'Vrouwelijke' hersenkern gevonden bij transseksuelen

ROTTERDAM, 2 NOV. Transseksuelen, vrouwen die in een mannenlichaam leven, bezitten een hersenstructuur die kleiner is dan in mannen en even groot als in vrouwen. De grootteverschillen ontstaan waarschijnlijk al in embryo's of op kinderleeftijd onder invloed van geslachtshormonen.

Onbekend is of de grootte van de hersenkern mannelijke of vrouwelijke gevoelens bepaalt, of dat - omgekeerd - de hersenkern in grootte aan het gevoel wordt aangepast. De kern is ontdekt door onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek in Amsterdam onder leiding van prof.dr. D. Swaab. Ook de hoogleraar transseksuologie aan de Vrije Universiteit prof.dr. L. Gooren was bij het onderzoek betrokken. Hun verslag verschijnt vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

De grootteverschillen zijn gevonden door hersengedeelten van zes overleden transseksuelen te vergelijken met dezelfde hersengebieden van overleden vrouwen en hetero- en homoseksuele mannen. Vijf van de zes transseksuelen hadden zich in het verleden laten castreren. Allemaal gebruikten ze hoge doses vrouwelijke geslachtshormonen om borsten te ontwikkelen en de baardgroei te onderdrukken.

De gevonden hersenkern heet de bed nucleus van de stria terminalis, afgekort BSTc. Het is een kleine structuur aan de rand van de hypothalamus, die midden in de hersenen ligt, ongeveer in het verlengde van het ruggemerg. De hypothalamus regelt met hormonen de bedrijfshuishouding van het lichaam. De BSTc ligt ingebed in de stria terminalis, een kabeltje zenuwvezels. Die vezels hebben onder andere contact met de amygdalia, een hersengebied dat betrokken is bij emoties, maar waar ook kennisfuncties worden geregeld.

Bij mannen is de BSTc gemiddeld 2,5 mm groot. In de hersenen van overleden vrouwen vonden de Amsterdamse hersenonderzoekers BSTc's van gemiddeld 1,7 mm. De kerngrootte in de hersenen van de zes overleden transseksuelen was ongeveer gelijk aan die van vrouwen. De kern was bij homoseksuele mannen net zo groot als bij de onderzochte heteroseksuele mannen.

Een belangrijke vraag is of de grootte van de BSTc al op jonge leeftijd voorgoed vastligt, danwel later nog wordt beïnvloed door geslachtshormonen. De onderzoekers Zhou, Hofman, Gooren en Swaab beargumenteren dat dat laatste niet zo is. Om dat aan te tonen onderzochten ze bijvoorbeeld ook de hersenen van een man die overleed aan een tumor die grote hoeveelheden vrouwelijke geslachtshormonen produceerde. Hier had de BSTc een mannelijke omvang. In ratten, waarin het grootteverschil van de BSTc tussen vrouwelijke en mannelijke ratten ook bestaat, bereikt de kern zijn uiteindelijke grootte al bij jonge ratjes onder invloed van geslachtshormonen.

De BSTc speelt in de volwassen mannelijke rat een grote rol in het mannelijke seksuele gedrag. De onderzoekers sluiten niet uit dat de kern ook bij mensen een rol speelt in seksueel of voortplantingsgedrag, maar duidelijkheid daarover bestaat niet. Dr. M. Hofman daarover: “Het gaat ons helemaal te ver om te zeggen dat in deze kleine kern nu het mannelijk of vrouwelijk gevoel zetelt. Als zoiets ingewikkelds al in één gebied zou zijn gelokaliseerd, zal het wel niet in zo'n kleine kern zijn. Eigenlijk is de vondst van deze kern ook heel toevallig. We hebben gezocht naar hersenkernen waarvan bekend was dat ze bij mannen en vrouwen in grootte verschillen, maar niet door seksuele geaardheid worden beïnvloed. Waarschijnlijk zijn er meer van die kernen.”

De groep van Swaab doet onderzoek naar de plaatsen waar seksuele gevoelens of gedrag in de hersenen worden verwerkt. In 1989 vond Swaab als eerste verschillen in hersenen tussen hetero- en homoseksuele mannen.