Wormsalamander zonder longen en geen inwendige neusgaten

Amfibieën, de primitiefste gewervelde landbewoners, beginnen hun leven meestal als visje met kieuwen dat na de metamorfose overgaat in een volwassen dier met longen. Deze longen zijn zeer primitief: ze worden gevuld door het inslikken van lucht. Maar naast de orde van de salamanders en die van de kikkers bestaat er nog een zeer obscure orde, die der wormsalamanders, die in het geheel geen longen hebben.

Wormsalamanders zijn zeer zeldzame dieren. Ze zien eruit als grote regenwormen en leven ondergronds of onder water. Ze zijn levenbarend: de eieren komen binnen het moederlichaam uit. De jongen leven binnen de buikholte van een soort melk die ze door de huid opnemen. Er worden tegenwoordig 160 soorten wormsalamanders onderscheiden. Van de meeste soorten zijn slechts enkele exemplaren bekend. In grootte variëren ze tussen de 7 cm tot 150 cm. Ze worden uitsluitend in warme landen gevonden.

Sommige wormsalamanders (Caecilia) hebben geen poten, geen longen en geen longbloedsomloop. Deze kenmerken zijn waarschijnlijk secundair: aan de embryologische ontwikkeling is te zien dat de voorouders wel ledematen hadden. De afwezigheid van longen komt ook voor bij bepaalde salamanders.

Maar opmerkelijk is dat een bepaalde soort wormsalamander Typhlonectes eiselti ook geen inwendige neusgaten (choanae) heeft. Daarmee is deze soort uniek onder de gewervelde dieren die lucht nodig hebben: zelfs longvissen hebben choanae. Typhlonectes eiselti, een longsalamander van 72 cm, werd in 1920 in Zuid-Amerika ontdekt. Het enige exemplaar bevindt zich in het Weense museum voor natuurlijke historie.

In Nature van 26 oktober vragen onderzoekers zich af hoe dit grote dier het zonder longen heeft kunnen stellen. Ofschoon de vindplaats niet bekend is, veronderstellen ze dat het dier in snelstromend, zuurstofrijk water heeft geleefd - de zuurstof moet via de huid zijn opgenomen, net zoals sommige salamanders salamanders doen.