Drugsoverlast Haagse Stationsbuurt ontmoet gedogen en onverschilligheid

Gemeente Den Haag wil de Stationsbuurt uitroepen tot noodgebied. Prostituées en drugsverslaafden zouden er te veel overlast veroorzaken.

DEN HAAG, 3 NOV. Boteren zal het nooit tussen de drugsverslaafden en de Haagse Stationsbuurt, maar de houding van de meeste bewoners bevindt zich ergens tussen gedogen en onverschilligheid. “Van mij mogen ze zich platspuiten. Laat ze maar een overdosis nemen”, zegt een bewoner aan het Oranjeplein moedeloos. Over de drugsoverlast op het plein is al zo vaak geklaagd.

Toch gaat het dit jaar beter. Van 1 maart tot 1 september heeft de politie na klachten van buurtbewoners een speciaal team de wijk ingestuurd. Dit 'glassexteam' heeft de toegenomen overlast van het gebruik en verhandelen van drugs, criminaliteit en openlijke geweldpleging een halt weten toe te roepen. Ook heeft de politie de situatie in de vier prostitutiestraten van het gebied grondig onderzocht. Er werden in totaal 520 aanhoudingen verricht.

Het Haagse college van burgemeester en wethouders wil nu op verzoek van de politie de Stationsbuurt in en om het spoorwegstation Hollands Spoor tot noodgebied aanwijzen om de combinatie van drugsoverlast en prostitutie op het bereikte lagere niveau te houden. Er komt een speciaal samenscholingsverbod voor verslaafden, het zogeheten verzamelingsverbod. Ook vraagt men de gemeenteraad de bevoegdheid om raddraaiers voor een periode van acht uur de buurt uit te zetten. Bij herhaaldelijke ordeverstoringen, zo is het plan, kan de burgemeester toestemming geven lastpakken de toegang tot de wijk veertien dagen te ontzeggen.

De buurt doet op een doordeweekse dag rustig aan. Af en toe loopt er een drugsverslaafde met holle ogen langs het Oranjeplein. Het plein bestaat uit een park met wandelpaden, bankjes en een betonnen speelterrein. Er ligt wel vuilnis op straat, maar veel minder dan vroeger. Sinds een jaar zijn er 'straattoezichthouders'. Zij controleren de buurt op de aanwezigheid van grof vuil en onveilige situaties. Ook gaat er van hun aanwezigheid een preventief effect uit op verslaafden.

Veel winkeliers zeggen geen last te hebben van de drugsverslaafden. Alleen de AKO-boekwinkel aan station Hollands Spoor is regelmatig het slachtoffer van winkeldiefstal. “De junks roven je hele winkel leeg. Ze lopen gewoon met een stapel stripboeken naar buiten. Maar na verloop van tijd ga je ze leren kennen. Je let beter op”, zegt de AKO-verkoper.

De Prinses Ireneschool, een protestants-christelijke basisschool aan het Oranjeplein, heeft het speelterrein van het Oranjeplein voor de kinderen tot verboden gebied verklaard. Tot voor kort was dit de vaste slaapplaats van een verslaafde man. Hij noemde zichzelf Hans en Grietje. Iedere morgen zagen de kinderen hem tussen vier pilaren in een nis van de Slicherstraat liggen. Nu is hij weg, tot opluchting van directeur D. Vreugdenhil van de basisschool die voornamelijk kinderen van buitenlandse afkomst heeft.

In de zomer van het vorige jaar liep de overlast volgens de bewoners de spuigaten uit. Men belegde een bewonersavond in de Ireneschool, die door burgemeester Havermans en enkele wethouders werd bezocht. Toen Havermans de school verliet, zag hij buiten met eigen ogen hoe de heroïne werd opgewarmd, vertellen de bewoners.

Havermans zegde op de bewonersavond maatregelen toe, en hij heeft woord gehouden. Niet alleen kwam er meer politie op straat en werd het glassexteam opgericht, ook is er meer verlichting aangebracht en zijn groenvoorzieningen geknipt. Verder is in Den Haag een begin gemaakt met een strenger aanhoudingsbeleid voor criminele drugsverslaafden. Den Haag rekent daarbij vooral op de door het kabinet toegezegde extra cellen. Het komt nu nog vaak voor dat veroordeelde verslaafden kunnen kiezen tussen celstraf en afkicken, waarop velen kiezen voor afkicken en vervolgens weglopen uit de instelling omdat ze weten dat ze toch niet opnieuw worden opgepakt. De gemeente schat het aantal criminele harddrugsverslaafden in Den Haag op 930 personen, per jaar goed voor ongeveer 170 miljoen gulden aan schade door diefstal.

De gemeente ziet de raamprostitutie in twee promenades aan de Poeldijksestraat en de Doubletstraat als voornaamste oorzaak van de aantrekkingskracht die de wijk uitoefent op verslaafden en criminelen. Vooral de kop van de Poeldijksestraat is een bekend punt voor drugsdealers. Verslaafden hangen er in portieken of lopen soms verdwaasd en tierend rond. Volgens de politie zijn er ongeveer dertig lastige mensen die voor een verwijdering in aanmerking zouden komen. Ook vallen ze de dames lastig. “Niet doen, dat kun jij toch niet betalen”, zegt een agent tegen een verslaafde die zijn hoofd om de deur van een cabine steekt.

De Poeldijksestraat en de Doubletstraat liggen ongeveer tweehonderd meter van elkaar verwijderd, aan weerszijden van het Oranjeplein. Veel klanten lopen tussen deze twee straten heen en weer en riskeren te worden beroofd door verslaafden die weten dat deze mannen vrijwel nooit aangifte doen. De dames zijn volgens de politie in sommige gevallen het slachtoffer van vrouwenhandel. ,Ik heb een wereldbaan'', zegt een van de agenten van het in februari geopende bureau Hoefkade, vlak om de hoek van de Poeldijksestraat, daarmee aangevend dat het rauwe leven zich in deze twee prostitutiestraten in alle hevigheid openbaart. Aan de andere zijde van het station Hollands Spoor ligt de als tippelzone aangewezen Waldorpstraat. Hier stappen de prostituées in bij langsrijdende automobilisten. Even buiten de Stationsbuurt ligt de Geleenstraat, die eveneens tot prostitutiepromenade is aangewezen. Deze straat wordt ook druk bezocht maar geeft minder overlast.

De bewoners van de Stationsbuurt zijn niet dol op drugsverslaafden, maar ze lijken niet van plan om naar Rotterdams voorbeeld harde acties te gaan voeren. De stemming is gelaten. “De mensen hebben recht op hun woongenot. Als ze geen woongenot hebben, is er sprake van overlast. Ik ben niet bang van drugsverslaafden. Als hier iemand binnenkomt die niets te stomen heeft, moet hij opsodemieteren”, zegt de eigenaar van stomerij De Spreeuw aan de Spinozastraat, pal naast het Oranjeplein. Hij loopt iedere avond met de hond door het park. Hij heeft meer last van de drukbeklante coffeeshop Relax dan van drugsverslaafden en hoerenlopers.

De buurt beschikt sinds kort ook over een klachtenfunctionaris van de GGD. Deze functionaris, M. Sordam, poogt de integratie tussen bewoners en drugsverslaafden te bevorderen. Hij maakt onderscheid tussen feitelijke overlast en subjectieve overlast. “Veel mensen zien iemand die er niet verzorgd uitziet al als overlast.” Wat zegt hij als moeders klagen dat ze hun kind niet willen confronteren met spuitende verslaafden? Sordam: “Dan ga ik met de verslaafden praten. Die moeten niet in het park gaan zitten gebruiken. Er zouden aparte ruimtes moeten komen waar verslaafden rustig kunnen spuiten en gebruiken. In zulke gedoogruimten kun je ze ook veel beter aanspreken. Leren omgaan met hun gebruik, en eventueel afkicken.”