Westerscheldetunnel

Het artikel over de Westerscheldetunnel (NRC Handelsblad, 25 oktober) verdient aanvulling.

- Proportioneel gezien is het absurd twee bescheiden provinciedelen als Zeeuws-Vlaanderen en Midden-Zeeland te verbinden door de langste (6,5 kilometer), diepste (62 meter) en duurste (2 miljard gulden) tunnel van Nederland. - Een maatschappelijk verantwoord resultaat (financieel en planologisch) kan hooguit verwacht worden indien de tunnel deel uitmaakt van een zwaar internationaal verkeerscircuit. Dit circuit bestaat thans niet en zal na aanleg van de tunnel niet vanzelf ontstaan. De aanvoerwegen zijn volstrekt onvoldoende en er bestaat ter plekke geen doorgaande internationale vervoersspanning. - Als men over tien jaar de te lege tunnel inkijkt zal men zo'n internationaal tracé eisen. Uitvoering vraagt onder meer een tweede Oosterscheldebrug en veel werkzaamheid in Vlaanderen waar men nog van niets weet. - Het besluit tot aanleg van een tunnel betekent dus de start van een soort Betuwelijn dwars dóór Zeeland. Niet voor railvervoer maar voor zware stinkende diesels uit het Waterweggebied. De publieke weerstand zal uitermate groot zijn, zie de Betuwelijn en de miljarden welke Alpenlanden uitgeven om zodanige wegen ongedaan te maken. - Economische doorbraak door een verbinding tussen twee Scheldehavens? Havens behoeven goede verbindingen met het achterland, nauwelijks met elkaar. - Het financieringsschema is gebaseerd op het wegstrepen van voortgaande tekorten van veerdiensten tegen stralende resultaten van een tunnel. Het is de veerdiensten echter al vijftien jaar onmogelijk gemaakt optimaal te functioneren. Is privatisering overwogen? - Is het juist, geheel buiten het Infrastructuurfonds om, plotseling twee miljard rijksguldens uit te geven voor een relatief onbelangrijke provincietunnel? Ik schrijf dit als planoloog, als vriend van Zeeland (punt vier) en omdat het onverantwoord is twee miljard gulden in het water te werpen die elders in Zeeland en Nederland zo hard nodig zijn.