Von der Dunk is nummer 1 in top-50 machtige historici

ROTTERDAM, 2 NOV. Emeritus hoogleraar H.W. von der Dunk is de machtigste historicus van Nederland. Dit blijkt uit onderzoek van het Historisch Nieuwsblad. Op de top-vijftig van 'historici met macht' van het maandblad, gepubliceerd in een themanummer over 'geschiedbeoefening en het historisch bedrijf', wordt Von der Dunk gevolgd door de Leidse hoogleraar H.W. Wesseling, nestor E.H. Kossmann uit Groningen en de hoogleraren J.Th.M. Bank en C. Fasseur, beiden ook uit Leiden.

Voor het Historisch Nieuwsblad is een historicus met macht een combinatie van een 'cultuurdrager', een 'mediaster', een 'netwerktijger' en een 'patron'. Naast kwantitatieve metingen telden bij het bepalen van de volgorde van de top-vijftig ook de mening van honderd historici en vijftig 'bekende buitenstaanders' als Martin van Amerongen, Ben Knapen, W.L. Brugsma en Lisette Lewin, die daartoe telefonisch zijn geënquêteerd. Overigens kostte het in veel gevallen de nodige moeite de respondenten drie namen te ontfutselen van historici die invloed hebben op het maatschappelijk debat. “Historici isoleren zich te veel”, aldus classicus Anton van Hooff. “Er is een soort dédain om deel te nemen aan de politiek.”

De Utrechter Von der Dunk is aanvoerder op de lijst van 'cultuurdragers' en 'mediasterren'. Met 12 promovendi in de afgelopen vijf jaar is hij de vierde 'patron' en als 'netwerktijger' neemt hij een elfde positie in. Hij wordt alom geprezen om zijn kritische instelling en durf en om zijn vermogen ingewikkelde zaken eenvoudig uiteen te zetten. “Een intellectueel die het slagveld der detailstudies overziet en rechtstreeks in de traditie staat van Huizinga en de andere groten”, concludeert het Historisch Nieuwsblad.

Netwerktijgers zijn vooral Leidenaren, met Wesseling eenzaam aan de top. Niet alleen is hij lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en van de nog exclusievere Academia Europaea, ook zit hij in het bestuur van de European Science Foundation (de Europese pendant van NWO) en voert hij het bewind over het NIAS, het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences. Volgens de op-één-na machtigste netwerktijger P.W. Klein zou Wesseling met gemak in nog veel meer netwerken kunnen zitten, “ware het niet dat hij zo'n hekel heeft aan al het gedoe dat bij het besturen komt kijken”.

De hoogstgenoteerde patrons komen er in de eindlijst niet aan te pas: aanvoerder Van den Eerenbeemt is als cultuurdrager, mediaster en netwerktijger non-existent. “Het begeleiden van veel promovendi leidt eerder tot wetenschappelijk dan tot intellectueel gezag”, aldus Historisch Nieuwsblad-hoofdredacteur Jos Palm. Echte wetenschappers hebben geen tijd om zich macht te vergaren. In dit verband is het onthullend als men de lijst van 'meest produktieve historici', waarmee het maandblad vorig jaar kwam, legt naast de nu gepubliceerde top-vijftig. Frijhoff, toen eerste, komt ditmaal niet verder dan een tiende plaats.

Laat de spreiding van de historici over de universiteiten enige diversiteit zien, bij de specialismen is daarvan geen sprake. Wie macht heeft doet nieuwe geschiedenis. Verder bestaat het historisch establishment uit heren op leeftijd. Van de tien hoogstgenoteerden is er één jonger dan 55 jaar en Nicolette Mout uit Leiden is met haar negentiende plaats op de top-vijftig de enige vrouw.

Top-10

1. H.W. von der Dunk met 117 punten.

2. H.L. Wesseling (101)

3. E.H. Kossmann (88) en J.Th.M. Bank (88) 5. C. Fasseur (87)

6. A.Th. van Deursen (80) en P.W. Klein (80)

8. P. de Rooy (72)

9. M.C. Brands (68)

10. W.Th.M. Frijhoff (65).