Blok: Sorgdrager wist in 1994 wel af van doorlaten drugs

DEN HAAG, 3 NOV. Minister Sorgdrager (justitie) is begin 1994 als procureur-generaal in Den Haag op de hoogte gesteld van het bewust doorlaten van partijen cocaïne door de Haagse politie. Dit zei de Haagse hoofdofficier van justitie J. Blok gisteren voor de enquêtecommissie.

Tot nu toe is niet gebleken dat Sorgdrager heeft geprobeerd de doorleveringen te stoppen of aan de kaak te stellen, al kwam het in haar ressort niet meer voor sinds zij tot hoogste OM-functionaris was benoemd. Juist in die periode ontstond politieke commotie over de doorlevering van partijen softdrugs door het IRT Noord-Holland/ Utrecht. De werkmethode van het IRT werd op dat moment onderzocht door de commissie-Wierenga.

In het IRT-debat in de Tweede Kamer, in april 1994, spitste de discussie zich toe op de aanvaardbaarheid van het doorlaten van softdrugs. Destijds werd nog aangenomen dat er “geen gram” harddrugs op de markt was verdwenen. Sorgdrager moet volgende week donderdag voor de enquêtecommissie verschijnen.

Blok stelde toenmalig procureur-generaal Sorgdrager begin 1994 op de hoogte van het feit dat de Haagse politie bewust partijen cocaïne had laten lopen. Het ging tussen 1992 en 1994 om enkele honderden kilo's, met toestemming van de waarnemend procureur-generaal in Den Haag, H. Addens. Sorgdrager zei vervolgens tegen Blok: “We zullen daar nader over moeten praten en kijken of we de georganiseerde criminaliteit op een andere, bestuurlijke manier kunnen aanpakken”, aldus Blok gisteren.

Volgende week - de laatste week van de openbare verhoren door de commissie-Van Traa - brengt een aantal politici, bewindslieden en oud-bewindslieden aan de tafel voor de enquêtecommissie. De Kamerleden G.J. Wolffensperger (D66) en B. Korthals (VVD), V. van der Burg (CDA) en het oud-Kamerlid P. Stoffelen (PvdA) verschijnen in hun hoedanigheid van justitie-woordvoerder voor hun fractie. Zij zullen onder meer moeten uitleggen hoe de Kamer in het verleden de opsporingsmethoden van politie en justitie heeft behandeld. Voormalig CDA-fractievoorzitter Brinkman wordt gehoord omdat hij ten tijde van de IRT-debatten voorzitter was van de Kamercommissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en op de hoogte was van de inhoud van het geheime deel van het rapport-Wierenga.

Ook de voormalige ministers Hirsch Ballin (justitie) en Van Thijn (binnenlandse zaken) verschijnen voor de commissie. Zij traden in mei 1994 af als gevolg van de IRT-affaire. Maandag worden onder anderen de Haagse procureur-generaal Docters van Leeuwen en de secretaris-generaal van het ministerie van justitie, J. Suyver, gehoord. De huidige ministers Sorgdrager en Dijkstal (binnenlandse zaken) sluiten donderdagmiddag de rij.