Dr. Strangelove

Afgelopen zondag is Terry Southern gestorven. Hij heeft samen met Stanley Kubrick het scenario geschreven voor Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb, het meesterwerk waarin Peter Sellers als Duitse, door de Amerikanen gekochte geleerde telkens een klap op zijn rechterarm moet geven om te voorkomen dat die nog in de Hitlergroet omhoog zal gaan als hij met de president praat.

Hoe oud moet je zijn om goed te kunnen begrijpen waar Dr. Strangelove over gaat? De film is gemaakt in 1964, in misschien het laatste der bange jaren van de Koude Oorlog. Naar analogie geredeneerd kom ik tot de volgende veronderstelling. Ik ben van mening dat mensen die in 1940 een jaar of zeven, acht waren, nog juist in staat zijn, de Tweede Wereldoorlog als levensomgeving tot in de finesses te begrijpen. Zo is het ook met de eerste periode van de Koude Oorlog. Als je in 1964 een kind van die leeftijd bent geweest, kun je nu, groot mens van een jaar of 40, Dr. Strangelove volkomen doorgronden, en daarmee bedoel ik niet alleen cerebraal, want de film heeft ook de smaak van de onherhaalbare krankzinnigheid uit de periode. Om die goed te kunnen proeven moet je er zelf bij geweest zijn. Dat is niet iets om trots op te zijn maar simpelweg een gegeven van het geheugen.

Het verhaal gaat dat Southern en Kubrick zich hebben laten inspireren door de theorieën van Herman Kahn, de grote strategische denker van de thermonucleaire oorlog zoals het verschijnsel toen werd genoemd. Kahn had al menig boek geschreven, was bezig aan de ontwikkeling van zijn escalatieladder waarvan de laatste sport het 'spastische stadium' is. Het doel is dan bij de eerste aanval zoveel mogelijk schade aan te richten. De vraag naar wat er daarna komt wordt niet meer gesteld. 'Er zijn omstandigheden,' schrijft Kahn, 'waarin aan deze tactiek de voorkeur kan worden gegeven, ofschoon we zo'n manier van opereren gewoonlijk beschouwen als een ongecontroleerde, zinloze oorlogvoering - blind en irrationeel.' Dat is dan ook het einde van Dr. Strangelove: de oppergeneraal, ook gespeeld door Peter Sellers, gaat schrijlings op de bom zittend, vaderlandslievende kreten slakend, de vijand tegemoet.

Herman Kahn is - of was, want hij is ook alweer een hele poos geleden gestorven - een fantastische schrijver, niet in de zin van 'groot' (ofschoon dat misschien ook wel; dat is hier niet aan de orde) maar door zijn verbeeldingskracht die telkens weer de barrière van het gebruikelijke doorbrak. Zoals er een geluidsbarrière is waarvan het doorbreken met een knal gepaard gaat, zo is er een barrière van de verbeeldingskracht. Wordt die doorbroken, door een schrijver, een dichter of een denker, dan is het alsof in de hersenen van de ontvangende kant een geluidloze explosie teweeg wordt gebracht. Dat is een fantastische gewaarwording zoals het doorbreken van de verbeeldingsbarrière een fantastische prestatie is. De combinatie heeft een verrassende, bevrijdende uitwerking.

Het was nog vóór Dr. Strangelove, denk ik. Herman Kahn deed Nederland aan en hield ten huize van de grondlegger der polemologie, prof. B.V.A. Röling, in zijn prachtige negentiende-eeuwse residentie Groenestein 26, Groningen, een voordracht. In de salon waren rijen stoelen neergezet, daarop de gelovigen en zij die bereid waren zich te laten bekeren en tegenover hen, op drie stoelen Herman Kahn. Hij was buitengewoon dik. Hij verklaarde de wereldbeheersende tegenstelling, hij schetste de thermonucleaire toekomst, hij opende de peilloze afgronden van de Apocalyps der jaren zestig, hij sprak als een machinegeweer, niemand kon hem bijhouden maar wel was het iedereen duidelijk dat we met ons allen aan een zijden draadje hingen. Kahn had er plezier in; hij leek me een goedgemutste man. Hij vertegenwoordigde iets anders dan de flower power en de love scene van de sixties die nu herontdekt worden.

Kahns meesterwerk, On Escalation, verscheen in 1965, een jaar na Dr. Strangelove. Beide zijn boosaardige scheppingen, gespeend van al het 'mensvriendelijke' dat we nu aan het tijdvak toeschrijven. Terry Southern is, zeker voor het Europees publiek, altijd in de schaduw van Kubrick gebleven. Dat komt waarschijnlijk doordat Clockwork Orange aan de geest van het volgende tijdvak appeleert.

In de necrologie die de Tribune aan Southern wijdt, wordt een vraaggesprek uit 1964 geciteerd: 'Het belangrijke van het schrijven,' zegt hij, 'is het vermogen om te verbazen. Niet om te schokken. Dat is een versleten woord. De wereld heeft geen reden om zich gemakzucht te veroorloven. De Titanic kon niet zinken en toch is het gebeurd. Wat zelfvoldaan is vraagt erom te worden opgeblazen. Ik wil het opblazen.'

Laten we hopen dat Dr. Strangelove vlug weer eens vertoond wordt.