pand van de joodse diamantbewerkersorganisatie Handwerkers Vriendenkring.

De behoefte aan kwaliteitsfilms in de pas bevrijde stad was groot en het studenteninitiatief - de handen uit de mouwen, de wederopbouw als ideaal - wekte sympathie. Datzelfde gold voor de beslissing een in de filmwereld actieve publicist, die in de ogen van de directie fout was geweest in de oorlog, de toegang tot het theater te weigeren. Voor zulke lieden was in de naoorlogse verhoudingen geen plaats meer, heette het. Maar de man nam daar geen genoegen mee en vond de rechter aan zijn zijde.

Brief encounter en Gone with the wind waren de eerste grote successen van de studentenbioscoop. 'Zestien jongens en meiden die nauwelijks droog achter de oren waren, werden weerloos en in hun blote broek in die meedogenloze arena van het cinema-circus gezet,' schreef Jan Vrijman bij het tienjarig bestaan in Het Parool. 'Die vreemde amfibie van idealisme en zakelijkheid groeide tegen de verdrukking in en met schade en schande leerden de beunhazen hun vak.'

De professionalisering kwam snel; reeds in 1956 meldde Vrij Nederland dat de mannelijke medewerkers tegenwoordig een das droegen en de vrouwelijke niet langer in pantalon mochten verschijnen. 'Het zal u niet langer overkomen dat een meisje op blote voeten en vergezeld van een zeer grote herdershond u naar uw plaats brengt. Vroeger kòn dat; het is althans gebeurd.'

Ook groeide het besef dat een bloeiende exploitatie soms concessies vergde in de programmering. De maandenlange continuering van Zorba de Griek in 1965 had veel te maken met de noodzaak het bioscoop-interieur op te knappen en het verlangen naar betere stoelen. Maar daarnaast werden in de jaren zestig films gedraaid van Godard, Antonioni en Fellini. En als de filmkeuring Flesh niet had afgewezen, was ook Andy Warhol er voor het eerst aan het Nederlandse publiek voorgezet.

Metro

Pas in de loop van de jaren zeventig dreigde het mis te gaan met Kriterion. De opkomende filmhuizen namen de avant-garde over, nieuwe bioscoopzalen aan het Leidseplein gaven meer ruimte aan de commerciëlere films en in fysiek opzicht werd de gang naar de Roetersstraat bemoeilijkt door opgravingen ten behoeve van de metro-aanleg. De studentenbioscoop leek een aflopende zaak te worden. Tot er in 1979 een oplossing kwam: de programmering werd uitbesteed aan Huub Bals, de man van Film International die al jarenlang riep dat het een schande was hoe weinig films van zijn Rotterdamse festival ook elders in het land konden worden gezien.

Even ging het goed. Maar toen Bals zijn bestaande voorraad had uitgeput en met nieuw materiaal moest komen, bleek hij op de internationale markt vooral films te zoeken waar geen publiek voor bestond. Bij Het dak van de walvis van Raoul Ruiz bleven de zalen letterlijk leeg, toch stond Bals een paar weken op prolongatie. En menigeen die er toen bij was, wordt nu nog door depressieve gevoelens overmand bij de herinnering aan de Portugese film Francisca of de Bulgaarse en de Egyptische filmweek. Kriterion liep er zienderogen van leeg.

In 1982 barstte de bom. De studenten - overmand door emoties over de dreigende ondergang van hun bioscoop - weigerden nog langer de cinematografische troetelkinderen van Huub Bals te vertonen. En toen Bals bovendien een van zijn zeldzame publiekstrekkers, Marco Ferreri's Tales of Ordinary Madness, niet in Kriterion uitbracht, maar op het Leidseplein, was de maat voor de studenten vol. Ze bezetten het gebouw en gingen films huren van de commerciële distributiemaatschappij The Movies. Bij de prachtige Oblomov van Nikita Michalkov, die ze eigenhandig naar Nederland brachten, stonden er weer rijen voor de kassa. Nu hadden ze een wapen in handen tegen het stichtingsbestuur dat al serieus van plan was de bioscoop op te geven en af te stoten. Het resultaat was een nieuwe constructie: de stichting verhuurt het theater aan een als vereniging fungerend studentencollectief.

Het collectief werkt zonder hiërarchisch bestuur, maar met commissies waarin vrijwilligers onder het 36-koppige Kriterion-personeel alle zakelijke en artistieke beslissingen nemen. Weliswaar is de programmering grotendeels uitbesteed aan The Movies, maar die moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de programmeringscommissie. Een aantal weken per jaar blijft open voor eigen festivals, retrospectieven en andere initiatieven. “In feite is het nu, met dat collectief, nog beter georganiseerd dan vroeger,” zegt Piet Meerburg, die als exploitant van de bioscoop De Uitkijk zijn personeel betrekt bij de vereniging Kriterion.

Anarchie

“Het is anarchie, en het wèrkt,” zegt de filosofie-studente Fleur Jurgens, die er als lid van de jubileumcommissie in slaagt de Kriterion-filosofie met groot enthousiasme uit te dragen. “Ik vind het hier een ideale gemeenschap, waarin niemand zich ergens te min voor voelt. Zelf vind ik kaartjes scheuren óók niet de grootste uitdaging, maar het hoort erbij. Het mooie is, dat het idealisme van vijftig jaar geleden nog steeds actueel is. Zelf geld verdienen en zelf verantwoordelijkheid dragen zijn belangrijk. Het enige verschil is misschien dat het idealisme van de oprichters te maken had met een betere toekomst, terwijl het voor ons veel meer gericht is op het heden.”

De tijdgeest is veranderd en het studentenleven niet meer wat het vroeger was. Ischa Meijer omschreef zijn dagen in Kriterion, begin jaren zestig, als 'een beetje bij de kassa rondhangen'. Dat is er nu niet meer bij. “Door de tempobeurs wordt de omloopsnelheid in Kriterion steeds groter,” zegt Fleur Jurgens. Studenten moeten steeds harder werken om hun studie op tijd af te maken. Dat brengt de continuïteit van Kriterion in gevaar. Zodra mensen een beetje verstand krijgen van het bioscoopbedrijf, moeten ze alweer weg omdat hun studietijd voorbij is.

Maar nu moet eerst het vijftigjarig bestaan worden gevierd. Vandaag verschijnt een gedenkboek (Kriterion, 50 jaar onderlinge studentensteun) en volgende week begint een nieuwe aflevering van het studentenfilmfestival Cinestud, waarmee Kriterion in het verleden veel eer inlegde.

Het festival werd in 1960 opgericht, mede dank zij de gangmaker P. Hans Frankfurther, die in een kantoor boven de bioscoop de studentenraad ASVA bestuurde. Hem stond, midden in de koude oorlog, voor ogen hecht contact te maken met studenten in Oost-Europa en een podium te creëren voor het vertonen van studentenfilms op hun eigen vakgebied. Zo kreeg bijvoorbeeld de Leidse wiskundestudent Paul Verhoeven de kans zijn film Een hagedis te veel te laten zien. Later kwam de nadruk meer te liggen op werk van filmacademiestudenten; veelbelovende jongeren als Roman Polanski, Martin Scorsese, Tian Zhuangzhuang en Jane Campion wonnen in Kriterion hun eerste internationale filmprijs.

Cinestud herinnert aan de dagen van opgewonden geroezemoes over nieuwe ontdekkingen en aan visioenen van een wereld waarin alleen het artistieke ideaal telt. De ontnuchtering die erop volgde, heeft ook Kriterion niet onberoerd gelaten. Met zijn positie tussen de filmhuizen en de kleinere zalen van de huidige bioscoopcomplexen speelt het theater allang niet meer de exclusieve rol van de eerste 25 jaar - de meeste films die er draaien, zouden in Nederland waarschijnlijk ook zonder Kriterion wel in roulatie komen.

Wat echter is gebleven, zijn de sfeer en het respect voor de rijke traditie. In veel andere bioscopen staan slecht betaalde arbeidskrachten zichtbaar ongeïnteresseerd hun uren vol te maken. Wie bij Kriterion werkt, weet de indruk te wekken daar persoonlijk bij betrokken te zijn. En waarschijnlijk is dat ook zo: de jongen die in het café de capuccino serveert, zit wellicht ook in de commissie die gisteren nog heeft vergaderd over de vraag welke films voor Kriterion geschikt zijn. Daarmee is Kriterion nog steeds een unieke onderneming. 'Hij die nú uw arts is, scheurde tien jaar geleden misschien uw kaartje af,' mijmerde het Algemeen Handelsblad in 1960. 'En wie weet... heeft de dominee die nu op de kansel staat, vroeger achter de kassa of de projector gezeten...'